10 JAAR OPEN MONUMENTENDAG VLAANDEREN 12 EN 13 SEPTEMBER 1998

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1997-1998

door  Marcel Vereycken, secretaris Ten Boome

Het ligt in onze Vlaamse aard ingebakken: elke gelegenheid moet aangegrepen worden om te feesten. Hoe zouden wij dan het tienjarig bestaan van Open Monumentendag Vlaanderen beter in de verf kunnen zetten dan dit gebeuren feestelijk te omkaderen? De keuze van het thema ligt voor de hand: Feest, dus. Maar voor het feest kan beginnen, moet er nog overlegd, gestudeerd, praktische problemen opgelost, activiteiten georganiseerd. 

Om het initiatief beter te bestuderen, trokken mevr. Paula Van Aken, dhr. Lode Somers en ondergetekende, stichtende leden van Ten Boome, als afgevaardigden van het Lokale Comité en de Stuurgroep Open Monumentendag Vlaanderen op 14 januari 1998 naar de Startdag te Brugge.

Uit onze nota’s der referaten van dhr. Jean Van den Bulcke, eerste schepen en schepen van Monumentenzorg van de stad Brugge, van dhr.  Guido Knops, voorzitter van de Stuurgroep OMD Vlaanderen en directeur bij de Koning Boudewijnstichting, van dhr. Jo Broeckx, adjunct van de directeur bij de afdeling Monumenten en Landschappen en lid van de Stuurgroep OMD en van mevr. Els Eyskens, projectcoördinator OMD Vlaanderen en projectmedewerker bij de Koning Boudewijnstichting, filterden wij volgende gedachtegang:  Belangrijk is te weten of we de thematische toer opgaan en ons liever beperken tot alle plaatsen waar normaal gefeest wordt of bouwen we een ‘monumentenfeest’.  Dit dient  nog in het comité uitgemaakt.

Feesten is van alle tijden en plaatsen. De thematische invulling levert nochtans een brede waaier van mogelijke locaties op, zowel op openbaar terrein als in de privésfeer. Denken wij maar aan de jaarlijkse bezinningsruimte die de opening van een academiejaar met alle luister omkleedt, aan de jonge massamedia die feest doorstralen als een 100.000 of niets of een Rubensstoet, aan de vlaggen en de ‘lichtfeërie’ die een spel  zonder grenzen tekenen en al die pleinen die ontworpen worden om te feesten en om openluchttheater te brengen. 

Toch zijn er tal van gebouwen die enkel met het doel werden opgericht om te kunnen feesten. Dit zijn de feestzalen of feestpaleizen die bijv. werden opgericht door stads- of gemeentebesturen. We kennen allen goed genoeg de stadsfeestzaal van Antwerpen. Andere opdrachtgevers waren te vinden in het verenigingsleven en variëren van ‘koninklijke” onderscheiden sociëteiten  uit de culturele of wetenschappelijke wereld tot beroepsverenigingen, werkgevers- en werknemersorganisaties. 

Wie kent het feestcomplex niet van de Zoo van Antwerpen of het overbekende Feestpaleis?  Om niet te vergeten in één adem te vernoemen met deze grootheden: alle lokalen van artistieke, literaire  of adellijke verenigingen, loges, volkshuizen en zo meer.

Even specifiek zijn de feestzalen die deel uitmaken van scholen, ziekenhuizen, sanatoria, kazernes en andere ijkpunten van het openbaar leven.  Denken wij ook aan de stads-en gemeentehuizen waar de trouwzaal niet zonder reden meestal het feestelijkste lokaal uitmaakt. De bal- of banketzaal droeg in vele kastelen of rijkere patriciërswoningen veelal bij tot het prestige. De ‘ridderzalen’ uit de middeleeuwse burchten die wij in onze schooltijd mochten bezoeken spreken nog steeds tot onze verbeelding. 

Dit geldt ook voor vele hotels die gericht zijn op een aangenaam en een zo mogelijk  feestelijk verblijf van de gasten. Ook hier behoort een feestzaal tot de verplichte uitrusting.  En zo worden wij onvermijdelijk  naar het terrein gevoerd van de horeca:  cafés, restaurants en danszalen , voor zover hun inrichting de tand des tijds, de wisselende modes en veiligheidsvoorschriften wist te doorstaan.

