MIJN VADER FRANS KAMIEL VERHOEVEN-EEN UITZONDERLIJK BOOMENAAR

Terug naar overzicht jaarboek 1997-1998

door George Verhoeven, lid Ten Boome

In het commercieel circuit verfranste hij later zijn voornaam als Camille omdat zijn firma “Bagger en Kranenbouw Femont & Verhoeven” veel Franstaligen onder het cliënteel had. Trouwens zijn vennoot deed dat ook en noemde zich Alphonse Femont, hoewel zijn voornamen Jan Alfons waren.

Hij werd geboren als laatste en mannelijke telg uit een eenvoudig arbeidersgezin op 2 december 1903 en kreeg de voornaam van de werkgever van zijn vader, nl. Camille Rypens van de Bloemmolens Rypens, zoals dat soms in die jaren wel gebeurde. Alleen was er toen misschien oppositie tegen de Franse voornaam begin van de 20ste eeuw en is op de aangifte alleen rekening gehouden met de Nederlandse schrijfwijze.

Er was echter in 1903 reeds een kind Verhoeven geboren, die men Kamiel noemde, doch bij de aangifte van de geboorte was ook Frans Verhoeven aanwezig, zijn oom en waarschijnlijk zijn peter en zo ontstond Frans Kamiel.

Het 6e studiejaar B van de staatsmiddelbare jongensschool van Boom bracht in 1918
hulde aan de Verenigde Staten van Amerika.
Wij herkennen :
bovenste rij : Willems, Louis Georges, Louis Krekels, ?, Jef Annemans, Julien Willems, ?,
Carl Van Bogaert en ?
middenste rij : Paul Maes, Rik Roofthooft, Willy Gillé, De Roover, Leon Spiessens, Frans
Vergauwen, Gaston De Jongh en Fernand Van Reeth.
onderste rij : Marcel Roofthooft, Rik Marnef, Jan Van den Heuvel, Florimond Struyf,
Kamiel Verhoeven, Rik Van Lerberghe, Courtin en de leraar Jozef Van. Roy. (Foto: ‘Zo Was Boom’, A. Vinck 1975)

Hij liep school bij de Broeders en stapte later over naar de Rijksmiddelbare School waar men hem terugvindt op een foto van 1918 bij de huldiging van de Amerikanen voor hun Food Relief for Belgium (een initiatief van president Hoover).

Zijn eerste werk begon hij in Antwerpen als loopjongen bij een wisselagent en wou men hem nadien als leerjongen in de diamantsector opnemen, doch hij voelde daar weinig voor en na enkele weken stopte hij al.

Als jonge man, begaafd met een technische belangstelling, volgt hij de avondlessen van de Gewestelijke Technische School te Boom. Later in 1926 wordt deze school de P.T.S. of Provinciale Technische School, zoals ze nu nog bestaat.

Provinciale Technische School Boom (Foto: postkaartenarchief gemeente Boom)

Mijn vader was denkelijk de jongste Bomenaar die zelf met een auto kon rijden. Hoewel hij geen wagen bezat, ging hij toch gedurende 20 weken zondagvoormiddag in de Automobielschool van Ir. Van Looy te Antwerpen (op de hoek Van da Albertlei en de Mechelse Steenweg) theoretische lessen volgen, nadien afgesloten met praktische rijlessen. Zijn diploma uit 1921 is nog steeds in ons archief.

Diploma rijschool

In het dagelijks doen komt hij als werknemer in dienst bij de pas opgerichte Boomsche Metaalwerken (1919). Op een foto van deze firma uit 1921 vinden wij hem terug als hulpje van de traceurs en staat naast Femont die hem later zal vragen om met hem samen te werken.

Personeel Boomsche Metaalwerken 1921 (Foto: ‘Zo Was Boom’, A. Vinck)

Nadien komt hij in dienst bij de Steenfabrieken Swenden als helper in de onderhoudsafdeling, maar hij voelt meer voor nieuwbouw en mag terug beginnen bij de Boomsche.  De directie van de Boomsche had tenslotte een klare kijk op zijn creativiteit en hij wordt opgenomen in de ontwerpafdeling, nl. het tekenbureel van de Boomsche, toen gevestigd op de Grote Markt in Boom waar eens het bedrijf van Petrus De Winter gevestigd was en die gasleidingen maakte.

