Paul Collaer

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1991-1992

Lezing gehouden op 22.04.1992 door Alex Ramael1

Geachte aanwezigen,
Beste vrienden,
Diegene die met veel goede moed hun televisie-avond hebben opgeofferd om naar deze uiteenzetting te komen luisteren over de figuur van Paul Collaer, zullen niet teleurgesteld worden. Straks, na enkele woorden ter inleiding, zal een video-opname vertoond worden van een aflevering van “Ten huize van…”, waarin Paul Collaer in zijn woning te Bosvoorde geïnterviewd wordt door Joos Florquin en Annie Van Avermaet.

Wie was nu Paul Collaer ?
Zij die de kleine tentoonstelling hebben gezien, die eind oktober verleden jaar in de Academie voor Muziek en Woord plaatsvond, zullen al een goed beeld hebben van deze verdienstelijke man die in Boom werd geboren.
Men kan het cultuurhistorisch belang van Paul Collaer misschien het best omschrijven als volgt: als niet-professioneel musicus en musicoloog heeft hij vanaf 1920 tot ver in de ’70er jaren, een onuitwisbare stempel gedrukt op het muziekleven in België.
Hij was pianist, conférencier, organisator van concerten, dirigent en veelzijdig musicoloog. Hij heeft velen geboeid door de orgi- nele wijze waarop hij etnische, oude en nieuwe muziek wist voor te stellen. Over zichzelf zij Collaer: “Deze XXste eeuwse muziek en vele andere muziekuitingen begreep ik ten volle omdat ik ze in alle objectiviteit in hun kontext kon plaatsen. Dit resultaat kon ik alleen maar bekomen door de cultuur grondig te bestuderen. Doet men dit niet, dan begrijpt men de muziek niet. Muziek heeft namelijk een betekenis. Zij is een belangrijke exponent en een getuige van een bepaalde cultuur in een bepaalde ruimte.”

Kontradiktorisch genoeg had Paul Collaer in eerste instantie een strenge natuurwetenschapppelijke opleiding genoten. Maar mis- schien juist daardoor kon hij beter dan wij ook een harmonieuze band leggen tussen enerzijds de gangbare muziektheoretische en muziekhistorische opvattingen en anderzijds zijn persoonlijk zuiver wetenschappelijk onderzoek naar de oorsprong en de evolu- tie van oude en nieuwe klankstructuren, muziekpatronen, ritmen, en z . . .

Paul Collaer werd te Boom geboren op 8 juni 1891 in het huis Brandstraat 38. Hij heeft hier zijn prille jeugd doorgebracht tot 1903, toen zijn ouders, die leraars waren, naar Brugge verhuisden. Zijn ouders waren zeer muzikaal. Zijn vader Charles had zang gevolgd bij een toenmalig beroemd bariton, die aan de Muntschouwburg verbonden was. Zijn moeder, Gerardine Feytmans, behaalde in 1881 de eerste prijs aan de stedelijke muziekschool te Leuven. Zij was echter beter bekend als Dina Demers, schrijfster van in die tijd zeer populaire meisjesboeken.

Collaers eerste muzikale ervaringen dateren uit de periode dat hij in Boom woonde. Niet enkel de muzikaliteit van zijn ouders stimuleerde hem. Toen hij in 1981 ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag te Boom plechtig ontvangen werd, vertelde hij dat hij als kind graag vanop de tolbrug naar het voor hem muzikaal geluid van de talrijke scheepswerven langs de Rupelboord luisterde. Aan zijn geboorteplaats heeft hij altijd zeer dierbare herinneringen bewaard en was in 1981 dan ook zeer geroerd toen hij, na vele jaren, te Boom werd ontvangen en rondgeleid.

Paul Collaer had een dubbele roeping. Enerzijds deze van leraar en anderzijds deze van musicus. En hij wist deze beide roepingen op een prachtige wijze te doen harmoniëren. In 1914 studeert hij af aan de ULB als scheikundige, maar zal wegens de oorlog zijn doctoraat slechts kunnen behalen in 1919. Tijdens zijn studies in de wetenschappen was hij zeer aktief als musicus. Tussen 1911 en 1914 gaf hij niet minder dan 33 pianoconcerten met 120 werken van 57 verschillende toondichters. Reeds in 1909, nog tijdens zijn atheneumstudies te Mechelen, speelde hij in de school werken van d’ Indy en Debussy voor een arbeiderspubliek, voor wie hij deze muziek ook becommentarieerde. Hij stelde daarbij vast dat niet één maar vele publieken bestaan en dat iedereen, ongeacht de sociale klasse of opleiding, bevattelijk kan zijn voor dit soort muziek.

Eén van Paul Collaers grote verdiensten is dat hij de muziek van toen grotendeels nog onbekende toondichters als Scriabin, Satie, Ravel, e.a. bekend maakte. In 1913 transponeerde hij zelfs de “Lentewijding” van Stravinsky naar quatre-main op barpiano. In een tijd dat de grammafoonplaat zich in een embryonale ontwikkeling bevond, was dit vaak de enig manier om nieuwe werken bekend te maken bij een breder publiek.

