DE LANGE WEG NAAR WAARDIGHEID

image_pdfimage_print

EEN GESCHIEDENIS VAN HET WELZIJNSWERK IN BOOM

Terug naar overzicht jaarboek 1997-1998
(Foto: postkaartenarchief gemeente Boom)

door  Marcel Vereycken, secretaris Ten Boome

2 december 1997! Een onvergetelijke dag in de annalen van het Boomse OCMW.  De feestelijke opsmuk van de recreatiezaal liet vermoeden dat de voorstelling van het jubileumboek “De lange weg naar waardigheid” met de nodige luister zou worden gevierd.

De heer Noël Heremans had het kruim van zijn leraren afgevaardigd om voor de muzikale omlijsting van de plechtigheid te zorgen. Het Libertango-kwartet was ontstaan in het najaar van 1996, toen enkele leerkrachten van de Boomse Academie voor Muziek en Woord de idee opvatten om tijdens het jaarlijkse leraarsconcert enkele werken van Astor Piazzolla uit te voeren.

Dit kwartet wordt gevormd door :
Jeannot Gillis, viool
Jeannot is burgerlijk ingenieur van beroep maar besteedt het grootste deel van zijn leven aan de muziekcompositie, de uitvoering van eigen werken en deze van grote meesters. Hij is zowel actief in de klassieke muziek als in diverse andere genres.

Myriam Mees, accordeon
Myriam is docente aan het Lemmensinstituut te Leuven en lerares aan de Gemeentelijke Academie’s voor Muziek en Woord te Boom, Bornem en Beveren en aan de Stedelijke Academie van Ekeren. Tevens is zij de stichter en bezieler van het “Accordeonkwintet Myriam Mees”, waarvan op het einde van deze maand een CD zal verschijnen.

Claudine Steenackers, cello
Claudine is oud-leerling van en momenteel lerares cello aan de Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord van Boom. Haar voornaamste doel is de degelijke muzikale vorming van zowel jonge als oudere cellisten. Als celliste musiceert zij vooral in kamermuziekverband.

Peter Heremans, piano
Peter is oud-leerling van en momenteel leraar piano aan de Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord van Boom en pianobegeleider aan de Stedelijke Academie voor Muziek en
Woord van Herentals. Als musicus is hij zowel in het klassieke genre als in allerlei andere actief.

Nadat een uitgelezen schare van genodigden hun plaats hadden ingenomen, verwelkomde Cindy Elsen als presentatrice de aanwezigen. 

Waarde burgemeester,
Mijnheer de voorzitter,
Leden van de gemeenteraad,
Leden van de Raad van het OCMW,
Geachte auteurs van het boek,
Waarde genodigden,

Wij begroeten u hier vanavond in de gebouwen van het OCMW op de voorstelling van het jubileumboek “ De Lange weg naar waardigheid”, waarin de geschiedenis geschetst wordt van
165 jaar welzijnswerk in de gemeente Boom.

De beide auteurs Armand Schoeters en Marcel Vereycken hebben de voorbije maanden, veel tijd en energie geïnvesteerd in de realisatie van dit jubileumboek. Vandaag kunnen wij het
resultaat van hun noeste arbeid aan het publiek voorstellen.
De auteurs zullen straks hun boek uitgebreid toelichten en zullen ook overgaan tot het signeren van hun werk.

Voor de muzikale omlijsting zorgt het Libertango-kwartet. Zij brengen deze avond werk van Astor Piazolla de ongekroonde koning van de tango. De tango is ontstaan in Argentinië in de tweede helft van de l9de eeuw. Aanvankelijk was het een marginale muziekstijl die enkel in de nachtclubs in de havenbuurt van Buenos Aires gespeeld werd. Later ontwikkelde de tango zich tot de belangrijkste culturele expressievorm van de “Porteñios”, de inwoners van de Argentijnse hoofdstad: zeer sensuele dansmuziek uitgevoerd in de “barios” of armenbuurten van de stad.