Op een zeker ogenblik kwam het met de directie tot een eigenaardige wrevel, omdat er soms bepaalde liquiditeiten ontbraken en aan enkele bedienden dan als wedde aandelen van de firma werden aangeboden. Werknemer Verhoeven was daar een uitzondering op en hij werd steeds met contanten betaald, hetgeen eigenaardig genoeg niet als een gunstmaatregel werd aangevoeld.

Die tijd werd de Boomse Metaalwerken bestuurd door 5 bazen. Deze 5 waren de originele stichters en aandeelhouders: nl. Arthur De Winter, Gustaaf De Winter, Isidoor Schoemnakers, Jan Haems en Gustaaf Rotsaert (mee gekomen met Arthur De Winter van de “Ateliers de la Dyle” uit Leuven). Gustaaf Rotsaert kreeg een schoonzoon Alfons Femont, die eveneens uit Leuven werd meegebracht en dochter Yvonne huwde.

De Boomse Metaalwerken was oorspronkelijk opgericht om het verwaarloosde spoorwegmateriaal van de Belgische Staat tijdens de 1914-18-bezetting terug in goede rijtoestand te brengen en er werd zelfs aan gedacht om nieuw rollend materiaal, zoals spoorwegwagons te maken, zoals dit de hoofdbedrijvigheid van de Ateliers de la Dyle was.  De plaatselijke steenbakkersnijverheid, na 1918 in volle expansie voor de wederopbouw, dacht er anders over en werd grote klant van de Boomsche met het bestellen van baggers en machines voor de “machiensteen”.

Alfons Femont haalde het zich in het hoofd om op eigen benen een satellietbedrijf van de Boomsche te beginnen in de Bassinstraat te Boom in de oude hieltjesfabriek van Picard (1929) en waar eens de watermolen van Vermeulen was. Alfons Femont, een traceur van de Boomsche, kreeg kleine herstellingen en nieuwbouw van de steennijverheid in de Rupelstreek en kon het na een jaar alleen niet meer baas, tegelijkertijd een werkhuis en tekenbureel te zijn. Hij moest dringend een tekenaar aantrekken om de nieuwe ontwerpen met technische plans waar te maken.

Op die manier stond hij op een avond zijn oude bekende van de Boomsche, waarmee hij nog had gewerkt, af te wachten met de vraag of hij met hem samen wou verder gaan.  Kamiel Verhoeven was ondertussen een gevestigde kracht geworden in het ontwerpbureel van de Boomsche en de leiding van dit bedrijf zag hem niet graag vertrekken. Hij was in juni getrouwd met Emilia De Bruyn, die als babysit bij Gustaaf De Winter op zoontje Paul moest passen, en de familie De Winter had een bemiddelingsrol gespeeld bij de kennismaking van Kamiel met Emilia. Kamiel Verhoeven achtte het voorstel nogal gewaagd, doch toen er een stille vennoot, nl. Edmond De Wachter, bijkwam die ook de nodige financiële garanties bood, nam mijn vader het voorstel aan. Hij woonde in die tijd in de O.-L.-Vrouwstraat, nr. 19 en was alzo op enkele stappen  van zijn werk.

Enkele jaren tevoren had hij zijn diploma technisch leraar behaald voor de examencommissie van de provincie en werd hij dan ook leraar technisch tekenen aan de avondschool. Heel wat oude Bomenaars van nu kregen nog les van hem. 

Getuigschrift van bekwaamheid technisch onderwijs

Op cultureel vlak was hij bedrijvig als spelend lid van de harmonie “L’Union’ en was een van de jongsten die in 1927 het 100-jarig bestaan meevierde. Nadien kwam uit dat de harmonie eigenlijk 26 jaar ouder was.

