DE ORGANISATIE VAN DE BOERENKRIJGHERDENKING TE BOOM…100 JAAR GELEDEN!

Terug naar overzicht jaarboek 1997-1998

door  René Beyst, Bibliothecaris van de Heemkundige Kring Aartselaar

Hoeft het nog gezegd dat het dit jaar 200 jaar geleden is dat… Natuurlijk weet u het al. Ook zonder officiële subsidies is de ruchtbaarheid voldoende groot geweest. Een hele resem “Boerenkrijg”-activiteiten, zoals zoektochten, toneel, tentoonstellingen, evocaties, enz. sierden de voorbije maanden onze kalender. Affiches waren te zien in bibliotheken, archieven, musea en op andere gangbare plaatsen. En niet in het minst zijn er weer ettelijke boeken verschenen, die her en der de Boerenkrijg nog maar eens doorlichtten of nog maar eens “anders” bekeken.

Het moest wel “anders” want er waren (tot in de zomer van 1997) al zo’n kleine 1000 werken verschenen. Om niet in dezelfde platgetreden paden te moeten rondkuieren, koos ik daarom een aanverwant thema: de herdenking van dezelfde Boerenkrijg, maar dan 100 jaar geleden -in 1898 dus- op touw gezet te Boom.

Bewust eindigde ik vorig jaar in ons jaarboek een artikel over Boomse krantenartikels1R. Beyst. “BOOM – in de krant – méér dan 100 jaar geleden…” in Geschiedkundige Studiegroep “Ten Boome” Jaarboek 1996-1997, Boom 1997. blz. 65/89 met
de publicatie van een artikel uit “Het Handelsblad” van 20/12/1897 waarin gewag werd gemaakt over het op touw zetten van een eeuwfeestherdenking van de Boerenkrijg.

Ter opfrissing even dit krantenartikel terug voor de geest halen:

Het Handelsblad van Antwerpen – Zon/Maa 19 en 20/12/1897
Nieuws uit Boom – Davidsfonds – In den loop der week hield het Davidsfonds eene bestuursvergadering te Boom, om te samen met afgeveerdigden van het gemeentebestuur, het eeuwfeest te bespreken van Onze Boeren, die op het einde der vorige eeuw, ook hier te Boom, zoo dapper streden voor het behoud van eigen heerd en eigen geloof.

Een nieuwe, vergadering is belegd tegen donderdag aanstaande, ten einde alsdan een bepaald komiteit samen te stellen, gelast met het opmaken van een feestprogram en de uitvoering van hetzelve te verzekeren.

Feest – Op 19 januari zal het Davidsfonds een feest inrichten dat om zoo te zeggen zal dienen als voorbereiding tot de groote feestviering van de Boerenkrijg.

Dit groote geschiedkundig feit zal er op worden besproken door M. Jan De Block van Puurs.

Zoals we verder nog zullen zien, blijkt de bijzondere briefwisselaar uit Boom, steeds zeer goed ingelicht te zijn (vooral langs katholieke zijde) en moet de schrijver waarschijnlijk gezocht worden in het bestuursmidden van het Davidsfonds zelf.

Anderzijds dient ook gezegd dat de redactie van “Het Handelsblad van Antwerpen” een uitgesproken Katholiek en Vlaams gedachtengoed koesterde, en vanuit die hoek niet alleen het Davidsfonds erg genegen was, maar zeker ook de Boerenkrijgherdenkingen door dik en dun steunde.  Trouwens hoofdredacteur Aug. Snieders zelf schreef veel over de Boerenkrijg, zowel in zijn krant als in zijn boek “Onze Boeren”.

De ideeën van D’Hooghe-Bellemans Uit het hiervoor aangehaald artikel in ons jaarboek van vorig jaar blijkt eveneens dat dhr. D’Hooghe-Bellemans, letterkundige uit Niel, wanneer hij in oktober 1897 benoemd wordt tot voorzitter van het Davidsfonds te Boom in opvolging van Jan Holemans,2Jan Holemans, vrederechter te Boom, is zopas benoemd tot vrederechter te Antwerpen en zal dus wegens die verhuis ook zijn kringwerking te Boom opgegeven hebben. Volgens Het Handelsblad van Maa 25/10/1897 is Jan Holemans de man die het Davidsfonds hier hielp stichten en tot een hooger graad van bloei en vooruitgang wist te brengen. Rjjksarchief Antw.: H.G.A. Boom, bundel 4143 op dat moment een schepenambt waarneemt te Niel en tevens provinciaal raadslid is.

