DE CONSCRIPTIE

image_pdfimage_print

HOE IS DE WET JOURDAN-DELBREL IN ONZE STREKEN UITGEVOERD?

De conscriptielijsten waren ver van klaar. « De eerste klas leverde de verwachte cijfers niet : er werden 203.000 rekruten voorzien, 143.000 werden als bekwaam erkend, 97.000 vertrokken wezenlijk en slechts 74.000 kwamen in de kampen aan. » 1J.P. BERTAUD, La Révolution armée, bl. 337 en 338,

Het ontbrekend aantal moest dus aangevuld worden door de jongste dienstplichtigen van de 2de klas. Tot aanduiding van jongelingen van de 2de klas op basis van hun ouderdom is echter nooit gekomen.

De wet van 17 april 1799 (28 germinal an VIII) aanvaardde dat de conscrits van te voren bijeenkwamen om vrijwilligers te kiezen, om onder elkaar te loten teneinde het contingent bij te passen. Tenslotte mochten de lotelingen plaatsvervangers kopen. Het leger werd op die manier 57.000 man rijker.

« (…) Het departement der Twee-Nethen (werd) verplicht(…)1371 man te leveren,(…) behorende tot (de 2de en 3de klas). De onderverdeling (…)per municipaal kanton en per deelgemeente werd ( … ) medegedeeld ( … ).

Zodra het bestuur van een municipaal kanton (…)op de hoogte was gesteld, kreeg dit kanton nog 24 uur om de dienstplichtigen van de 1 ste klas op te sporen, aan te houden en naar de hoofdplaats van het departement over te brengen. Hun aantal mocht dan afgetrokken worden van het te leveren contingent der 2de en 3de klas, zelfs indien deze opgepakte dienstplichtigen afkomstig waren uit een ander municipaal kanton.

Vervolgens beschikte het municipaal kanton nog over drie dagen tijd om vrijwilligers te werven van minimum 18 en maximum 30 jaar oud (ze mochten echter niet tot de 1 ste klas van het jaar VII behoren) ; het aantal aangeworven vrijwilligers mocht eveneens afgetrokken worden van het contingent der 2de en 3de klas.

De nog te leveren dienstplichtigen der 2de en 3 de klas moesten aangeduid te worden door een loting in de hoofdplaats van het departement ( … ). »2Eug. de LELYS, Conscriptie in de Franse Tijd, bl. 174. Aanduiding door loting was in flagrante tegenspraak met de geest van de wet Jourdan-Delbrel. « Hoe een dergelijke loting verliep, vernamen wij uit « De Kronijk van Antwerpen » van de gebroeders Van Straelen. Ze beschreven de loting van het municipaal kanton Antwerpen, die op 30.04.1799 plaatsgreep.

Lotelingentrommel (Foto: www.bekegem.be)

( … ) De stad Antwerpen (beschikte) in totaal over 441 dienstplichtigen van de 2de en 3de klas en (zij) moest ( … ) hiervan een contingent van 303 man (leveren). Omdat het municipaal bestuur van Antwerpen erin gelukt was een groepje van 17 landsverdedigers, gevormd door opgepakte dienstplichtigen van de 1 ste klas en vrijwilligers, te verzamelen, werd het contingent van de 2de en 3de klas teruggebracht tot 286 man.

De loting zelf verliep als volgt : in een kastje werden 441 briefjes met de namen van de lotelingen geworpen; in een tweede kastje mengde men 286 briefjes met de vermelding « militaire partant » en 15 5 blanco brief es. Daarna trok dan een kleine jongen uit het eerste kastje een brief met naam ; vervolgens trok een andere jongen een brief uit het tweede kastje. De naam van de loteling werd dan ingeschreven, al naar het geval, op de lijst van de lotelingen aangeduid voor militaire dienst of op de lijst der geluksvogels die een blanco briefje getrokken hadden.( … ) De ongeluksvogels die door het lot aangeduid waren om naar het leger te vertrekken, kregen nog vijf dagen tijd om een plaatsvervanger te leveren. »3Eug. de LELYS, Conscriptie in de Franse Tijd,bl. 174.