Het muziekkorps van de Koninklijke Harmonie l’Union en zijn bestuur :Robert De Wachter, Paul Cuykens, Jan Heughe-baert, Charles Huybrechts, Hector Van Wouwe, Gustaaf Huybrechts, Gaston Lamot, Jan De Wachter, Lucien Van Reeth, Gustaaf Vinck, Gustaaf De Wachter-Van Reeth. Egied Van der Plancken, Frans Karnas, Edmond Vande Velde, Julien Wilms, Fernand Van Breedam, Edmond Rypens, Francois De Wachter, John Vertongen, Hector Vertongen, Arthur Van Ingelghem, Camiel Verhoeven, Alfons Delbaen, Gustaaf Vermeiren, Gustaaf Lannie, Charles Suyckens, Frans De Wachter, Jan Collier, Jozef Vanden Abeele, Edward Eyckmans, Henri Van Campenhout, Albert Vermeiren, Armand Schuerweghs, Marcel Lauer, Leon Eyckmans, Nikolaas Bricout, Charles Collier, Gaston Everaerts, Benoit Van Camp, Petrus Vermeiren, Hector De Wachter, August De Wachter, Frans De Pauw, Raoul Cornelis, Leon Holsters (vaandrig), Marcel Holsters, Jules Delbaen, Louis Rypens, Edward Vander Plancken. August De Wachter-Lamot was afwezig (Foto: ‘Zo Was Boom’, A. Vinck)

De samenwerking tussen Femont en Verhoeven liep zeer vlot. Beiden vulden elkaar perfect aan: de ene op commercieel gebied, de andere op technisch gebied, zodat er in 1937 een “P.V.B.A. Bagger en Kranenbouw Femont &Verhoeven” voor notaris Femand Van Reeth te Boom werd opgericht. Beide vennoten kregen elk de helft der aandelen.

Van klein steenbakkersmateriaal, zoals decauvillewagonnetjes en loco’s, naar groter materiaal, nl. baggers, kolenladers, snijmachines voor de mekanieke steen, was voor de firma geen enkel probleem want het technisch bureel onder leiding van Verhoeven was gevoelig versterkt en het werkhuis met een aantal knappe stielmannen kon alles aan. Femont ging alle woensdagen naar de commerse beurs in Brussel en kwam bijna wekelijks met een of andere bestelling naar huis. 

Door de werken in verband met de aanleg van het Albertkanaal van Antwerpen naar Luik kregen de Rupskranen in ons land een grote belangstelling van de burgerlijke bouwkunde.  De meest gekende leveranciers waren Menck en Weserhutte. Weserhutte was ook zeer gekend als leverancier in de Rupelstreek van steenbakkerijmachines. 

Verhoeven en zijn tekenaars kregen de gelegenheid ‘s nachts en tijdens het weekend van een bevriend meestergast (een Bomenaar)
een volledige rupskraan Menck op te tekenen. Boomsche Metaalwerken had een Duits ingenieur afkomstig van de Weserhutte Werke, Lohmann, in dienst genomen en die bracht ook
een rupskraan, de BM, tot productie te Boom.

Femont & Verhoeven was echter sneller en begin 1935 werkte de rupskraan nr.l te Klein-Willebroek op de werf van Prosper Govaerts, die de concessie van de vuilophaling van de stad Brussel had en die met zijn kraan de binnenschepen met vuil op de landtong van Klein-Willebroek loste.  Van deze kraan bestaat nog een ingekleurde foto uit 1935. Het stort daar had een grote aantrekkingskracht tijdens de oorlogsjaren: menig behoeftige Bomenaar ging met schop, zeef en kruiwagen “schramullen” halen, die nog als brandbaar materiaal konden gebruikt worden in plaats van dure kolen.

 

 

 

In het uitgangsleven was Verhoeven eerder sober, doch in het stamcafé van de gegoede burgerij “Hotel-Café De Scheepvaart” bij Jaak Willemsen en Wiske in de Leopoldstraat organiseerde hij het biljart “Handicap” waar vele bekende Bomenaars zaterdag- en
zondagavond hun hobby op het groene laken uitleefden.