Het gemeentehuis van Niel dat deel uitmaakte van brouwerij ‘De Klok’ van D’Hooghe-Bellemans. Het stuk rechts van het gemeentehuis werd in 2008 aangebouwd. (Foto: Wikipedia)

Meteen wil hij als kersverse Davidsfonds-voorzitter eigen accenten leggen, zoals een regionale spreiding van de werking. Inderdaad is het zijn bedoeling en slaagt hij er ook in om avondfeesten te brengen in al de gemeenten van het kanton (waar op dat ogenblik uiteraard nog geen eigen Davidsfonds-afdelingen bestaan). Binnen de maand na zijn aanstelling als voorzitter schrijft hij een brief aan het College van Burgemeester en schepenen te Boom,’ waarvan de inhoud thans volgt:

Niel, 23 Nov. 1897
 Aan de heer Burgemeester en Schepenen van Boom – Weledele Heeren 

In den zomer van 1898 zal gansch het Vlaamsche Land door het eeuwfeest gevierd worden van den Boerenkrijg. Op al de plaatsen waar gevechten geleverd zijn, zelfs in kleine gemeenten der Kempen, ziet men Komiteiten tot stand komen om de feestelijkheden zooveel mogelijk luister bij te zetten, en tevens ook om ’t een of ander blijvend denkmaal op te richten, aan de helden die vielen in den strijd voor eigen aard, eigen haard, eigen geloof.

Tot hiertoe wierd er in dien zin in ’t kanton Boom nog niets aangevangen, alhoewel er in de hoofdplaats duchtig gevochten wierd, veel bloed vergoten, en zelfs verscheidene dooden bleven. Het ging zelfs zooverre met de onlusten alhier dat A. Thys in zijne geschiedenis der Belgische  conscrits een bijzonder hoofdstuk wijdt aan “de troebels te Boom”. 

Het zou dus betamen, naar mijne bescheidene meening, Weledele Heeren, dat ook in Boom lets gedaan wierde om de nagedachtenis te verheerlijken van de Kloeke Boeren. Zulks ware daarbij eene schoone gelegenheid om aan ons huidige volk de vroomheid onzer voorouders te toonen.

Ten einde dit mijn gedacht nu te belichamen, Weledele Heeren, stel ik U voor een komiteit te stichten bijvoorbeeld:

A.   Uit leden van ’t gemeentebestuur van Boom
B.   Leden van het Davidsfonds
C. Leden uit gemeenteraden van de omliggende plaatsen gekozen.
Het blijkt immers uit de geschiedenis dat de mannen van Schelle, Niel, enz. enz. kwamen opdagen met vaandel en trom, ten einde de archieven van Boom te gaan verbranden. Dit was de eerste botsing… lk ben zinnens binnen de veertien dagen het bestuur van het Davidsfonds bijeen te roepen. Het ware mij hoogst aangenaam kon ik vóór die vergadering uwe mening kennen aangaande mijn voorstel.

Intusschen bied ik U, Hooggeachte Heeren mijne eerbiedige gevoelens.
D ‘Hooghe-Bellemans

We weten dat D’Hooghe-Bellemans de katholieke burgemeester van Boom, Emile Van Reeth, die sedert 1892 erevoorzitter geworden was van dit Davidsfonds, al lange tijd kent en dus voorafgaandelijk hierover al mondelinge contacten met hem zal gehad hebben. Handig speelt de Nielse schepen in op de actualiteit door te stellen dat dit een ideale gelegenheid is om de kiezers aan de vroomheid van hun voorouders te herinneren: we zitten immers middenin de opkomst van het socialisme te Boom en het is nog maar een paar maand geleden (aug. 1897) dat priester Daens uit Aalst voor een maand geschorst werd, o.m. omdat hij te Boom een meeting had gehouden in een (socialistische) herberg.

Verder bespeelt hij de ijdelheid der Boomse schepenen door hen tot driemaal toe “Weledele” heren te noemen en door Boom te roemen als hoofdplaats van’t kanton, waar anderzijds helaas nog niets aangevangen wierd (sic!). Tenslotte onderneemt hij een poging om de herdenking open te trekken naar heel de Rupelstreek.

