DE ORGANISATIE VAN DE BOERENKRIJGHERDENKING TE BOOM…100 JAAR GELEDEN!

image_pdfimage_print

Zoals we verder nog zullen zien, blijkt de bijzondere briefwisselaar uit Boom, steeds zeer goed ingelicht te zijn (vooral langs katholieke zijde) en moet de schrijver waarschijnlijk gezocht worden in het bestuursmidden van het Davidsfonds zelf.

Anderzijds dient ook gezegd dat de redactie van “Het Handelsblad van Antwerpen” een uitgesproken Katholiek en Vlaams gedachtengoed koesterde, en vanuit die hoek niet alleen het Davidsfonds erg genegen was, maar zeker ook de Boerenkrijgherdenkingen door dik en dun steunde.  Trouwens hoofdredacteur Aug. Snieders zelf schreef veel over de Boerenkrijg, zowel in zijn krant als in zijn boek “Onze Boeren”.

De ideeën van D’Hooghe-Bellemans Uit het hiervoor aangehaald artikel in ons jaarboek van vorig jaar blijkt eveneens dat dhr. D’Hooghe-Bellemans, letterkundige uit Niel, wanneer hij in oktober 1897 benoemd wordt tot voorzitter van het Davidsfonds te Boom in opvolging van Jan Holemans,1Jan Holemans, vrederechter te Boom, is zopas benoemd tot vrederechter te Antwerpen en zal dus wegens die verhuis ook zijn kringwerking te Boom opgegeven hebben. Volgens Het Handelsblad van Maa 25/10/1897 is Jan Holemans de man die het Davidsfonds hier hielp stichten en tot een hooger graad van bloei en vooruitgang wist te brengen. Rjjksarchief Antw.: H.G.A. Boom, bundel 4143 op dat moment een schepenambt waarneemt te Niel en tevens provinciaal raadslid is.

Het gemeentehuis van Niel dat deel uitmaakte van brouwerij ‘De Klok’ van D’Hooghe-Bellemans. Het stuk rechts van het gemeentehuis werd in 2008 aangebouwd. (Foto: Wikipedia)

Meteen wil hij als kersverse Davidsfonds-voorzitter eigen accenten leggen, zoals een regionale spreiding van de werking. Inderdaad is het zijn bedoeling en slaagt hij er ook in om avondfeesten te brengen in al de gemeenten van het kanton (waar op dat ogenblik uiteraard nog geen eigen Davidsfonds-afdelingen bestaan). Binnen de maand na zijn aanstelling als voorzitter schrijft hij een brief aan het College van Burgemeester en schepenen te Boom,’ waarvan de inhoud thans volgt:

Niel, 23 Nov. 1897
 Aan de heer Burgemeester en Schepenen van Boom – Weledele Heeren 

In den zomer van 1898 zal gansch het Vlaamsche Land door het eeuwfeest gevierd worden van den Boerenkrijg. Op al de plaatsen waar gevechten geleverd zijn, zelfs in kleine gemeenten der Kempen, ziet men Komiteiten tot stand komen om de feestelijkheden zooveel mogelijk luister bij te zetten, en tevens ook om ’t een of ander blijvend denkmaal op te richten, aan de helden die vielen in den strijd voor eigen aard, eigen haard, eigen geloof.

Tot hiertoe wierd er in dien zin in ’t kanton Boom nog niets aangevangen, alhoewel er in de hoofdplaats duchtig gevochten wierd, veel bloed vergoten, en zelfs verscheidene dooden bleven. Het ging zelfs zooverre met de onlusten alhier dat A. Thys in zijne geschiedenis der Belgische  conscrits een bijzonder hoofdstuk wijdt aan “de troebels te Boom”. 

Het zou dus betamen, naar mijne bescheidene meening, Weledele Heeren, dat ook in Boom lets gedaan wierde om de nagedachtenis te verheerlijken van de Kloeke Boeren. Zulks ware daarbij eene schoone gelegenheid om aan ons huidige volk de vroomheid onzer voorouders te toonen.

Ten einde dit mijn gedacht nu te belichamen, Weledele Heeren, stel ik U voor een komiteit te stichten bijvoorbeeld:

A.   Uit leden van ’t gemeentebestuur van Boom
B.   Leden van het Davidsfonds
C. Leden uit gemeenteraden van de omliggende plaatsen gekozen.
Het blijkt immers uit de geschiedenis dat de mannen van Schelle, Niel, enz. enz. kwamen opdagen met vaandel en trom, ten einde de archieven van Boom te gaan verbranden. Dit was de eerste botsing… lk ben zinnens binnen de veertien dagen het bestuur van het Davidsfonds bijeen te roepen. Het ware mij hoogst aangenaam kon ik vóór die vergadering uwe mening kennen aangaande mijn voorstel.

Intusschen bied ik U, Hooggeachte Heeren mijne eerbiedige gevoelens.
D ‘Hooghe-Bellemans

We weten dat D’Hooghe-Bellemans de katholieke burgemeester van Boom, Emile Van Reeth, die sedert 1892 erevoorzitter geworden was van dit Davidsfonds, al lange tijd kent en dus voorafgaandelijk hierover al mondelinge contacten met hem zal gehad hebben. Handig speelt de Nielse schepen in op de actualiteit door te stellen dat dit een ideale gelegenheid is om de kiezers aan de vroomheid van hun voorouders te herinneren: we zitten immers middenin de opkomst van het socialisme te Boom en het is nog maar een paar maand geleden (aug. 1897) dat priester Daens uit Aalst voor een maand geschorst werd, o.m. omdat hij te Boom een meeting had gehouden in een (socialistische) herberg.

Verder bespeelt hij de ijdelheid der Boomse schepenen door hen tot driemaal toe “Weledele” heren te noemen en door Boom te roemen als hoofdplaats van’t kanton, waar anderzijds helaas nog niets aangevangen wierd (sic!). Tenslotte onderneemt hij een poging om de herdenking open te trekken naar heel de Rupelstreek.

Het blijft daardoor een open vraag in hoeverre dit idealisme van de nieuwe Davidsfondsvoorzitter lonkt naar persoonlijke ambities vanuit zijn functie ais provincieraadslid en met het oog op de volgende verkiezingen). Wat er ook van zij, het resultaat van de brief vinden we enerzijds terug in het hiervoor aangehaald krantenartikel dat ons leert dat er enkele weken nadien al een vergadering plaatsvond tussen het Davidsfonds en afgevaardigden van het gemeentebestuur. 

Geschiedenis van de gemeente Boom