Operagebouwen en theaters , casino’s tot harmonies en muziekkiosken verdienen zonder meer  opgenomen te worden in de lijst  der feestgebouwen , al was het maar door hun feestelijke uitmonstering, hun functie en uitstraling.  Het kerkelijk patrimonium mag niet uitgesloten worden uit deze profane opsomming . Kerken vormen evenzeer het toneel van feestelijke  of meditatieve gebeurtenissen  in het leven van de mens:  huwelijk, doopsel, uitvaart, zonder dat wij afbreuk doen  aan de spirituele waarde van de  religieuze architectuur. Al deze gebouwen houden een dak boven het leven . Het zal ons niet verbazen  dat er  onder die daken nogal wat gefeest werd: in de privésfeer  met gezin of vrienden, in de ruimere kring van het verenigingsleven…tot in dermate groten getale  dat gebouwen er alleen nog maar het decor en niet meer  het onderdak voor kunnen zijn. 

Aan al die plaatsen zit natuurlijk een verhaal vast. Dit kan boeiende invalshoeken opleveren voor de traditioneel geworden inhoudelijke invulling van de OMD. Er is zoveel te vertellen over de geschiedenis, de functie of over deelaspecten van het feesten, over de relatie tussen enerzijds het feest en anderzijds kunst en decoratie, over al dan niet verdwenen bijzondere feestelijkheden, zoals blije inkomsten, carnaval,    het opzetten van de meiboom, processies, ommegangen en andere stoeten. Ook op lokaal vlak zijn er monumenten in verband te brengen met feestelijke gebeurtenissen of herdenkingen.

Toch verdient tien jaar Open Monumentendag Vlaanderen en evenveel ‘monumentenfeesten’ een moment van bezinning, een terugblik in feestelijke stemming. Ongetwijfeld werden tal van monumenten   door toedoen van Open Monumentendag  aan de vergetelheid ontrukt  of alleszins opnieuw tot leven gebracht. Dit tastbaar resultaat van de jaarlijkse sensibiliseringscampagne dient in de kijker geplaats te worden als voorbeeld van het engagement  van zo velen die door hun inspanningen een blijvend effect nastreven.  Dit is logisch , want het is niet de bedoeling er  zomaar een feest van te maken . Nee, OMD 1998  wordt een monumentaal feest!

Ook Prof. Dr. Stefaan Top was van de partij en liet ons snoepen aan volgend referaat:

Feesten als cultureel erfgoed

door Prof. Dr. Stefaan Top1Langemark, 17 april 1941) Belgisch volkskundige, voormalig hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Het begrip feest dekt een grote en heterogene lading van collectieve, dynamische, geritualiseerde en gestructureerde gedrags-en communicatievormen, die de mens meestal als zeer aangenaam ervaart.  Feest vieren is immers plezant en bovendien biedt het de kans  de sleur van iedere dag te doorbreken.  Feesten geven tevens ritme aan het leven , want de boog kan niet altijd gespannen zijn.  Vandaar dat Nietzsche  spreekt van een feest als
“Ein abwerfen der grosen last…”  (Bausinger), 
terwijl Goethe het zo formuleert:
“Tages Arbeit, abends gäste!
Saure wochen, frohe festen!
Sei dein künstig zauberwort.” (Weber-Kellermann:7)

 Marquard treedt deze mening bij en ziet een feest als
“Entlastung des alltags” (417)
Volgens hem is de mens het enige excentriek wezen van de schepping, want hij leeft zijn eigen leven en kan daar tegelijkertijd over nadenken en er afstand van nemen:
“Sein leben leben: das ist beim menschen sein alltag. Auf distanz gehen zu seinem leben: das ist beim menschen das fest.” (414)
Of nog kernachtiger uitgedrukt:
“Das fest als morotarium des alltags.” (Marquard: 415)

Al deze citaten e n beschouwingen maken één zaak duidelijk: feesten wordt heel vaak gezien en ervaren als een alternatief van, een oppositie tegenover het gewone van iedere dag: de sleur, de slenter, het banale, het vervelende, de stress. De tegenstelling feest-dagelijks leven is evenwel van alle tijden en moet vroeger waarschijnlijk veel intensiever zijn beleefd, aangezien werken om den brode, veelal een kwestie van overleven was, want geen werk betekende geen loon en dus honger, ontbering en armoede.

