Een brief van de Boomse werklieden aan priester Daens

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1990-1991

In juli (1896) de pijnlijke slag van Boom. Oom (priester Daens) had het erevoorzitterschap aanvaard van de vakbond van de steenbakkers. Hij sprak in hun lokaal. De bisschop had hem in oktober 1894 verboden in herbergen te spreken, en nu werd hem zonder voorafgaande waarschuwing, het mislezen voor een maand ontzegd. Dat trof hem diep.

Het syndicaat stuurde priester Daens de volgende brief:
Het is omwille van ons dat gij door uw geestelijke overheid getroffen werd. ’t Is omdat gij aan ons herhaald verzoek hebt toegegeven, dat gij nu lijdt.

Wij hadden gedacht dat het goed was voor de godsdienst een syndicaat te stichten in een streek waar het socialisme dagelijks wroet en wrocht om gans de werkende klas mee naar de afgrond te sleuren, zonder dat een enkele partij haar terrein betwist.

Wij hadden gedacht dat het goed was voor het heil van de werkman hem te verenigen en te versterken in een streek waar de werkende klas vermorzeld ligt, opgevreten door de krioeling der misbruiken die een weerdam vinden in een nauw aaneengesloten verbond der conservatieve en liberale patroons.

Wij hadden gedacht dat, In die omstandigheden, geen partij beter kon optreden om aan het kapitalisme en socialisme tegelijk kop te bieden dan de Vlaamse Christene Volkspartij en dat niets beter haar wellukken en haar godsdienstig karakter kon bevestigen dan uw erevoorzitterschap.

Wij hadden gedacht welhaast over gans het land het nationaal verbond der steenbakkerswerklieden In machtige vakverenigingen te zien oprijzen, met aan het hoofd haar woordvoerder in de Kamer, en dank aan uw gezag en uw populariteit op de overwonnen vesten van het socialisme de christene vlag in het midden der werkersklas te plaatsen.

Dat alles hadden wij eerlijk en rechtzinnig gedacht. En daarom drongen wij aan. En overtuigd als wij van het prachtig doelwit, stemde gij toe. Gij dacht met ons dat Z.H. Leo XIII in de vakverenigingen het heil ziet van onze toekomstige samenleving… En gij kwam zonder achterdocht. Des te meer daar, door ons toedoen, uw komst, alsook de lokalen die wij voor uw aanspraken konden aanbieden, sinds weken openbaar waren afgekondigd, en dat niemand u verontrust, verwittigd of bedreigd had.

Ge kwam spreken in twee zalen gelegen achter herbergen en een derde maal in openlucht. Helaas, wij hadden het geld niet om ruime afzonderlijke zalen voor onze werklieden te bouwen, en wij zijn te fier om dit geld bij rijken mensen te gaan bedelen, ondervonden hebbende dat zij hun geld veelal niet zonder livrie medegeven. Maar onze gebrekkige stoffelijke inrichting ging verloren In de stormachtige bijval die uw komst als erevoorzitter tussen onze werklieden genoot.

De christene werklieden van Boom en omstreken maakten zich aldus solidair met onze uitnodiging. Zij volgden en juichten u toe, met duizenden: uw komst was balsem op hun wonden en het socialisme kreeg de eerste genadeslag. Maar de misbruiken ook. En dat werd met nijdigheid afgeluisterd en overgebracht. Doch onze Inzichten waren zuiver.

Wij verklaarden openbaar dat wij niet kwamen uit politieke berekeningen, maar enkel om een christen sociaal werk te stichten.

In dit alles moeten wij en die duizenden werklieden ons bedrogen hebben. Want gij werd getroffen. En wij hebben er schuld aan. Geloof wel dat wij het kwaad, u onvrijwillig door ons berokkend, zullen in de maat van het mogelijke vergelden, wij christene werklieden der Rupelstreek, met u dubbel te beminnen voortaan. Wees verzekerd – in afwachting dat wij u puikere lokalen kunnen aanbieden – dat uw beeld steeds tot ons hert diezelfde woorden van moed zal spreken, dat wij in volle gerustheid van geweten zo geestdriftig hebben toegejuicht op zondag 18 juli bij uw plechtige aanstelling tot erevoorzitter van ons jong en bloeien syndicaat van Boom.”

Uit: Delafortrie, Luc (°1912 +1999). Priester en Pieter Daens
Mannen van de Doorbraak- Hasselt. p.109 –
111.

Geschiedenis van de gemeente Boom