Hotel ‘De Scheepvaart’ (Foto: Postkaartenarchief gemeente Boom)

Op het einde van 1939 kreeg mijn vader per post een exemplaar van de “Volkischer Beobacher ” toegestuurd. Dit was de officiële dagkrant van de N.S.D.A.P. of de National Socialistische Deutsche Arbeiders Partei. Op de eerste pagina en zeer goed zichtbaar stond een artikel “An die Neutralen”. Op die manier was de zending aan de censuur ontsnapt. Het was een waarschuwing aan koning Leopold en koningin Wilhelmina, dat ze zich koest moesten houden.

Bij het openplooien van de krant ontdekte vader Verhoeven een aantal dunne blaadjes op doorslag schrijfmachinepapier met een aantal spotgedichten over de Nazi-leiders met het verzoek deze door te zenden naar een adres van Radio Austro-Romande in Parijs.
Hij heeft dat toen onmiddellijk gedaan. Kamiel Verhoeven was dus eigenlijk de eerste weerstander van de geschreven pers voor dat deze benaming in gebruik was genomen.

Een van deze spotschriften ging over Josef Goebbels, de propagandaleider en waarvan men vertelde: “ln das gansche Menschen Rasse ist er keine Luegner seiner Klasse. ”

Vader Verhoeven vroeg zich natuurlijk af waarom hij werd uitgekozen om dat door te zenden, doch hij herinnerde zich ook dat hij in Brussel regelmatig contact had met een man, in dienst bij de firma Siebens, een Ir. Liesenring.  Met Siemens had zijn firma veel contacten voor electromotoren en schakelschema’s voor de elektrische kranen rond 1938. Bij vader kwam telkens het vermoeden naar boven dat die ingenieur anti-nazi ideeën had.
Op zekere dag was deze man verdwenen en werd er nooit meer iets van gehoord.

Vader Verhoeven nam van alle vlugschriften fotokopieën en liet die slechts aan één persoon in Boom lezen.  Het was de toenmalige kantoordirecteur van de Bank van Brussel, mr. Leon Coenen en vader van de huidige griffier van de provincie Antwerpen.  Het spreekt van zelf dat vader Verhoeven op 10 mei l940 bij de inval van de Duitsers de kopijen van deze vlugschriflen verbrand heeft uit voorzorg, want men kon nooit weten of de Gestapo deze zending toch niet op het spoor was gekomen.

Enkele dagen na de Duitse inval moest vader Verhoeven oudere personen uit Boom naar Gent in veiligheid brengen maar vond ook weinig geruststelling voor zijn eigen gezin.  Bij zijn terugkeer beval hij zijn familie met schoonvader en neef in te pakken en reed samen met zijn vennoot, die ook zijn familie en vriend meenam, naar de Franse grens in Watou.

Na drie dagen verblijf aldaar en de stroom vluchtende auto’s te hebben zien voorbij rijden, besloten zij ook verder richting Frankrijk te trekken. In Abbeville waren beiden enkele uren weg voor het grote bombardement die de stad platlegde.  In samen overleg reed men steeds verder naar het zuiden. Tour, Poitiers en Libourne waar de families Femont en Verhoeven scheidden omdat mevr.Femont naar Bordeaux wou waar haar vader in 14-18 verbleven had en geld had verdiend.

Na 1 nacht in Agen kwam familie Verhoeven uiteindelijk in  Colomiers Las Planes waar zij op een buitenverblijf van een fabrikant van werkkledij uit Toulouse mochten verblijven. Snel gaf vader Verhoeven zich vrijwillig aan om te werken in de cartoucherie bij Toulouse waar munitie werd gemaakt. 