Vandaar dat historici prachtige verhalen kunnen opdissen over feestvieringen in onze gemeenten en steden in het verleden. Volgens Raymond Van Uytven, die de historische stadscultuur  door en door kent, hadden stadsfeesten een uitgesproken finaliteit. 
Ze moesten bijdrage tot het bevorderen van:
“Cohesie en stabiliteit van de stadsgemeenschap. De grootste processies en stoeten waaraan  de hele stad van hoog to laag volgens een vanouds vastgelegde orde, elk op zijn eigen plaats deelnam, gaven aan alle  bewoners de illusie van deelneming in het stedelijk leven en waren meteen ook manifestaties van de aanvaarding van de bestaande politieke en sociale rangorde.” (Van Uytven: 561)

Dergelijke feesten stonden dus in dienst van het ideaal van convivialiteit, een samenlevingsmodel dat uiterlijke verbondenheid beoogde en ook etaleerde. Op het  magistrale schilderij van Denijs van Alsloot ” De Ommegang van Brussel” (1615) is dit zeer goed te zien.

Naast de defilerende pronkende gildenbroeders,  ambachtslieden en eveneens mooi uitgedoste toeschouwers is er warempel ook plaats voor bedelaars, die weliswaar  in de marge van het pralerig vertoon blijkbaar de toelating hebben gekregen om rondstrompelend  een paar centen te vergaren (zie Goedleven)

Ommegang Brussel, Denis van Alsloot (foto: Wikipedia)

Samen met Bausinger (262-264) vragen we ons toch wel af of deze als theater opgeklopte samenhorigheid beantwoordt aan een historische realiteit. Het bewust slopen van sociale barrières om te komen tot gelijkheid kan wellicht door feestvieren en met mooie slogans nagestreefd worden, maar recent onderzoek van feestcultuur  vanuit de hoek der deelnemers laat zien dat sociale ongelijkheid zelfs onder of achter het carnavalsmasker duchtig overeind blijft. Uiterlijkheid en retoriek zijn niet in staat daar verandering in te brengen. Of dat vroeger wel mogelijk was, betwijfelen we ten zeerste gezien de pertinente en schrijnende maatschappelijke tegenstellingen (Vandenbroeck)

Voor elk wat wils: u vraagt, wij feesten….

Rekening houden met diverse invalshoeken en factoren, kunnen we verschillende soorten feesten onderscheiden. Aspecten van ruimte, tijd, sociale component, levensloop, relevantie, ideologie en inhoud bieden alvast allerlei mogelijkheden tot differentiatie (vgl Met Bimmer):

*Ruimtelijk:  
-buiten/binnen: publiek feesten/huiselijke feesten (bv verjaardag, feest met vrienden, collega’s, feest van de burgemeester…)  
-stad/platteland/wijk, gehucht (kermissen, carnaval).
-regionale spreiding (Verloren maandag).

*Tijd:
-kalenderfeesten : van 1 januari tot 31 december(met nog steeds een grote impact van de kerkelijke feesten (zie J. Art)
-seizoenen: lentefeesten (carnaval), oogstfeesten .
-frequentie:  -ad hoc feesten (vaak eenmalig) (bv. Jubilea: 10 jaar Open Monumentendag=tin; 550 jaar Leuvens stadhuis).
-jaarlijks, driejaarlijks, zevenjaarlijks (Virga-Jessefeesten Hasselt;kroningsfeesten Tongeren),  om de 15 à 20 jaar(Ros Beiaard Dendermonde), om de 25 jaar (Jubelfeesten O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën Bree, Jubelfeesten O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën  Peer).

*Sociale component:
-kinderfeesten (Pasen: klokken, paashaas; St.-Maarten; Sinterklaas; oudejaar-en driekoningenzingen)/feesten voor volwassenen.
-sociale groepen: scholieren (Chrisostomos), muzikanten (Sint-Cecilia), metaalbewerkers (Sint-Elooi), jagers (Sint-Hubertus), timmerlieden (Sint-Jozef), secretaressendag, Moederdag, Vaderdag enz…
-bedrijven (al dan niet regelmatig)
-verenigingen, schuttersgilden, sportverenigingen, brandweer, Chiro, Scouts enz…
-vrienden, collega’s
-familie-naamverwantschap (om de vijf jaar is het verzamelen geblazen voor al wie Top heet).
-leeftijd: 18-, 21-, 50-, 65-jarigen; pensionering.