Het blijft daardoor een open vraag in hoeverre dit idealisme van de nieuwe Davidsfondsvoorzitter lonkt naar persoonlijke ambities vanuit zijn functie ais provincieraadslid en met het oog op de volgende verkiezingen). Wat er ook van zij, het resultaat van de brief vinden we enerzijds terug in het hiervoor aangehaald krantenartikel dat ons leert dat er enkele weken nadien al een vergadering plaatsvond tussen het Davidsfonds en afgevaardigden van het gemeentebestuur. 

Eén maand later brengt Het Handelsblad verslag van het Davidsfonds-feest dat doorging op 19 januari 1898 met als thema “De Boerenkrijg”:

Het Handelsblad – Dins 18/01/1898 – Davidsfonds –

Het Davidsfonds, afdeeling Boom, gaf gisteren in onze gemeente  een prachtig avondfeest, dat bijgewoond werd door een talrijk en uitgelezen publiek. Onder andere bemerkten wij den zeer eerw. hh. pastoor-deken, en onderpastoors, bestuurders en leeraars van het 0.L.V.-Collegie. Gansch het Schepencollege, verscheidene raadsleden, de provincieraadsheeren van het kanton en meer andere personen van rang en van aanzien, benevens eene ontelbare schaar werklieden.

Brengen wij vooreerst hulde aan de harmonieafdeeling der Xaverianen, aan de Vlaamsche Zonen, koorzangmaatschappij, en  van de zangers L. en P. Vanden Brande, die zoo welwillend hunne  meewerking verleenden.

Doch roepen wij vooral dank tot den eerw. h. pastoor Claessens, die ons gedurende ruim anderhalf uur, in dichterlijke taal, met zoetluidende stem en met innige vlaamsche overtuiging sprak over onze helden van 1798, over onze kloeke Boeren, die, op het einde der verledene eeuw, zoo manhaftig streden voor ’t behoud van eigen taal, eigen haard en eigen geloof.

Met godsdienstige aandacht werd de geachte spreker, gedurende al den tijd zijner lange voordracht, aanhoord, en zeer dikwijls braken de luidruchtigste toejuichingen los, vooral wanneer hij den opstand van Boom afschilderde, waarin de gebroeders Quartier, de priester Van Camp, kommandant Rollier en meer andere eene voorname rol vervulden. Dapper werden ook de helden Van Gansen, Corbeels, Meulemans en hunne gezellen toegejuicht en een daverend handgeklap begroette het voorstel van den spreker, om in den aanstaanden zomer ook te Boom op plechtige wijze den Boerenkrijg te herdenken.

Uit ganscher harte zeggen wij dank aan den koenen spreker voor het goede, dat hij te Boom heeft gesticht. Hij mag verzekerd zijn, de geesten te hebben wakker geschud en de harten onzer boomsche werklieden te hebben geraakt. Ook twijfelen wij niet of gansch het kanton Boom zal zich aansluiten bij onzen gemeenteraad, die op voorstel van het Davidsfonds besloten heeft, eene kommissie samen te stellen, bevattende afgeveerdigden van al de gemeentebesturen des kantons, en gelast met het inrichten van de feestviering der helden van onzen Boerenkrijg.

Attente lezers hebben misschien -net als ik- opgemerkt dat niet de eerder aangekondigde Jan De Block van Puurs de voordracht over “De Boerenkrijg” houdt, maar wel E.H. Claessens, die hiervoor alle lof krijgt toegezwaaid. Juist de onderstreepte woorden van lof, zoals o.m. de luidruchtigste toejuichingen die losbraken en het daverend handgeklap, verraden een ietwat overtrokken en te zeer toegewijde verslaggeving.

Uit de onderlijnde gedeelten kan u gemakkelijk opmaken dat D’Hooghe-Bellemans het klaargespeeld kreeg om gans het Schepencollege en de kantonnale provincieraadsleden naar “zijn” Davidsfonds-feest te lokken. Bovendien blijkt de gemeente Boom in te gaan op het voorstel van de nieuwe Davidsfonds-voorzitter.

 

Maar dan blijft het -zoals dat in de politiek meer voorkomt- een tijdje stil. Té stil naar de mening van D’Hooghe-Bellemans, die er in slaagt om de Boomse afdeling van het Davidsfonds 200 fr. te laten aanbieden aan het herdenkingscomité als eerste inzet voor de eeuwfeestviering van de Boerenkrijg. Dit is natuurlijk een reden om nog eens het Boomse college aan te porren met een tweede brief gedateerd op 28 februari, vooral bedoeld om de gemeente organisatorisch en financieel mee op de kar te krijgen3Rijksarchief Antw.: H.G.A. Boom, bundel 4143.