De tango weerspiegelt de levensstijl van de inwoners van Buenos Aires, de stad die steeds de grote inspiratiebron is geweest voor Astor Piazzolla. Astor Piazolla, geboren in 1921 in Mar del Plata, Argentinië, groeide op in de bandoneonwinkel van zijn vader er leerde het instrument als geen ander te bespelen. Aanvankelijk trad hij vooral op in de danszalen en nightclubs van Buenos Aires maar gaandeweg ontpopte hij zich tot de belangrijkste vernieuwer van de tango. Mede onder invloed van zijn klassieke muziekstudies die hij volgde bij Nadia Boulanger in Parijs verhief hij de tango tot een ware kunstvorm  door het gebruik van moderne harmonieën en gedurfde ritmische effecten. In de jaren 60 richtte hij zijn befaamde “Quinteto nuevo tango” op, een formatie bestaande uit bandoneon,
viool, gitaar, contrabas en piano waarmee hij de ganse wereld afreisde en vooral in de jaren 80 grote successen kende op de beroemdste muziekfestivals.

Hij stierf na een langdurige ziekte op 4 juli 1992 en laat ons naast zijn talloze onsterfelijke tangomelodieën tevens vele kamermuziek en grote symfonische werken na.

Als eerste werkstuk bracht het Libertango-kwartet “Milonga del angel” en “la muerta del angel” twee delen van de Engel-trilogie van Astor Piazzolla. “Milonga del angel” is geïnspireerd door de “Milonga”, originele muziek van het Argentijnse platteland. De karakteristieken van deze muziek zijn later geïntegreerd in de tango.
Een milonga krijgt dezelfde accenten als de tango maar het tempo ligt veel lager.

Dit gaf Piazzolla de gelegenheid om een zeer eenvoudige, zangerige melodie neer te schrijven die in de verschillende instrumenten aan bod komt. In het eerste deel van “La muerte del angel” grijpt Piazzolla terug naar een vooral in de barokperiode veel gebruikte muziekvorm die o.a. door Johan Sebastian Bach op een schitterende manier werd aangewend namelijk de “Fuga”(vlucht). Het is een polyfone muziekcompositie waarbij de verschillende instrumenten één na één inzetten met het hoofdthema om vervolgens samen verder te “vluchten” naar een verlossend forte-akkoord. Hier verlaat Piazzolla de fuga en biedt hij ons wederom een zangerig middendeel waarin weldra het tempo geleidelijk terug zal opgevoerd worden naar het hoofdthema om tenslotte in een tumultueuze finale te eindigen.

Als tweede nummer werd “Adios Nonino” ten gehore gebracht.
“Adios Nonino” (Dag, Nonino) is één van Piazzolla’s bekendste tango’s en is bovendien op een typische Piazzolla-wijze gestructureerd: het begint met een krachtig, ritmisch tango-thema
waarna het tempo daalt en een zangerige melodie in de viool naar voor wordt gebracht. Na dit melodieuze middendeel geeft de piano opnieuw het begintempo aan en wordt de tango naar een hoogtepunt gevoerd om tenslotte te eindigen in een mysterieus slotakkoord.

Hierop nam de heer Ludo Laurysens, voorzitter van het OCMW het woord. De fundamentele taak van het OCMW is ervoor te zorgen dat iedere burger een leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Zo wordt het momenteel duidelijk door
de wet bepaald, maar zo was het niet altijd. 

De ruime opdracht van het OCMW vertaalt zich vandaag in een brede waaier van gewaarborgde dienstverlening voor alle inwoners van Boom. Er zijn de financiële en materiele dienstverlening, de begeleiding van mensen bij problemen van psychosociale, financiële of relationele aard, de spil- en signaalfunctie in het netwerk van de welzijnszorg, de ombuds- en overlegfunctie en het wegwijs maken van mensen in de doolhof van wetten en voorzieningen.

Een bijzondere aandacht is in Boom steeds uitgegaan naar de ontwikkeling van adequate voorzieningen voor senioren: een sterk uitgebouwde intramurale zorg in het rusthuis, een uitgebreid gamma van extramurale diensten als ondersteuning voor thuisblijvende ouderen en een degelijke ondersteuning van de mantelzorg. Het dagverzorgingscentrum is een van de
meest recente initiatieven in de transmurale zorgverlening. 

Het is evident dat dit uitgebreide en degelijk uitgebouwde netwerk van welzijnswerk geen realisatie is van korte termijn. Het is een werk van jaren, stuk voor stuk opgebouwd langs het tracé van een lange, zeer lange Weg. Toen Armand Schoeters in 1994 met pensioen ging als OCMW-secretaris was het duidelijk dat hij niet zomaar bruusk afscheid kon nemen van wat hem zoveel jaren dagdagelijks nauw aan het hart lag. Hij vroeg en bekwam de toelating van de raad voor maatschappelijk welzijn om in het archief van het OCMW te gaan grasduinen en een reconstructie te maken van het maatschappelijk welzijnswerk in Boom.