*Levensloop 
Van de wieg tot het graf /columbarium/strooiweide; geboorte, doop, eerste en plechtige communie, lentefeest (feest Vrijzinnige Jeugd), huwelijk, overlijden, jubilea, verjaardagen,…

*Relevantie
nationale feesten met grote, algemene symbolische waarde (1 mei, 11 en 21 juli, 11 november):;daartegenover staan de intieme feesten, die voor de betrokkenen echter ook grote symboolwaarde kunnen hebben maar meestal informeler verlopen (Valentijn, huwelijksverjaardag, Kerstmis,…)

*Ideologie
profaan/religieus (kerkelijk)

*Inhoud (bedoeling)
historische achtergrond (feiten bv. Gouden Boomstoet Brugge; figuren bv. Bakelandfeesten Langemark; gebouwen en monumenten bv. de talrijke begijnhof-, hoeve-, kasteel- en molenfeesten; economische gegevens bv. Canteclaerfeesten Deinze); promotie bv. Suikerfeesten Tienen, verering van heilige of iets anders bv. talrijke processies en ommegangen; volkscultuur bv. Knapkoekfeesten Maaseik, meiboomvieringen. 

Het is evident dat deze classificatie niet helemaal sluitend is, zodat nogal wat overlappingen, combinaties en aanvullingen mogelijk zijn. Zo te zien, feesten we ons haast dood…

Dynamiek van feesten

Uit de grote groep feesten zonderen we een bepaalde categorie af, namelijk de dorps-en stadsfeesten, die op hun beurt in subcategorieën onder te verdelen zijn.

Bij de benadering van het fenomeen dorps-en stadsfeesten  stellen we ons op het standpunt van de volkskundige, wat onder meer wil zeggen dat de focus niet zozeer gericht wordt op het feest als exterieure cultuurmanifestatie, die veelal uitmunt door kleur, klank en beweging. Onze aandacht gaat meer naar de “homo celebrans”, die zich in totaal  verschillende rollen kan manifesteren namelijk van organisator, participant en toeschouwer-consument.  Naargelang van de ingenomen positie  tegenover het feestelijk gebeuren varieert de betrokkenheid en het verwachtingspatroon van de feestvierder gevoelig.

Als lid van het organiserend comité ligt hij/zij mede aan de basis van de besluitvorming om naar aanleiding  van een al dan niet traditioneel gegeven een feest te realiseren. Het waarom van het initiatief kan teruggaan op heel verschillende motieven: een legendarisch of historisch gegeven rond een gebeurtenis, een figuur, een stuk cultureel erfgoed (beeld, gebouw, marktplein, site..),  een oud gebruik (meiboomplanting), een anekdote (Koddige Fietel, Eine), een gedicht/lied (Tinekesfeesten, Heule),  een natuurproduct (Hoppefeesten, Poperinge),  een volkscultureel  gegeven rond volks-en bijgeloof (heksen, katten),  legitimatie  van de groep (schuttersfeesten),  enz.  Redenen  genoeg dus om al dan niet jaarlijks zijn beste beentje voor te zetten en met een feest uit te pakken.

Het is de taak van de organisatie  honderd en één procent te geloven in de intrinsieke waarde, de haalbaarheid en het succes van het project.    Dit veronderstelt geregeld overleg en een billijke taakverdeling   in vriendschappelijk en collegiaal verband: iedereen staat vierkant achter het beoogde doel en doet wat  hij kan.  Dit impliceert eensgezindheid nopens het concept en de te volgen strategieën bij de realisatie ervan.  Of dit ideaal wel bereikt  wordt, is maar de vraag. Maar een comité als denktank ,  die tevens de krijtlijnen uittekent, vormt nog geen feest. Daarvoor heb je meer nodig, namelijk medestanders, die zich bereid verklaren daadwerkelijk hun schouders onder het project te steken. De participanten vullen het plan in en voeren het tevens uit, uiteraard zoveel mogelijk volgens de geest van de organisatie. Ze doen dit ieder op zijn manier en in de rol die hun toegespeeld wordt.    Als actoren-performanten komen de medewerkers meestal  uit heel verschillende sociale milieus en is hun betrokkenheid tot het project zeer variabel.  Waarom meldt men zich eigenlijk aan?