De projectontwikkeling van een herdenkingsfeest

Mijne Heeren – Als gevolg aan mijn vroeger schrijven heb ik de eer Ued. te melden dat de afdeeling van het Davidsfonds te Boom besloten heeft eene toelage te verleenen van 200 fr. tot opluistering van de feesten ter “Herdenking van den Boerenkrijg”.

Deze feesten zouden kunnen bestaen uit een godsdienstig en een wereldlijk deel. ’s Voormiddags eene mis met gelegenheidssermoen en te Deum bijgewoond door al de overheden. ’s Namiddags zou men kunnen een soort festival houden op de markt, met uitvoering van een gelegenheidslied, en verder eene feestzitting in den Kring waar men dan  een gelegenheidsdrama zou kunnen opvoeren.

Verder zou men kunnen eene Koperen of marmeren gedenkplaat inhuldigen aan den kerkmuur of binnen de Kerk enz. enz. enz. Dit alles echter zijn .slechts vóórontwerpen welke door het inrichtingskomiteit moeten onderzocht worden.

Daar wij met rasse schreden den zomer naderen, dunkt het mij, Mijne Heeren, dat het tijd is om het Komiteit te zamen te stellen. En, naar mijne bescheidene meening, ware het doelmatig er eenen bouwmeester, eenen schilder, eenen toonkunstenaar, eenen letterkundige bij te voegen alsook, een Burgemeester of schepen uit de gemeenten van het kanton.

Willen wij echter doelmatig werk verrichten, dan moeten wij de inrichting aanvangen. Het bestuur van het Davidsfonds houdt zich ter beschikking van het gemeentebestuur van Boom voor het aanduiden van plaats en uur der eerste samenkomst. Een gunstig antwoord verbeidende, bied ik U, Mijne Heeren, mijne eerbiedigste gevoelens,

D ‘Hooghe-Bellemans

De toon is al minder vleiend: gewoon Mijne Heeren i.p.v. de vroegere Weledele. Ons provincieraadslid uit Niel wil de viering er absoluut doorkrijgen, wijst op de hoogdringendheid om tot actie over te gaan, en verwacht duidelijk een samenkomst binnen de kortst mogelijke termijn om effectief van start te gaan.

En natuurlijk is de trouwe waakhond-verslaggever van het Handelsblad er om het nieuws uit te bellen, al wacht hij dit keer wel de gemeenteraadszitting af tot het gebeuren wettelijk gestemd is (waaruit we zouden kunnen afleiden dat hij “voorkennis” zal gehad hebben van de feiten):

Het Handelsblad – Woe 16/03/1898
Boerenkrijg – In de gemeenteraadszitting van gisteren kwam de Boerenkrijg te berde. Het Davidsfonds had andermaal eenen brief ingezonden, vragende dé aanstelling eener commissie en de geldelijke medehulp van de gemeente voor het inrichten van feesten ter aandenken onzer kloeke boeren van 1798.

De raad heeft ditmaal een goeden stap vooruit gezet, en besloten op zondag 27 meert, al de burgemeesters van het kanton, met eenen afgeveerdigde van het bestuur, bijeen te roepen ten gemeentehuize van Boom, om te zamen met het bestuur van het boomsche Davidsfonds het ontwerp der te vieren feesten vast te stellen, en eene bepaalde feestcommissie te vormen. Eens het program voorloopig opgemaakt, is er geen twijfel of de verschillige gemeentebesturen zullen er aan houden, het hunne tot de  uitvoering van dit program bij te dragen.

Kort daarop wordt er te Boom een komité opgericht, dat een eerste maal samenkomt, evenwel nog zonder inspraak vanuit andere gemeenten. Op 26 maart 1898 lanceert D’Hooghe-Bellemans een ietwat meer uitgediept voorontwerp met volgende krachtlijnen:
-het feest zal in augustus gevierd worden tijdens 2 opeenvolgende zondagen -op de eerste zondag zal een plechtige mis met  gelegenheidssermoen gehouden worden in alle gemeenten van het kanton -in de namiddag van deze zondag volgt er te Boom in een grote zaal een optreden door de beste toneelspelers met een gelegenheidsdrama (bvb. kommandant Rollier in de Beloken
Tijd)

Emmanuel Benedict Rollier (Foto: Marc Alcide)

-daags voordien moet er aankondiging voorzien worden via klokgelui en kanongebulder, terwijI ook aan algemene bevlagging moet worden gedacht

-op de tweede zondag volgt er een grote optocht door Boom m.m.v. alle muziek- en andere maatschappijen met nadien ontvangst op het gemeentehuis, met de uitvoering van een gelegenheidskantate, met onthulling van een gedenkteken, en met ’s avonds vuurwerk en
algemene verlichting.