Hij vond daarbij een ideale co-auteur in de persoon van
Marcel Vereycken, die eveneens kon terugblikken op een rijke ervaring als OCMW-raadslid en die tevens als actief lid van de heemkundige kring een ruime geschiedkundige interesse had.
Een intense zoektocht van twee jaar ligt aan de basis van dit werk. Met een harde, vrijwillig opgelegde en volgehouden discipline hebben de beide auteurs alle beschikbare notulen en archieven uitgeplozen. Ze zijn daarbij zeer minutieus tewerk gegaan met zin voor realiteit en objectiviteit. Niettegenstaande er af en toe een persoonlijke visie op de feiten wordt gegeven, hebben de auteurs zich willen onthouden van duiding. Het boek moet dan ook beschouwd worden als een historische analyse van de  gebeurtenissen.

Het is in de eerste plaats een geschiedkundig document. Commentaar en bedenkingen waartoe sommige passages kunnen
aanleiding geven, worden overgelaten aan de kritische geest van de lezer. De auteurs bezorgen daartoe enkel het historisch materiaal. De talrijke illustraties vormen daarenboven een prachtige verluchting van het boek en verhogen het leesgenot ervan.

Het werk ontvouwt de lange weg die van in 1832 tot in 1997 werd afgelegd om het welzijnswerk op te bouwen dat we momenteel kennen. Het was een weg met zeer veel oneffenheden, met hindernissen en valkuilen. Een weg die leidde tot de ontsluiting van de waardigheid voor de minstbedeelden maar die nog steeds niet voltooid is. 

Ik wens dan ook de beide auteurs van harte geluk te wensen met de geleverde prestatie. Tevens dank ik alle medewerkers die de realisatie van dit project hebben mogelijk gemaakt, in het bijzonder Anne Schoeters, Annick Stevenheydens en Astrid Hoefman voor het dactylowerk, Christine Schoeters voor de correcties, Karel Verachtert voor het uittekenen van tabellen en grafieken en Louis Van Tongelen voor het op punt stellen van het fotomateriaal.

Mijn dank en felicitaties gaan ook naar de medewerkers van Continental Publishing voor de prettige samenwerking en voor de uiterst verzorgde uitgave van dit werk. Het boek mag terecht beschouwd worden als een toegevoegde waarde aan het reeds rijke
historisch patrimonium van Boom. 

Een “Nuevo Tango” als derde muziekstuk werd hierop op onberispelijke wijze ten uitvoer gebracht.
“Nuevo Tango” is in tegenstelling tot de titel eigenlijk een milonga of als het ware een trage tango. Het werk wordt gekenmerkt door een lange, chromatische inleiding die uitmondt in een mijmerende melodie voor de cello die slechts even onderbroken wordt door een iets pittiger intermezzo van de accordeon.

Dit kon gelden als introductie der auteurs want met veel plezier verstrekte Cindy Elsen het woord aan Armand Schoeters, ere-secretaris van het OCMW van Boom, en aan Marcel Vereycken, gewezen raadslid van dit OCMW. 

Als duet brachten de beide schrijvers volgende getuigenis:

Geachte Genodigden,
Mevrouwen,
Mijnheren,

Wij, dat zijn Armand Schoeters en Marcel Vereycken, wij hebben ons laten vertellen en dat hebben wij goed onthouden, dat de raad van het openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Boom geen moeite gehad heeft om te beslissen de geschiedenis van haar instellingen en in het bijzonder van Het Sint-Jan Baptist Gods- en Gasthuis te laten uitschrijven.

Ook heeft diezelfde Raad geen moeite gehad om een paar enthousiaste medewerkers te vinden die zich totaal achter dit project hebben geschaard. Het is echter na het opnemen van deze vererende opdracht dat wij ons rekening hebben kunnen geven van de moeite die wij hebben dienen op te brengen om deze tevens ambitieuze opdracht te kunnen waarmaken.

Of wij in dit opzet geslaagd zijn, daar zult U, geachte genodigden, mevrouwen en mijnheren, weldra over oordelen.