Van de actoren wordt gehoopt dat ze de doelstellingen van het feest  niet alleen kennen maar ook onderschrijven: de verwachtingen van organisatoren  en deelnemers moeten immers convergeren. Maar lukt dat wel steeds  of in voldoende mate? Veel zal afhangen van de complexiteit , de moeilijkheidsgraad, het inlevingsvermogen  en nog veel andere al dan niet psychologische factoren om de  opdracht te aanvaarden  en tot een goed einde te brengen. Hoe dan ook,  deze groep mensen zijn onmisbaar en daarom zo belangrijk.  

Naast de organisatoren en participanten zijn nog andere mensen in het rollenspel betrokken, dat elk feest is. We bedoelen in eerste instantie de bewoners van het dorp of de stad waar het feest zich afspeelt. Zij vormen de uiteindelijke doelgroep, al dan niet aangevuld met de toeristen en de media.

Als buitenstaanders-ze bevinden zich ook letterlijk buiten of aan de rand van het parcours-ondergaan zij het feestgebeuren, dat ze van op afstand (al dan niet in de tribune) volgen. Bewoners worden verondersteld van te supporteren en enthousiast uitdrukking te geven aan de wijze waarop zij het schouwspel recipiëren. De reacties van de bewoners, die zich op een of andere manier moreel en wellicht ook financieel (belastingen, steunkaarten, sponsoring) bij het feestproject betrokken voelen, zijn niet irrelevant, integendeel, van hun houding hangt het grotendeels af of het feest voor herhaling vatbaar zal zijn. Hun gunstige respons wordt evenwel voor een deel bepaald door het feit of ene feest al dan niet aan hun specifieke verwachtingspatroon beantwoordt. Dat is niet zo evident, omdat mensen niet steeds objectieve criteria hanteren bij het evalueren van publieke gebeurtenissen.        

Maar normaliter kunnen organisatoren en medewerkers rekenen op veel goodwill van de bewoners, die het meestal appreciëren als hun lokaliteit, waar ze eventueel geboren en getogen zijn, voor de buitenwereld een goed figuur slaat. Blijkt ook nog dat ze achter de happening staan en tevens de concrete uitwerking van het feestelijk cultuurgegeven appreciëren, dan is de beoogde communicatie via een beweeglijke, kleurrijke en muzikale uitbeelding geslaagd. De code is begrepen, de boodschap is overgekomen, het feest heeft zijn doel bereikt.

Veel onbereikbaarder is het te voorspellen welke houding de toeristen en de media zullen aannemen. Omdat ze in principe geen directe binding hebben met de feestmakers, zullen zij met de ogen en de smaak van echte consumenten reageren,  dat wil zeggen in ieder geval veel afstandelijker en wellicht ook veel kritischer. Daarom worden zij beschouwd als de moeilijkste groep, wier oordeel dan ook met de nodige dosis scepticisme wordt aanvaard. In de mate dat bezoekers en media het feest omarmen en daar ook expliciet uitdrukking aan geven, slagen de  toekomstkansen van het feest en verwerft het meer legitimiteit om wellicht uit te groeien tot het culturele identiteitsbevorderende visitekaartje van het dorp of de stad.

Cultuurhistorische ruimte        

Maar naast de mensen die feesten maken tot wat ze zijn en in drie totaal verschillende groepen onderverdeeld kunnen worden, mogen we niet vergeten eveneens aandacht te schenken aan het historische decor, dat al kenmerkende achtergrond fungeert en bestaat uit de straten, de pleinen en de huizen waarlangs het feest zich ontplooit. De ruimtelijke beeldvorming rond feesten, die al tientallen jaren en soms veel langer de tijd trotseren, is dankzij iconografische bronnen mee gaan behoren tot de essentie van het feest. Van het bindweefsel dat doorheen de tijd ontstaat en groeit tussen bewoners en hun woonplek,  gaat een onbeschrijfelijke kracht uit, die inspireert, fascineert en meteen de uniciteit va het feest bepaalt.  Onze stedelijke kernen, waarvan de meeste toch nog ene zekere authenticiteit uitstralen, zijn veel meer dan cultuurhistorische coulisse. Samen met veel van onze feesten vormen zij een onverbrekelijk, enig cultureel erfgoed, waarop we heel zuinig moeten zijn, want megalomanie, mediatisering, commercialisering, politisering en folklorisering   loeren bedreigend naar dit patrimonium (zie Hugger: 15, 17), dat we niet genoeg kunnen koesteren.  Laten we daarom matig zijn in onze feestconsumptie en erover waken dat feestvieren nooit evolueert tot “Ersetzung des Alltags” maar “Ergänzung des Alltags”  blijft (Marquard: 420).