De week voor Pasen, op zondag 3 april 1898, wordt er opnieuw vergaderd door het Boerenkrijg-komiteit met volgende aanwezigen: burg. E. Van Reeth, Verstrepen, Lamot, Spillemaeckers, Lannie, Em. Gobbers (secr.), K. Steenackers, Voet, D’Hooghe, (onleesbaar), Parmentier.

Men legt het Kerkfeest vast op zondag 31 juli 1898, en het Wereldlijk feest volgt de week nadien op zondag 7 aug. 1898. Men is voorstander van uitbreiding van het komité als volgt: het bestuur van het Davidsfonds, het schepencollege van Boom, Jacobs (leraar van het College), Spillemaeckers, Lannie, en een afgevaardigde van iedere gemeente (Niel-Schelle-Hemiksem).

Voor het gedenkteken moet iedere gemeente bovendien een kleine bijdrage leveren.4Rijksarchief Antw.: H.G.A. Boom, bundel 4143 ° De volgende vergadering wordt vastgelegd voor beloken Paschen. Opnieuw is de verslaggever van het Handelsblad er als de kippen bij, want amper twee dagen later staat het al gedrukt:

Het Handelsblad – Dins 05/04/1898

– Nieuws uit Boom – Boom, 5 april – Boerenkrijg – Verleden zondag vergaderde op het gemeentehuis te Boom, de commissie van het Davidsfonds met het schepencollege van Boom en afgeveerdigden van al de gemeentebesturen van het kanton. Voorlopig werd er besloten dat de feesten zullen bestaan in een geestelijk gedeelte, te vieren in al de gemeenten van het kanton, op zondag 31 juli, en uit een wereldlijk feest, in te richten te Boom op 7 augusti. Het program dier feesten zal kortelings bepaald worden vastgesteld.

Men wil thans blijkbaar voortmaken met de organisatie want de Boomse burgemeester, Emile Van Reeth, schrijft de omliggende gemeenten aan en nodigt hen uit op een (volgende) vergadering op zondag 24 april in het gemeentehuis te Boom. Uiteraard wordt het wel echt dringend voor een kantonnaal gebeuren, gezien men nog maar 4 maand van het feest verwijderd is.

Hierna vindt u een afdruk van deze uitnodiging. Niel, uiteraard reeds geruime tijd mondeling op de hoogte via hun stimulerende schepen, laat echter weten (in een brief van 22/4/1898) dat zij niet zullen tussenkomen in de kosten voor een gedenkteken (gestemd met een nipte meerderheid van slechts 1 stem). Schelle antwoordt op 21/4/1898 dat niemand naar de geplande vergadering kan komen en dat het voorstel nog moet gestemd worden op de eerstvolgende gemeenteraad.

In een brief van 26/4/1898 laat Terhagen weten dat het niet tussenkomt in enigerlei onkosten, omdat in 1798 “Terhagen” als dusdanig nog niet bestond als gemeente.5Nochtans is H.K.Landuyt, burg. van Terhagen, in 1897 en 1898 bestuurslid van het Davidsfonds, maar wordt wel geschrapt in 1899 en in 1901 als bestuurslid opgevolgd door Kamiel Van Bulck, de nieuwe burg. van Terhagen.  

De kentering

Het was te verwachten: op de bewuste vergadering van 24 april 1898 ziet niemand om uit de andere gemeenten van het kanton. Slechts 6 mensen zijn aanwezig: burg. E. Van Reeth en Z.E. H. Deken Beten, allebei erevoorzitter van het Davidsfonds. Verder dhrn. Jos Van den Bril, gemeenteraadslid te Boom en ondervoorzitter van het Davidsfonds, Dr. Haesaerts uit Rumst, bestuurslid van het Davidsfonds, notaris Lamot (ex-bestuurslid van het Davidsfonds) en Deweerdt (burg. van Reet).