Wij weten niet of er in het gehoor van deze avond iemand aanwezig is die zich bij benadering een gedachte kan vormen van het totaal aantal bladzijden geschreven tekst ingenomen door de 165 jaar beslaande deliberaties en notulen. En of er onder onze toehoorders iemand opstaat die plus minus het aantal strekkende meters documentatie durft schatten die ingenomen worden door de geklasseerde archieven van het OCMW.

Voegen wij daarbij de pakken gemeentelijke documenten en de documenten van het ondergeschikte bestuur die wij geraadpleegd
hebben in het Rijksarchief te Antwerpen plus de opzoeking in het archief Drossaert te Tienen. Deze saaie opsomming, Dames en Heren om maar te zeggen dat wij gedurende bijna drie jaar iedere dinsdagvoormiddag nodig hebben gehad om het totaal van al deze gegevens te lezen, te verwerken, te ventileren en alles te verzamelen wat nuttig scheen om ons boek “De lange weg
naar waardigheid” te stofferen.

Geschiedenis schrijven impliceert ook dat de schrijvers zich beperken tot een wel afgelijnde periode. In een vroegere uitgave hebben wij gewag gemaakt van de verwijzing naar het begin
der XIXe eeuw. Deze maal hebben wij ons vastgepind op de datum van 1832 als vertrekpunt van onze rundschau omdat juist dit jaar de Boomse gemeenteraad onder leiding van burgemeester Verelst de beslissing nam dat het bouwen van een nieuw gemeentehuis en een nieuwe lagere school de voorrang kregen op een eventuele bouw van een gods-gasthuis. Het is deze negatieve beslissing die aan de grondslag zou liggen van alle initiatieven die het grootste deel
onzer bevolking achter het project tot de bouw van het St-Jan Baptist Gods-Gasthuis zal scharen. Het is een sterk verhaal van inzet en gedrevenheid. Wij vieren dan ook dit jaar met fierheid de l65e verjaardag van dit initiatief.

Daarmee was de toon gezet. Wel dient er opgemerkt dat men niet zo kortzichtig mag zijn te denken dat op het ogenblik der actie er geen armenzorg zou bestaan hebben. Armoede is van alle tijden en van overal. Dit wordt ten andere meer dan voldoende aangetoond in een speciaal artikel uit ons boek dat wij U niet willen onthouden. Het gaat als volgt :

Om verwarring te voorkomen is het noodzakelijk allereerst een omschrijving te geven van het begrip “armoede”. Hiernaast lijkt het ons ook onontbeerlijk om een algemene historische schets te geven van de evolutie van de armenzorg in de tijd1M. Vereycken: Van liefdadigheid via onderstand naar maatschappelijk welzijn
A. De Graeve: Maatschappelijk Welzijn
A. Schoeters: Van Liefdadigheid en bedelstand naar maatschappelijk welzijn .

Armoede – Begripsomschrijving

Waarschijnlijk bestaat er reeds behoeftigheid, armoede vanaf het moment dat de mens op zijn achterste poten loopt, weliswaar onder verschillende verschijningsvormen en in verschillende mate. Het is duidelijk dat de toestand van armoede, die onze nomadische voorouders -jagers en vissers- kon overkomen, toen ze duizenden jaren geleden over de aarde rondzwierven, niet met de hedendaagse toestand van armoede kan vergeleken worden.
Korter bij, doch voor onze tijdrekening (Oud Testament) en tot in de late Middeleeuwen kennen we het verhaal van de bijbelse Job als voorbeeld van armoede.

Armoede was toen door het noodlot bepaald, door God of de Goddelijke Voorzienigheid of door krachten of geesten die buiten de mensen leefden. De oorzaken ervan waren niet te achterhalen, Zalig de armen.

Maar deze maatschappelijke visie zal hierna veranderen en stilaan aanziet men armoede als een teken van God, als een teken van beproeving op de weg naar het eeuwig leven. En weldra gaat men ook onderscheid maken tussen de armen, nl. die door eigen schuld of zogezegd eigen schuld in armoede belanden en de anderen, de bruikbaren, de fatsoenlijken. Uit voorgaande vaststellingen blijkt dus hoezeer ons begrip “armoede” mee gaat evolueren naargelang de plaats en de tijdsomstandigheden.

