Petrus Dens

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1996-1997

Door Marcel Vereycken Secretaris Ten Boome

Tot 15 mei 1997 bleef in het Groot-Seminarie van Mechelen een retrospectieve tentoonstelling toegankelijk, gewijd aan het werk van Petrus Dens. Specifieke aandacht verkregen de 23 gelegenheidsemblemata. Deze zinnebeeldige platen met specifieke bijschriften werden destijds aan Z.E.H. Petrus Dens opgedragen bij de viering van zijn gouden priesterjubileum op 16 oktober
1765.

Het zijn enige stukken. Een ervan – “E fructibus arbor” (Aan de vruchten kent men de boom) – duidt ontegensprekelijk op zijn Boomse afkomst. De kerk staat er magnifiek bij.

  • Wie een volledig overzicht wil van de feestelijkheden die rond dit jubileum werden ingericht, kan deze vinden in het gebundelde werk “Memorabile sacerdotis Jubileum” (Een heuglijk priesterjubileum) te Mechelen in 1765 uitgegeven door Joannes Franciscus van der Elst, drukker van het Aartsbisdom. De 23 emblata werden door Marc Van Vaeck en Tom Van Houdt prachtig verwerkt in hun boek “One in a thousand”, dat in 1996 bij de uitgeverij Peeters te Leuven verscheen en 800 bef kost.

    In kerkelijke kringen stond Petrus Dens, president van het Seminarie, geboekstaafd als een monument. Hij had zijn naam gemaakt als schrijver van verscheidene theologische traktaten, die in de opleiding van de priester-studenten onvervangbaar zijn gebleken.

    Wij Bomenaars zijn terecht fier op onze dorpsgenoot, die lang voor het begrip “Bekende Vlaming” werd uitgevonden, deze titel met recht en reden verdiende.

    Petrus Dens werd op 12 september 1690 geboren te Boom, als enig kind van Andreas Dens en van Emerentia Spillemaeckers. Hij stamde uit een steenbakkersgeslacht, want beide grootvaders
    Cornelius Dens en Gulielmus Spillemaeckers waren al betrokken bij het steenbakkersbedrijf, Dens specifiek bij “De Hensberg” in de (Vlietmans-)hoek. Bovendien leverde de familie Spillemaeckers de eerste onderwijzer te Boom. Dit verklaart wellicht de overgeërfde pedagogische hoedanigheden van Petrus.

    Na talrijke kerkelijke functies te hebben bekleed, overlijdt Petrus Dens te Mechelen op 15 februari 1775 “naer lange Jaere verscheyde ziekten ende ongemakken onderstaen te hebben”. Hij werd begraven in de grafkelder van de seminariekapel, waarvan hij zelf de bouwheer was geweest. Petrus Dens liep school te Mechelen bij de Oratorianen, die voor hun onderwijs befaamd waren. Nadien werd hij onder rector J.B. Rayemaeckers te Leuven ingeschreven in de faculteit der “Artes” en beëindigde zijn studies met klank. Hij vatte de studies van de Godsgeleerdheid aan, wat impliceerde dat hij weldra priester zou worden. Maar volgens de wetten van die tijd dienden dan de nodige garanties gesteld opdat de jonge priester in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien. Aan deze voorschriften werd dan ook voldaan, zoals blijkt uit de “Cassatiebrief d.d. 9/10/1751 (het doden van de titel) van Mr. Peeter Dens.