Het zijn dus -op de Reetse burgemeester na- allemaal leden van het Davidsfonds die tesamen komen. De opvoering van een drama wordt afgevoerd. Bovendien beslist men – gezien de geringe belangstelling van andere gemeenten- dat elke gemeente het wereldlijk gedeelte dan maar op eigen houtje moet inrichten. Een brief hieromtrent zal naar de betrokken gemeenten verstuurd worden. Voor de rest worden nieuwe voorstellen van het Davidsfonds afgewacht.6Rijksarchief Antw.: H.G.A. Boom, bundel 4143

Het is duidelijk dat deze vergadering te lijden heeft onder het gebrek aan toezegging van buitenuit en onder de afwezigheid van de drijvende kracht achter dit ontwerp, dhr. D’Hooghe-Bellemans, op dit ogenblik gedurende zo’n half jaar ingewerkt ais de nieuwe voorzitter van het Davidsfonds. Moest deze laatste die dag verstek geven wegens verplichtingen ais schepen van Niel of als provincieraadslid?

Opnieuw brengt de Boomse briefschrijver van het Handelsblad ons weer jets verder in zijn verslaggeving.

Het Handelsblad – Woe. 27/4/1898 Boom

– Boerenkrijg – De feesten ontworpen ter herdenking van de Boerenkrijg zijn gisteren, in de vergadering, ten gemeentenhuize gehouden, een grooten stap achteruit gegaan. Al de gemeentebesturen van het kanton waren aanzocht geweest afgeveerdigden te zenden en geene enkele was vertegenwoordigd: alleen Reeth, gemeente welke vroeger van ons kanton deelmaakte, had den oproep beantwoord.

Het bestuur van het Davidsfonds in zijn geheel uitgenodigd, was door drie zijner leden vertegenwoordigd, en de gemeente Niel liet daarbij weten dat de gemeenteraad alle geldelijke tusschenkomst had geweigerd en de kosten der oprichting van eene herinneringsplaat of ander gedenkteeken. Gezien die algemeene onverschilligheid der omliggende gemeenten heeft de vergadering besloten, voorloopig van een algemeen kantonaal feest af te zien en iedere gemeente op eigen hand te laten feesten naar goeddunken. 

Het is duidelijk: de Boomse gemeentebestuurders vinden de plannen van het provincieraadslid D’Hooghe-Bellemans wel heel mooi, maar laken het gebrek aan samenwerking en het gebrek aan financiële tegemoetkoming wanneer het er kantonnaal op aankomt om samen jets op poten te zetten. Dus wordt het kantonnaal feest afgeblazen: ieder moet maar z’n eigen potje koken.

Boom zelf, al min of meer gestart, of tenminste toch al verzoend met het idee dat er een herdenking moet komen, zal -zoals we seffens zullen zien later met meer beperkte middelen toch nog iets trachten te verwezenlijken of geldelijk te steunen. Daarna wordt het weer stil. We horen geruime tijd niks meer van het gemeentebestuur, noch van het Davidsfonds met betrekking tot de eeuwfeestherdenking van de Boerenkrijg.

Was D’Hooghe-Bellemans ontgoocheld door het gebrek aan belangstelling vanwege de gemeentebesturen, of vanwege de traagheid of de gierigheid van de gemeentelijke administratieve molens? Het niet erg accuraat geordende gemeentearchief van Boom laat verder ook geen ordelijk spoor meer na. Tenzij één spoor: een brief van De Vlaamsche Zonen, een koorzangmaatschappij, met als ondertekenend voorzitter J. De Wit, die op 1 juli 1898 laat weten dat ze mee doen met de Boerenkrijgherdenking…

Het uiteindelijke herdenkingsprogramma

Gelukkig heeft de toenmalige gemeentesecretaris, Em. Gobbers, toch nog het zeer lovenswaardige idee gehad om één exemplaar te bewaren van “De Aankondiger van Boom”, verschenen op zondag 21 augustus 1898 (50ste Jg. nr. 34), waarin het programma van de Herdenking van den Boerenkrijg is opgenomen. We drukken het te uwer informatie hiernaast geheel af. Het punt werd gestemd in de gemeenteraadszitting van maandag 11 juli 1898 en pas in het Handelsblad van zaterdag 16 juli stond te lezen:

Het Handelsblad – 16/7/1898 Boom – Boerenkrijg

– Wij vernemen dat de zangmaatschappij De Vlaamsche Zonen besloten heeft den Boerenkrijgplechtig in onze gemeente te vieren. Het feest zou bestaan in eenen plechtige mis, voordracht en festival voor de muziekmaatschappijen van den omtrek. Wij hopen dat het gemeentebestuur deze maatschappij in hare pogingen zal steunen en haar aldus in staat stellen onze helden te herdenken zooals het behoort.