Een algemene bepaling van het begrip “armoede”, is dus zeer moeilijk te geven, aangezien de minimale vereisten van levensonderhoud sterk aan tijd en plaats zijn gebonden. Het is dus een relatief begrip, waarvan de concrete inhoud verschilt naargelang het tijdperk dat men in ogenschouw neemt en ook naargelang de plaats waarin men het situeert. Vroeger, d.w.z. in de
Middeleeuwen en daarvoor, was overleven een hoofddoel van het grootste deel van de bevolking. Deze mensen moesten voor zichzelf voldoende voedsel kunnen produceren om in leven te kunnen blijven. Armoede betekende dus gebrek aan voedsel. In de hedendaagse westerse maatschappij is dat geëvolueerd naar een ander soort armoede, nl. te lage inkomsten beletten de persoon om deel te nemen aan het economische, sociale, politieke en culturele leven. Veelal is de graad van ontwikkeling en analfabetisme hiermee samengaand.

Verplaatsen we ons nu naar de derde wereld, dan bemerken we dat, zoals in onze maatschappij in de Middeleeuwen en voordien, de bevolking niet het vitaal minimum bereikt en armoede inderdaad eveneens een voedselprobleem is. Men kan trachten te zoeken naar maatstaven om de verschillen in levensstandaard tussen de verschillende gebieden te meten, bv. het inkomen per hoofd.

Maar om de armoedeproblematiek in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats te begrijpen, moet men ook kennis hebben van de technologische, psychologische, politieke en sociale verhoudingen in die tijd en op die plaats en vooral van de economische factoren die hierop hun stempel drukken. Want het is duidelijk dat er nauwe relatie bestaat tussen de armoede in een land, strek, gebied en economische en sociale problematiek.

De onderlinge beïnvloeding tussen de hierboven beschreven samenleving en de mens en tussen de mensen zelf kan dus de oorzaak van armoede zijn en bepalend voor de sociale afkomst.
Deze sociale afkomst speelt meestal een grote rol en leidt of kan leiden tot kansarmoede; men is arm omdat men geen voldoende middelen heeft om een redelijk bestaan te bereiken en die
middelen heeft men niet omdat men arm is en men kan ze ook niet krijgen omdat men geen invloed heeft en die invloed bekomt men niet, zolang men arm is.

De kans om uit deze vicieuze cirkel te geraken is klein, omdat het midden waarin men geboren werd reeds de karaktertrekken van het individu grotendeels heeft bepaald tijdens de jeugdjaren, cumulatief met een geringe beroepskennis en scholing, volgend uit een lage opleiding ingevolge het ontbreken van de noodzakelijke prikkels om dit gebrek te willen doorbreken. En samen met onze hedendaagse (consumptie) maatschappij, waar de economische groei tenslotte alles bepalend is, wordt alzo de kans om uit de wurggreep van de armoede te ontsnappen kleiner dan om erin te blijven.

Armoede in de welvaartsstaat?

Zo bezien is armoede een probleem van alle tijden.
Wat het bouwen van het St. Jan Baptist Gods-Gasthuis betreft, hebben wij in onze zoektocht door de beschikbare documenten één groot probleem onopgelost moeten laten. Zowel het gemeentebestuur als het Provinciebestuur hadden graag inzage gekregen van de plannen van de bouw.

Kan U zich voorstellen, Dames en Heren, dat de bestierende Commissie beide besturen schriftelijk heeft laten weten over geen plan te beschikken. U zal begrijpen dat de bezoeken aan de stad Tienen, stad waar de architect Drossaert21793-1863 gemeentearchitect was, in het teken stonden van onze vaste wil de plannen te ontdekken. Helaas al wat wij hebben gevonden zijn twee
voorbeelden van gelijkaardige oprichtingen door dezelfde architect gerealiseerd in illo tempore.

Ons verhaal gaat dan ook als volgt:

HET SINT JAN BAPTIST GODS-GASTHUIS
1842
13
JUNY

Zo luidt het inschrift onder de dorpel van het middenste der drie ogivale boogvensters die het daglicht binnenlaten in de burelen van de vroegere C.0.0. en O.C.W.M.-secretaris, thans de burelen van de secretaris van de IMSIR.