Later werd er geen loting meer voorgeschreven. De geest van de wet Jourdan-Delbrel werd hersteld : aanduiding op basis van de geboortedatum. En toch … Voor Boom beschikken wij over documenten betreffende de klas van het jaar VIII. « De burgemeester van Boom, Egide de Bruyn, bijgestaan door zijn adjuncten Jean Baptiste Pierre Verdussen en Michel Struyf, verzamelde op 28 juli 1801 de dienstplichtigen.

Van de 24 man van deze klas waren de meesten persoonlijk aanwezig ; de afwezigen waren vertegenwoordigd door hun ouders. Na gezamenlijk overleg kwam men tot de vaststelling dat, gezien het groot aantal onvermogenden, het onmogelijk was de nodige geldsommen in te zamelen om 4 mannen te betalen die bereid zouden zijn het contingent van de gemeente Boom te vormen. De dienstplichtigen zelf stelden voor over te gaan tot de aanduiding door loting dit voorstel werd unaniem aanvaard. Vervolgens werd er geloot op volgende manier: er werden 24 volledig gelijkvormige briefjes gesneden ; 20 blanco gelaten en op 4 werd geschreven « à partir pour l’armée ». Vervolgens werden de 24 briefjes in een urne geworpen en goed gemengd. De naamlijst van de dienstplichtigen werd zeer langzaam en duidelijk afgelezen door de gemeentesecretaris ; telkens hij een naam afgelezen had, trok een kind een briefje uit de urne tot alle briefjes getrokken waren. Op deze manier werden Pierre François Hellemans, daglonerszoon, Jean Baptiste Spillemaeckers, kerkmeester, Corneille van de Cruyssen, dagloner, en Jean Baptiste Van Aken, dagloner, aangeduid voor militaire dienst.

Deze loting was ( … ) strijdig met de wet en de voorschriften van de prefect. Niettemin werd aan de bovenrand van de brief van burgemeester De Bruyn aan de prefect waarmee het proces-verbaal van de loting verzonden werd, door de prefect geschreven: « 4e Bureau. Donner les noms à la gendarmerie ».

Hieruit blijkt dus dat de prefect de loting en haar resultaat aanvaard heeft. Dit mag ons verwonderen, maar wij geloven dat de prefect de hemeltergende traagheid bij de rekruteringsoperaties van de klas van het jaar VIII meer dan moe was. Hij had immers persoonlijk vroeger reeds de vier dienstplichtigen van de gemeente Boom bij name aangeduid op basis van het wettige principe : de jongste het eerst. Het betrof hier Jean François Van de Velde, 20 jaar en 14 dagen oud voor 22.9.1799 Pierre Jean De Bruyn, 20 jaar 1 maand en 4 dagen voor 22.9.1799 , Pierre Joseph Steenackers, 20 jaar, 1 maand en 21 dagen oud voor 22.9.1799 Guillaume De Mondt, 20 jaar, 2 maanden en 11 dagen oud voor 22.9.1799, Niemand van dit viertal was komen opdagen om te vertrekken. De rijkswachtbrigade van Boom was er wel in geslaagd op 19.8.1801 ene Pierre Jean De Bruyn te arresteren, maar dat was niet de juiste man, want hij had al voor 22.9.1799 de ouderdom van 20 jaar, 7 maanden en 11 dagen bereikt.

Burgemeester Egide De Bruyn haastte zich dan ook om nog dezelfde dag de prefect van deze gissing op de hoogte te stellen ; hij deelde hem ook mede dat Van de Velde en Steenackers nog steeds voortvluchtig waren en dat De Mondt op 9.11.1800 overleden was.»4Eug. de LELYS, Conscriptie in de Franse Tijd,bl. 178 

Digiprove sealCopyright beveiligd door Digiprove © 2019 Marc Verlinden

Geschiedenis van de gemeente Boom