U merkt het natuurlijk ook, beste lezer, op deze viering is van het Davidsfonds geen spoor meer te bekennen. Is het daarom dat onze Boomse correspondent met zijn nieuws minder kort op de bal speelt dan we totnogtoe gewoon waren?

Programma herdenking 100 jaar Boerenkrijg

 

Anderzijds beroepen de Vlaamsche Zonen zich op het feit dat ze de ondersteuning van het gemeentebestuur genieten en bewaarde het gemeentebestuur deze streekkrant met opgave van de herdenkingsplechtigheden zorgvuldig als een archiefstuk.

Alle deelactiviteiten van dit herdenkingsprogramma (zowel geestelijke als wereldlijke) hebben plaats op één en dezelfde zondag, 28 augustus 1898, te zien als tweede toegevoegd kermisoctaaf. En het moet worden gezegd: er is -naast de gelegenheidscantate “De Boerenkrijg” gezongen door de zangmaatschappij Vlaamsche Zonen- niet veel meer overeind gebleven van de voorontwerpen van
provincieraadslid D’Hooghe-Bellemans: geen Te Deum, geen muziekfestival, geen gedenkplaat, geen bouwschilder-of toonkunstenaars.

Naar alle waarschijnlijkheid zal ook de fameuze gift van 200 fr. geschonken door het Davidsfonds terug ingetrokken zijn. Wel is er het concert van de harmonie De Rupelzonen en een optocht met negen Boomse maatschappijen. De Boerenbond stapt mee op, het Davidsfonds ontbreekt…! Of zijn onze Boomse Davidsfondsers in dat weekeinde mee naar Hasselt getrokken, waar Davidsfonds-nationaal groots opgezette “Landdagen” organiseert, geïntegreerd in de Boerenkrijgherdenking aldaar?

Ik vond nog een ander spoor in het (tussen okt. 1897 en okt. 1898 tweemaal per maand verschenen) tijdschrift “De Boerenkrijg”, waarin telkenmale een inschrijvingslijst voorkomt voor giften ten voordele van het op te richten gedenkteken te Hasselt. In één van de laatst verschenen nummers (dit van 1 september 1898) zien we dat dhr. D ‘Hooghe-Bellemans, voorzitter van het Davidsfonds, Boom, schepen en gouwraadsheer te Niel, intekent op deze lijst voor een bedrag van 10. fr., gevolgd door nog een zevental Nielse notabelen, waaronder burg. Tuyaerts en pastoor Wouters.

Blijft nog de vraag of er ergens een verslag terug te vinden is van de
herdenkingsplechtigheid zelf op zondag 28 augustus 1898. Wat het Handelsblad betreft: geen spoor! Die krant besteedt in die dagen veel aandacht aan de Boerenkrijgherdenking te Hasselt waar de hiervoor vermelde “Landdagen” met diverse colloquia en de feestelijke inhuldiging van het Boerenkrijg-gedenkteken plaatsvinden. En de Boomse verslaggever rept in zijn eerstvolgende brief (na de festiviteiten) eveneens met geen woord over de Boerenkrijgherdenking te Boom.