De eerste wereldoorlog was ook voor de aan het IJzerfront ingezette Paul Collaer een traumatische ervaring. De ellende van de oorlog wist hij evenwel te compenseren, ook voor zijn medesoldaten, door het geven van muziekuitvoeringen, samen met ondermeer Eugène Ysaye. In 1917 krijgt hij TBC en wordt, door bemiddeling van koningin Elisabeth, als oorlogsinvalide voor een operatie en een kuur naar Davos in Zwitserland gestuurd. Daar leerde hij Elsa Meyer kennen, met wie hij in 1919 zal huwen.
Van 1920 tot 1935 wordt hij leraar natuur- en scheikunde aan het Koninklijk Atheneum van Mechelen. Ondertussen neemt zijn muzikaal engagement een steeds belangrijker plaats in zijn leven in. Als lid van het Pro Arte – strijkkwartet (waar Fernand Quinet cello speelde), zal hij de grote promotor worden van de nieuwe muziek. Tussen 1921 en 1934 speelde dit ensemble in een reeks van 58 concerten 300 verschillende werken van 100 komponisten, waarvan er toen 75 in leven waren. 

Ter gelegenheid van deze legendarisch geworden concerten, werden de komponisten uitgenodigd om bij de uitvoering aanwezig te zijn. Hierop gingen de meesten, zoals Satie, Darius Milhaud, Poulenc, Auric, Honegger, Alban Berg,Stravinsky, e.a. graag in.
Zij logeerden ook meestal bij Collaer thuis, in Mechelen, wat hem tot persoonlijke vriend maakte van deze eminente kunstenaars. Stravinsky zal er het werk van Satie leren kennen, wat van invloed zal zijn op zijn werk. Milhaud komponeert er verschillende werken en Paulenc komponeert er een deel van zijn ballet “Les Biches”.
Eric Satie kwam hem opwachten aan de schoolpoort om samen met hem naar huis te lopen.

Paul Collaer pendelt in die periode ook veel naar Parijs om naar de repetities van choreograaf Daghilev bij te wonen of om op een avond toevallig met Stravinsky in een Parijs café te belanden en er piano te spelen.

In 1936 moet hij, om gezondheidsredenen, zijn loopbaan als leraar opgeven. Hij wordt evenwel onmiddellijk binnengehaald bij het N.I.R., waar hij tot zijn oppensioenstelling in 1953, directeur werd van de muziekdienst der Vlaamse uitzendingen. De enorme mogelijkheden, die hem hierdoor geboden werden, greep hij met beide handen aan. Naast creaties van talrijke “avant-garde” composities van Bartok, Stravinsky, Prokofieff, Messiaen, Berg, Milhaud, e.a. voerde hij opnieuw in de vergetelheid geraakte werken ui t van beroemde Italiaanse barokcomponisten, als de Cavalieri, Monteverdi, Cesti. In 1940 brengt Collaer de première van Orfeo van Monteverdi, een werk dat sedert de creatie in 1607 nooit meer integraal was uitgevoerd.

Vanaf 1954, na zijn oppensioenstelling, gaat hij zich meer en meer toeleggen op de studie van ethnische muziek. Na jaren gewijd te hebben aan de avant-garde, voelt hij de drang om terug te gaan tot de oorsprong, de bron van de muziek, welke nog terug te vinden is bij primitieve volkeren of culturen.
Onder zijn impuls en in samenwerking met de Luikse universiteit, sticht hij de Cercle International d’études ethno-musicologiques, beter gekend als “Les Colloques de Wègimont. Vier maal, tussen 1954 en 1960, zullen specialisten te Wègimont bijeenkomen om zich te beraden over tal van ethnomusicologische problemen. De akten van deze congressen werden door Paul Collaer gebundeld en uitgegeven. Ze vormen nog steeds een belangrijke studiebron voor ethnomusicologen.
Zijn eigen bijdragen aan de musicologie zijn talrijk. Tussen 1930 en 1983 (hij was toen reeds 92 jaar oud !) publiceert hij 18 zelfstandige werken over moderne XXste eeuwse muziek, barokmuziek en traditionele volksmuziek. Daarnaast schreef hij ontelbare bijdragen in tijdschriften of gezamelijke bundels. Zijn laatste artikel verscheen in 1986, hij was toen 95!

Het belang van zijn muzikaal engagement en zijn aktiviteiten levert hem een aantal belangrijke onderscheidingen en opdrachten op:
1953:Lid van de “Libre Académie de Belgique”
1956 – ’60: Professor muziekgeschiedenis aan de muziekkapel
koningin Elisabeth te Argenteuil
1957 – ’78: Lid van de Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde, erelid vanaf 1978
1959 – ’65: Muziekraadgever en lid van de Administratieve Raad
van het Nationaal Orkest van België en van de
Filharmonische Vereniging.
1965:Editor of the Unesco Anthology of African Music
1982:Oprichting van het Ethnomusicologisch Centrum Paul
Collaer, in het museum voor Midden-Afrika te Tervuren.
1985: Officier in de Orde van Oranje-Nassau
Chevalier de la Légion d’Honneur
Cavaliere al merito della Republica Italiana Internationale muziekprijs van de Unesco (samen met Witold Lutoslawsky en Olivier Messiaen)

Paul Collaer overlijdt op 12 december 1989 op 98-jarige leeftijd in zijn woning te Bosvoorde.
Deze interessante voordracht werd besloten met een oude aflevering van “Ten huize van …”, waarin Paul Collaer kon gezien en beluisterd worden. Dit document is ook interessant om de vergelijking te maken tussen de manier van televisiemaken toen, medio jaren ’60 en nu.



  1. Geschiedkundige, Cultuurbeleidscoördinator

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Geschiedenis van de gemeente Boom