    Deze is te vinden op het R.A.A., Schepenbundel Boom,
    nr. 64 Jaargang 1678-1724 en luidt als volgt:
    24r Titel voor Mynheer Peeter Dens (fs Andreis x Emerentina Spillemaeckers) om te tomen tot de Eerwaardige staet van het priesterdom.  Andries Dens schepen en steenbakker x Emerentina Spillemaeckers geïnformeerd dat hun zoon Heer Petrus Dens studerende in het Godtheyt in de Universiteyt van Loven tracht en verzoeckt de H. orders t ‘ aenveerden om eindelyck t’ ontvangen het Helige priesterdom ende dat tot dien eynde nodig is een goede suffisante priester titel ter concurentie of een rente lyfrente van 300 gulden s’ jaers zoo hebben de voorschreven comparanten verbonden ende geaffeteert — het ¼ paert van een steengeleigh tot Boom Vlietmanshoeck 1) 0 het geleigh van Adriaen Dens 2) Z de Rupel 3) W het boscken van Jan Vermeiren 4) N s ‘ heerenstraete leenroerig aen de Heer deze prochie — een stuck zaeyland groot 3 vierendeelen in Vlietmanshoeck 1) O de weduwe Guilliam Spillemaeckers 2) Z s’heerenstraete 3) W Peeter Spillemaeckers 4) N Adriaen Van Gierle genaemt “het cappelleveld” belast met een Chyns aen de Heer van Boom – een stuk zaeylant groot 3 vierendeelen in vlietmanshoeck 1) 0 Peeters maes 2) Z s’heerenstraete 3) W Franchois Spillemaeckers 4°N de volgende party – nog een stuk zaeylant genaempt als voren in Vlietmanshoek groot een 1/2bunder 1) 0 de kinderen van Jan Van Lint en Peeter Maes 2) Z het voorgaende stuck 3) W Franchois Spillemaeckers 4) N s’heerenstraete belast met een chyns. Wij schepen in collegio wettelyck vergadert zyn ons getransporteert op 31.12.1714 en naer behoorlycke onderzoekingen hebben die goeden getaxeert samen 3000 gulden, om uit de voorschreven goeden te constitueren een lyfrente ten profyte van hun zoon Peeter Dens die oock mede gecompareert is en hoofbeloot het wel behaegen van zyn doorlicht de Heer Biscop van Antwerpen alle de voornoempde goeden tot titel en verbintenisse ontlasten zoo heet hy van ander suffisante titel zal weze en voorzien. Voor schepen en secretaris van leen 11.9.1714. (in gevolge d’acte van consent van de zeer Eerbare Officiaal van het bisdom van Antwerpen ten date van 2.11.1751 ondertekent G. Berthout van Mechelen als greffier van het zelfde bisdom tot ontlasting der goederen van de priesterlycke titel op de neffenstaende goeden van belastingen vermeldt op 11 /11, Ter secreterye van Boom gecompareert de eerwaerde Heer Peeter Dens president van het seminarie tot Mechelen, connuninck gradueel der metropolitaene kerke van aldaer, den welcke uit crachte der zelfde acte van consent heeft veclaert te consenteren in d’ontlasting ende de cassatie van de priesterlycke titel op de goeden hier neffens, en alsnog word de zelvde titel door mi ondertekend secretaris H. De Merchier gedoot en gecasseert ende goeden daer van ontlast. Actum 9.11.1751.

    In de kadasteratlas van de heerlijkheid Boom in de XVIIIe eeuw, volgens het Meetboek van 1721 door Andreas Bogaert, landmeter te Brussel1Christian Verstrepen en Fernande Debaille. Kadasteratlas van de heerlijkheid van Boom in de XVIIIe eeuw volgens het meetboek gemaakt in 1721 door.-Andries Bogaert, landmeter te Brussel. 1992 . (Vrijheidlaan. 127 – 1080 Brussel)., zal Petrus Dens, president van het seminarie tot Mechelen, als eigenaar bekend staan van volgende goederen, ° Boom 12.09.1690 President van het Seminarie tot Mechelen
    V2- V3- V4- V65
    Vlietmanshoek
    Plan nr. 33

  • V2 een steengeleegh “den Hensbergh” aan Andries Dens 306 roede. Modo den Heere Petrus Dens president van het Seminarie tot Mechelen bij successie (105r)
  • V3 het leyken aan Andries Dens 45 roede is leen Modo ut ante (105r)
  • V4 een bemdeken aan Andries Dens met consorte 131 roede is cheyns Modo Guilliam Spillemaeckers of het hooghuys voor d’ een hellicht, den heer Petrus Dens president met
    de wede Adriaen Van Reeth voor d’ ander hellicht (105r)
    Plan nr.37
  • V65 een land “het capelle velt” aan Andries Dens 354 roede is cheyns Gods den heere president Dens (119r).

Petrus Dens wordt priester gewijd in september 1715, doceert vanaf 1717 theologie in de abdij van Affligem, behaalt de licentie in Godsgeleerdheid op 5 oktober 1723, nadat hij in 1721 reeds door de Kardinaal als seminarieprofessor was aangesteld. Hij bleef dit tot
1729, want in dit jaar wordt hij plebaan van de Kathedraal. In 1735 volgt de aanstelling tot synodaal examinator en tot praeses van het Seminarie.