Mogelijk is het zangfeest “in mineur” geeindigd, zoniet hadden we in het Boomse gemeentearchief of in het Handelsblad waarschijnlijk toch wel een verslag gevonden. Of was de briefwisselaar uit Boom, zoals Het Handelsblad haar correspondenten steeds naamloos placht aan te duiden, misschien ook mee naar Hasselt en wou hij derhalve geen verslag geven van iets wat hij niet eens had gezien? 7Op de website dbnl.org vinden we een digitale versie van het boek ‘Onze Boeren Verheerlijkt’ dat in 1903 werd uitgegeven door het Davidsfonds. Op de pagina’s 162&163 van dat boek staat over de festiviteiten in Boom het volgende te lezen: 28 Oogst 1898 FEESTCOMITEIT. De feesten werden ingericht door de zangmaatschappij « De Vlaamsche Zonen ». — Wij mogen dus het bestuur dier maatschappij als feestcomiteit aanzien. Voorzitter, Jan de Wit. — Ondervoorzitter, Frans de Gang. — Schrijver, Lodewijk Smets. — Schatbewaarder, Jan Lodewyckx. — Zangmeester, Lodewijk van den Brande. — Leden, Edward Breeus; Karel Francquet ; Jan de Aspé ; August Mercelis ; Lodew. van Camp.  FEESTSCHIKKINGEN. Zaterdag, 27 Oogst, ’s avonds om 7 1/2 ure. Feestgelui. Zondag 28 Oogst, 9 ure, optocht der verschillige maatschappijen. 10 ure, plechtige Hoogmis met groot orkest. Daaronder gelegenheidsaanspraak door den E. H. Beten, pastoor-deken van Boom. Na de mis, nieuwe optocht door de straten der gemeente. 13 ure, uitreiking van herinneringsmedaliën. 19 ure, concert op de Markt door de Rupelzonen, fanfarenmaatschappij en de Vlaamsche Zonen. (Uitvoering van het koor van Sevens en Dierckx).

Deze -nog niet bewezen gedachtengang- sterkt de stelling dat hij deel uitmaakt van het Boomse Davidsfonds-bestuur en wel eens de
beambte Gustaaf Vereycken zou kunnen zijn, die voor de eerste maal als secretaris van het Davidsfonds vermeld wordt in 1892 en pas in 1924 vervangen wordt door A. Gillé, en wiens naam zelden of nooit voorkomt in de verslaggevingen over Davidsfonds-activiteiten
gepubliceerd in het Handelsblad.

Erg lang heeft het voorzitterschap van provincieraadslid D’Hooghe-Bellemans niet geduurd, reeds in 1901 noteren we -als derde voorzitter op rij van het Davidsfonds Boom-Dhr. Emiel Gobbers, gemeentesecretaris en provincieraadslid (idem o.a. in 1907), een vandaag voor ons onvoorstelbare cumul van mandaten. Het ledenaantal van het Davidsfonds was onder stichtend voorzitter Holemans tussen 1884 en 1892 teruggevallen van 175 naar 70 leden. Bij D’Hooghe-Bellemans bleef het tussen 1897 en 1901 status quo met zo’n 115 leden. Onder Emiel Gobbers wist men het ledenaantal op één jaar tijd te verdubbelen naar 230 leden!’8Met dank aan Jan Bellon voor toegestane lezing van Davidsfonds-archief-documenten: -Vlugschriften door het Davidsfonds uitgegeven, L,euven 1877 -Jaarboeken van het Davids-Fonds voor …(1895-1892-…), Leuven 1895-1892-1901 e. a. -Armand Bal, Davidsfonds Boom 1875-1975, (fotokopij van originele scriptie)

 

Epiloog
En -bij wijze van slot- hoe liggen de kaarten vandaag, in het jaar van dit tweede eeuwfeest? Diverse sectoren uit ons rijk Vlaams cultuurleven vroegen naar subsidies ten behoeve van Boerenkrijgherdenkingen. We weten dat onze Vlaamse regering het niet noodzakelijk vond om deze “opstand” via subsidiering passend te valoriseren tot een heldhaftige strijd naar Vlaamse onafhankelijkheid. En dat, terwijl Van den Brande onlangs nog glunderend kwam vertellen, hoe goed Vlaanderen het wel doet de dag van vandaag; zo goed dat het zelfs mogelijk wordt om een spaarpot van 4 miljard opzij te zetten!…

Toch heeft dat niet belet dat heel wat herdenkingen, tentoonstellingen, en andere activiteiten werden op touw gezet, naast de uitgaven van ettelijke nieuwe publicaties. Opnieuw stonden her en der Boerenkrijgherdenkingscomités hun mannetje, of rezen nieuwe huldemonumenten op. Zeer dikwijls waren het Heemkundige of Geschiedkundige Kringen die het vuur in de pijp staken (en hielden!). De Geschiedkundige Kring “Ten Boome” heeft naar beste inzicht gemeend er goed aan te doen zich tot het publicatieve aspect te beperken, gezien het aanbod van Boerenkrijgactiviteiten in de regio.

De Brigand, monument in Schelle ter herdenking van de Boerenkrijg uit 1798 door Roger Pintens (1998) Foto: Wikipedia