Monumenten van feestcultuur?

Het is, hopen we, voldoende gebleken dat feesten een collectief gebeuren is, waarbij zich allerlei spanningsvelden kunnen voordoen tussen de organisatoren, de actoren en de toeschouwers. Een feest is immers in de regel  een gestructureerd, complex fenomeen, dat veel meer is dan een of andere ludieke aangelegenheid. Het gaat heel vaak om een onvervalst ritueel, dat een specifieke  niet altijd eenvoudige boodschap poogt te brengen. 

Dramatische expressie, lichamelijke bewegingen, een stel rekwisieten en akoestische vormen  dragen bij tot  de transfer van codes, die de recipiënten zich eigen proberen te maken.
Die communicatie verloopt niet steeds eenduidig noch rechtlijnig, maar het decoderen ervan is een  conditio sine qua non om het feest als al dan niet traditioneel ritueel te begrijpen, te appreciëren en het in zijn cultuurhistorische en ruimtelijke context precies te kunnen duiden.  

Sommige van onze gerenommeerde feesten zijn door hun ouderdom en uitstraling als het ware uitgegroeid tot levende relikwieën.  Ongetwijfeld dragen ze bij tot lokale groepsverbondenheid, herkenning van het cultureel erfgoed en identificatie met de stad. Feesten hebben we dus nodig. Vandaar de vraag of het thema feest van de Tiende Open Monumentendag in Vlaanderen geen aanleiding kan geven om in de schoot van de Koning Boudewijnstichting over te gaan tot de oprichting van een Commissie Feestcultuur, die moeten onderzoeken of bepaalde feesten als ontegensprekelijk bewijs van menselijk en cultuurhistorisch weefsel niet in aanmerking komen om gelabeld te worden als cultuurmonument of als een soort cultureel ambassadeur. In het vooruitzicht van Europa 2000 en/of Vlaanderen 2002 is het wellicht aangeraden ons daar nu reeds over te bezinnen.

Enkele suggesties in verband met feest/gebouw (onder voorbehoud)  

AlkenMolendagMolens
AntwerpenPelgrimstafelJulianushuis
Brugge H. Bloedprocessie
Processie O.L.V. van Blindekens
H. Bloedkapel
Kapel van Blindekens
Kapel van de Potterie
Diest Molenfeest Lindemolen
GalmaardenPauwelvieringPauluskapel
HammeMolenfeesten Molen de Grote Napoleon
HerzeleMolenfeestWindmolen
HingeneKasteelfeestenKasteeldomein d'Ursel
HoogstratenH. Bloedprocessie
Begijntjes laat besluit
Sint-Catharinakerk
Idem
KinrooiMolenfeesten Lemmensmolen
KruibekeApostelbrokkenSchipperskapel
LaarneKasteelfeesten, heksenstoetKasteel
LandenMolenfeesten
LeuvenLuister van LeuvenStadhuis
LierBegijnhofprocessieBegijnhof
MarkeHoevefeestenKinderboerderij van Clé
MechelenHanswijkprocessieHanswijkkerk
MeigemH. BloedprocessieKerk
MeiseSint-ElooivieringSint-Elooikapel
MolenbeerselMolenfeestenKeyers-en Zorgvlietmolen
MoorselHoevefeesten
OpwijkSint-PaulusprocessieSint-Pauluskerk
PeerTorenfeestenKerk
RoesbruggeHoevefeestenHoeve Ter Linde
RonseFiertelSint-Hermeskerk
RuttenSint-EvermarusfeestH. Evermaruskapel
Sint-Maartens-Latem Molenfeesten
Sint-NiklaasWitte Molenfeesten
Sint-TruidenBegijnhoffeesten
TervurenSint-HubertusvieringSint-Hubertuskapel
Tongeren Begijnhoffeesten
TorhoutKasteelfeestenKasteel van Maerde
WesterloKasteelfeestenKasteel de Merode
ZemstBedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw van 't HammekeKapel

 

 

 

 

 

 

 

Digiprove sealCopyright beveiligd door Digiprove © 2019 Marc Verlinden

Geschiedenis van de gemeente Boom