Doch na de oorlogsverklaring van de Italianen aan Frankrijk werd de fabricatie gestaakt uit vrees voor luchtaanvallen van de Macaronis”, de spotnaam van de Italianen in het Zuiden. Ondertussen had vader vriendschap gesloten met een man die werkte op het vliegveld van Dewoitine en Breguet, dat later Sud Aviation is geworden en waar nu de Airbus wordt gemaakt. Die persoon kon hem gestolen benzine verkopen waarmee wij naar ons land in juli 1940 konden terugkeren.

Reispas die de familie Verhoeven een behouden terugkomst verzekerde

Nadien werden zo goed als kwaad de bedrijvigheden te Boom in de werkhuizen hervat met de idee dat het beter was de eigen eerknemers hier te houden, liever dan ze in de echte  oorlogsindustrie in Duitsland te laten inschakelen. De heren Femont en Verhoeven hadden geen van beiden sympathie voor de Duitse bezetter. 

Femont had in 1914 het verschrikkelijk bombardement van Blauwput te Leuven ondergaan, wat voor hem als een trauma was bijgebleven. In 4 jaar tijd zijn de beide vennoten gelukkig bevrijd gebleven van opeisingen voor de Wehrmacht en hebben zij zonder veel kleerscheuren de oorlog overleefd door zich volkomen neutraal op te stellen. Men had nooit aan politiek gedaan en bleef bij deze stelregel.  Na de bevrijding werd dit door bepaalde personen niet in dank afgenomen, vooral door iemand die zich plots na de bevrijding van Boom op 4 september als grote weerstander uitgaf en die met communistische ideeën in de meidagen 1940 de Nazi’s als vrienden met hitlergroet had verwelkomd. De inval in Rusland op 21 juni 1941 was toen nog ver weg.

Ook door andere personen, die als eersten zich bij de vrijwillige arbeidsdienst voor Duitsland hadden opgegeven en bij hun eerste verlof in ons land nog alles meesleurden om aan de Duitsers te verpatsen. Zij hadden het later over collaborateurs en oorlogswinsten en bedoelden dan de werkgevers “van het minste kwaad”. Op 5 september vroeg men vader Verhoeven als chauffeur zijn auto ter beschikking te stellen  om de zwarten op te halen. Toen dit afgelopen was, zei men hem: “En nu is het de beurt aan u”.

Er werden dan 2 grote hakenkruisen op zijn garagedeur geschilderd door een “weerstander” die voor de “kriegsmarine” had gewerkt.
Vader Verhoeven verbleef toen 77 dagen in de Begijnenstraat te Antwerpen en maakte in gevangenschap de eerste V2 in de Schilderstraat mee. De toemnalige krijgsauditeur, mr. Beeckmans de Westmeerbeek kwam tot de vaststelling dat men een vergissing had gemaakt in Boom en hij werd naar huis gestuurd. Nadien deden de meest onzinnige geruchten de ronde: o.a. dat er bij Femont & Verhoeven kanonnen gemaakt werden, want de lopen lagen nog op de koer. De verklaring was echter eenvoudig: begin 1940 kreeg de firma een bestelling van Laboremus om pijpleidingen voor Venezuela te maken en door de gebeurtenissen van mei 1940 bleven de buizen (alias de kanonlopen) liggen.  Er werd ook verteld dat de firma voor Krupp werkte en deze naam stond in rechtstreeks verband met de oorlogsindustrie.

Maar men wist blijkbaar niet dat er nog andere bedrijven zoals Krupp  grusonwerke in Magdeburg (niet in Essen) die met de hele
oorlogsindustrie niets te maken had en waarvoor de firma Femont & Verhoeven 15 grijpers moest leveren. Enkele dagen nadien werd hij samen met vennoot Femont terug opgepakt met een nieuwe beschuldiging van economische collaboratie, uitgebracht door vier Bomenaars.  Hij heefi drie maanden in de St.-Bernardusabdij van Hemiksem gezeten, die als een soort concentratiekamp was ingericht (wel zeer menselijk). Nadien volgde opnieuw een “buiten vervolging” en werd hij in vrijheid gesteld met het verzoek 1 jaar uit Boom weg te blijven om zich tegen “de volkswoede” te beschermen. Hij kreeg van een vriend de beschikking over een klein buitenverblijf in Schilde waar hij met zijn familie 1 jaar lang verbleef. Nadien kwam hij terug naar Boom: er gebeurde niets.