Hierbij mag de vraag gesteld : hoeveel van de duizenden bezoekers van het gasthuis hebben hun oog al laten vallen op deze inscriptie? Hoevelen van hen die het dan toch hebben opgemerkt, hebben de diepere betekenis ervan doorgrond? Dit inschrift immers herinnert ons aan een bijzonder stuk sociale geschiedenis van onze gemeente.
Alle officiële instellingen ten spijt, roerde er in het begin van de XIXe eeuw iets onder de christelijke bevolking van Boom. Als concretisering en specifieke vrucht van de christelijke
bezorgdheid voor de lijdende medemens, kwamen priesters en gelovigen op 06.01.1840 tot het besluit een gasthuis op te richten. Wie zou echter het vereiste kapitaal bijeenbrengen?

Geen moeite werd gespaard: kunsttentoonstellingen werden ingericht en geldinzamelingen gehouden. Op een eerste tentoonstelling, geopend op 1 augustus 1840 en gesloten op 12 oktober 1840, werden 1.005 kunstvoorwerpen geshowd. Het verloten van deze objecten bracht l6.555,29 Fr. in kas.

Logischerwijze werd een voorlopige bestierende Commissie aangesteld waarvan de heer J.B. Pauwels, rentenier te Boom, voorzitter werd. Het project duldde geen uitstel. De familie Pauwels stond in voor de grond (1ha, 36are, 25 ca). Bouwmeester Drossaert uit Tienen tekende de plannen.Deze werden op 14 november 1841 goedgekeurd.

Waarom nog wachten met de uitvoering van een eerste deel der werken? Op 25 april 1842 werd de aanbesteding gehouden: het ging om +/- 1.900 m3 metserij met timmer- en grof ijzerwerk. De steenbakkers leverden hiervoor gratis steen, pannen en plaveien;
de boeren namen het vervoer voor hun rekening.

Op 13 juni 1842 werd zelfs op plechtige wijze de eerste steen gelegd door E.H. J .B. Pauwels, Vicaris-Generaal van het Aartsbisdom.
Er blijft dus nog werk aan de winkel. Wij hopen dat ooit de echte plans mogen gevonden worden en dit probleem dan weggewerkt zal zijn. Wij hopen dat er ooit opvolgers deze kluif zullen klaren en dit met een waardevol resultaat.

Na al deze opzoeking waren wij klaargestoomd om de geschiedenis naar best vermogen neer te schrijven. Het boek was zo goed als klaar, in onze geest ten minste, het diende alleen nog op papier gezet.

U zal toch ook begrijpen dat wij hiervoor de nodige tijd hebben uitgetrokken. En toch kwamen de teksten klaar. Gelukkig kregen wij een geweldige ruggensteun vanwege het secretariaat van het OCMW dat er voor gezorgd heeft dat onze handgeschreven teksten keurig werden uitgetikt. Toch dienen wij in alle ootmoed te bekennen dat de computerisatie niet altijd feilloos is verlopen en dat een begin van vergrijzing is waargenomen in de zo mooie haardos van de operatrice.

Dank zij de voorzitter van OCMW kwamen wij in de goede handen van Continental Publishing die voor de uitgave van ons boek zouden zorgen. Het dient gezegd dat het trio gevormd door de Dames Stoop, Van Dam en Reyntjens de touwtjes zodanig in handen hield dat wij het resultaat van hun stielkennis nu mogen tonen in de
vorm van een opmerkelijk verzorgde en prima uitgave. U oordeelt daar samen met ons over, Dames en Heren.

Tot slot werd de Libertango gebracht.
“Libertango” (een samentrekking van “Libertad”(vrijheid) en “tango”) is wellicht Piazzolla’s bekendste werk en dit niet in het minst door de pop-versie van de excentrieke, zwarte zangeres
Grace Jones die er in het midden van de jaren tachtig in Frankrijk de hitlijst mee veroverde. Het is een snelle tango die ingezet wordt door een lange piano-intro en gekenmerkt wordt door enerzijds een zeer melodieus hoofdthema en anderzijds een ritmisch en opzwepend tegenthema dat na een virtuoos tussenspel van de piano leidt naar een spetterende finale. Na het slotakkoord bood het OCMW een gesmaakte receptie aan in de cafetaria waar de heer
secretaris, de burgemeester, de oud-burgemeester, de voorzitter en de oud-voorzitters de eerste exemplaren die van de pers gerold waren, heeft aangeboden.

De auteurs vervulden hierna de aangename plicht hun werk te signeren voor al de genodigden.


Digiprove sealCopyright beveiligd door Digiprove © 2019 Marc Verlinden

Geschiedenis van de gemeente Boom