In 1737 nam hij ontslag als plebaan, maar wordt be-noemd tot kanunnik van het kathedraalkapittel en tot scholaster.
In deze functie zou hij instaan voor de aanstelling van en het toezicht op het onderwijzend personeel van de Mechelse klein-scholen. Bij dit alles gaf hij sinds 1741 en dit tot 1747 nog
iedere week 3 uur les in de scholas-tieke godgeleerdheid om van die datum af volledig de bouwwerken van zijn Seminarie van nabij op te volgen. Veertig jaar lang zette Dens zich in voor het bestuur van het Seminarie, voor het optrekken en onderhouden van de vernieuwde gebouwen. Met speciale nazorg omringde hij de Mechelse priesters, die hij mede gevormd had en die in dienst stonden van het aartsbisdom. Het jaarlijks bezoek, “concursus ad pastoratum” (het pastoraal bezoek), was het aangewezen middel hiertoe.
In het spoor van zijn voorganger, president Laurentius Neesen, was Dens samen met de semi-narieprofessoren van die tijd, de grondlegger van de “Gheologia Mechliniensis”, een gewaardeerde reeks handboeken der godgeleerdheid. De Oostenrijkse censuur was tegen, maar kon de verspreiding niet belemmeren. De vele bezigheden die Dens volledig opslorpten, lieten hem niet toe persoonlijk de “Theologia” nog meer uit te bouwen, wat
niet belette dat hij enkele “opuscula” (kleine werkjes) publiceerde, meer op de praktijk gerichte en speciaal ten behoeve van biechtvaders. 

In 1751 werd Dens als gegradueerd kanunnik aangesteld tot paenitentiarius en in 1754 tot aartspriester.
In 1763 stichtte Dens een studiebeurs, die in stand gehouden werd met de interesten van bepaalde bezittingen van de stichter en die slechts in de negentigerjaren van de 20ste eeuw werd uitgedoofd. Deze studiebeurs werd voorbehouden aan:
“eenen jongelinck ofte student in de Universiteyt van Loven of te elders” en kon toegestaan worden bij extensie “aan studenten van de parochie van Boom, ofte aan kinderen zoo dogters als sonen van de maegschap, om die te doen leeren in eenige scholen ofte aan die noodhebbende vrinden van den, fondateur, ofte ten leste ook aan andere arme menschen binnen Boom. Deze borzen om te studeren, maar er zullen gegeven worden aan die dewelke begaeft zijn met goed verstand en godvruchtigheid, aan geene ander al waeren zij van de naeste vrienden. Want deze, zijnde ten minder capaciteyt, naer hun studie gedaen te hebben, zijn dikwijls niet veel dienstig aan de Heilige Kerk, nochte aan de familie. “

Na zijn dood werd de fundatie beheerd door Boomse  parochiepriesters die verplicht waren “alle jaren te geven aan vijftien arme menschen aan ieder twee schellingen, de welke zullen hooren de missen van het jaergetijde van Andries Dens, vader van de fondateur. “

Ook als provisor voor het hospitium van meisjes-vondelingen was Petrus Dens zijn leven lang de voorzienigheid van dit gesticht.
De vijftigste verjaardag van zijn priesterwijding groeide uit tot een waar familiefeest. “Vivis adhuc sanus, procedis corpore rectus” (Leef nog gezond en schrijdt rechtopgaande), zo zong drukker-uitgever J.P. Van der Elst de kranige grijsaard toe in een gelegenheidsgedicht “Vene-rabele Dei Sacrificium” (Hoogwaardig offer des Heren), dat 6
bladzijden besloeg en in 1765 te Mechelen gepubliceerd werd.
Geleidelijk echter kwam de aftakeling. Op 15 februari 1775 is Dens overleden. Wij waren van oordeel dat een dergelijk organisator en realisator wel even mocht herdacht worden2Wie er nog meer wenst over te weten, kan volgende bronnen en werken raadplegen: Mechelen. Archief groot- Seminarie. Dewalque, G. Pierre Dens, in: Bibliografie Nationale, Brussel, boek V (1876) col. 599-601. Forget, J. Dictionnaire Théologique Catholique, Parijs,tome IV (1911) col. 421-423. I,aenen, J. Geschiedenis van het seminarie van Mechelen. Mechelen, 1930. Brouillard, R. Catholicisme, Parijs, tome III (1952) col.613. Swenden, K. Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel, tome 13 (1905) col. 202-205. Van Vaeck, M. One in a thousand. (zie boven). Deze uitgave is in het Engels, omdat in Engeland emblemata sterk bestudeerd worden. Zie ook de bibliografie in dit boek (blz. 97-99)..
Bij de viering van het gouden priesterjubileum van Z.E.H. Petrus Dens op 16 oktober 1765 werden 23 gelegenheidsemblemata gemaakt. Het zijn enige stukken. Een ervan – “E fructibus arbor” (Aan de vruchten kent men de boom) – duidt ontegensprekelijk op zijn Boomse af komst. De kerk staat er magnifiek bij!

Digiprove sealCopyright beveiligd door Digiprove © 2019 Marc Verlinden

Geschiedenis van de gemeente Boom