DE GESCHIEDENIS VAN PUT M

image_pdfimage_print

Voor het opspuiten van Put M werden in totaal 37 werkmaanden voorzien. Eind oktober 1973 hadden de werken normaal moeten voltooid zijn. Door een ongeval aan één van de twee zandzuigers te Heindonk geraakte het werk maanden achterop, zodat nog een half jaar diende gewacht op de voltooiing. De kilometerslange bruine buizen, die voor de inwoners van Boom en alle passanten reeds meer dan twee jaar een soort van bezienswaardigheid waren geworden, bleven dus nog een zestal maanden langer ter plaatse, tot midden 1974.

PUT M
(Fotoarchief gemeente Boom 001019)

Wie zou bij het bekijken van oude documenten kunnen geloven dat deze plaats enkele honderden jaren geleden uit een bos bestond en jaren nadien veranderde in heidegronden en landbouwgronden.

Na aankoop door de steenbakkers en het uitgraven voor kleiwinning, is dit gebied nu terug opgevuld. Denken wij terug aan Gouverneur Richard De Clerck, die in 1954 het eerste gesprekscomité samenstelde met  de leden van de bestendige deputatie en de betrokken burgemeesters. Zovele jaren later is dit eindelijk gerealiseerd.

Voor Put M die door zijn grote diepte een totale massa van 1.500.000 kubieke meter opgespoten grond diende te bevatten,
ondervond men veel moeilijkheden door het niet tijdig weglopen van het transportwater. Vlug werden allerlei hulpmiddeltjes uitgeprobeerd. Zo groef men over de hele oppervlakte een diepe gracht in S-vorm, die het Wegsijpelde water naar de afwateringsroosters aan de Kerkhofstraat moest afvoeren, dan naar de put van de Schomme en zo verder richting Rupel.

Het ganse project “Putten Dicht” voorzag ook nog gronden op te spuiten in Noeveren (op het huidige industrieterrein Boom-Niel) en in de put tussen de Kerkhofstraat en Schomme recht tegenover het huidige rusthuis; een gedeelte van de kleiput tussen de Antwerpsestraat, Molenstraat en Hollezijp en de put ten noorden van de Van Leriuslaan. Op al deze plaatsen had men met specifieke problemen af te rekenen, die na overleg allemaal zijn opgelost en vele van deze gronden zijn dan ook heden reeds geheel operationeel.

Denk maar aan het volledige industriegebied Krekelenberg en de woningen in de Bomenstraat.  Toekomstgericht is er al een bestemming voor de put ten noorden van de Van Leriuslaan. Om de stabiliteit van deze laatste put te bespoedigen werd in 1983, of zeven jaar na het einde der werken, een boomplantingsactie op touw gezet door minister Paul Akkermans.  

Vele kinderhandjes staken een helpende hand uit. Kan u zich de ontgoocheling van de omwonenden van Put M voorstellen toen diezelfde bomen, negen jaar later, in december 1992 allemaal gekapt werden. Meteen was de aanplanting van het buffergroen verdwenen.

De gronden van Put M zijn nu stabiel genoeg en rijp voor woningbouw. Op 1 maart 1993 werd door het gemeentebestuur van Boom en de Intercommunale voor Grondbeleid en Expansie de eerste officiële spadesteek gegeven. De totale oppervlakte van 135.344 vierkante meter stond immers klaar voor verkoop en de weg lag open voor de infrastructuurwerken. Put M werd omgedoopt en kreeg de nieuwe naam: DE HEYPLECK, verwijzend naar de oorspronkelijke benaming van dit gebied.

De eerste spadesteek van PUT M
(Fotoarchief gemeente Boom 009827)

Passende straatnamen als Schaarbos, Biezenbos, Bunder, Schriek, Voske en Hertenbruin refereren allen naar Het Meetboek van 1721.
De 152 percelen van deze bouwzone moeten eind 1997 volledig volgebouwd zijn. Van de oppervlakte van bijna 14 hectare blijven 8 hectare groen en 3 hectare werden voor wegen en pleinen voorzien. Er worden dus maar 3 hectare volgebouwd. De te koop aangeboden percelen meten bijna allemaal ongeveer 600 vierkante meter, waarbij de maximum bebouwde oppervlakte 13 bij 14 meter is.

Men kiest dus bewust voor alleenstaande woningen met voldoende ruimte voor groen.

Geschiedenis van de gemeente Boom