Artikel van George Verhoeven over de wagen van zijn vader, Kamiel, die op ingenieuze wijze een systeem had bedacht waardoor hij tijdens de oorlog op gas van antracietkolen kon rijden

Als leraar Avondleergangen bij de PTS werd hij ook bij de bevrijding geschorst en nadien in 1946 in eer hersteld. Een verergerend voetletsel verplichtte hem in 1948 te stoppen. 

Eerherstel Kamiel Verhoeven

Hij ging in 1954 naar Aartselaar wonen in een landelijke woning, gebouwd door de firma Van Camp-Rijmenans uit Boom, op de hoek van de Boomsesteenweg en de Pierstraat aan het Hof van Damman. Er moet ook vermeld worden dat in de periode van 1945 zijn huis in de Spillemaeckersstraat te Boom door de Amerikanen opgeëist was om er een ontmoetingsplaats voor officieren van te maken.

Zijn echtgenote en zoon, die een certificaat had van vaderlands gedrag tijdens de bezetting, afgeleverd door directeur Frans Ceulemans van de Rijksmiddelbare School te Boom, werden zonder boe of bah uit hun huis gezet. In 1964 is de samenwerking tussen de twee vennoten beëindigd.  Omdat bij de ene de derde generatie op de drempel stond om binnen te komen en bij Verhoeven er geen was.

Er waren te Breendonk(1962/1963) nieuwe werkplaatsen gebouwd, daar de uitbreiding in Boom niet meer kon. In gemeenschappelijk overleg werd er dan besloten dat ieder voor eigen rekening ging werken.  De familie Femont koos voor Breendonk (nu Willebroek) en Verhoeven wou in de oude gebouwen van Boom blijven.

b woonden.

In Boom werd dan een nieuwe firma gesticht: de N.V. Verhoeven, met als uithangbord “Boom Cranes” naar een idee van de expert-boekhouder de Heer Hendrik Dhont.  Op die manier werd een punt gezet achter de firma Bagger en Kranenbouw Femont & Verhoeven.
Er verdween een stuk uit de geschiedenis van Boom en werd een nieuw bijgevoegd. 

In 1972 bleken de gebouwen in Boom ook te klein geworden en werd een nieuw bedrijfsgebouw opgericht op de Boomse steenweg in Aartselaar omdat de hefwerktuigen steeds groter werden en voor de uitrit te Boom niet meer haalbaar waren.

Vader Verhoeven bleef negen jaar over tijd bedrijvig en nam slechts in 1977 zijn pensioen, nadat de firma Boom Cranes N.V. Verhoeven overgedragen werd aan een Nederlandse holding, die het er verre van goed afbracht, in 1985 de boeken neerlegde en in faling werd verklaard.

Kamiel werd benoemd tot ridder in de Leopoldsorde

Vader Verhoeven overleed thuis in Aartselaar op de ouderdom van bijna 79 jaar op 14 oktober 1982 aan de naweeën van een zware heelkundige ingreep. Hij was tijdens zijn leven praktisch nooit ziek geweest. Heel zijn vroegere ervaringen heeft hij voor zijn opname in het ziekenhuis nog aan mij verteld en dit samen met herinneringen van mama Emilia, precies met het voorgevoel dat het einde in zicht was.

P.S. – De originele stichtingsbenaming “Boomsche Metaalwerken” werd in de tekst behouden.
– Voor de ondertitel vonden wij het beter “Boomenaar” te gebruiken, en later in de gewone tekst ook.
– In de verdere tekst zullen sommigen liever Bomenaar zien.
George L.Verhoeven
Ere consulaire rechter
Ridder in de orde van Leopold II
Ridder in de Leopoldse orde
Officier in de kroonorde
Boomenaar in de 4e generatie
Boom, 17 september 1998