Ten Boome stelt voor: Boom in het Verleden door E. Steenackers

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1993-1994

Welkomstwoord door Lode Somers (°1924 + 2012)
voorzitter” Ten Boome ” 8 oktober 1993

Geachte Heer Burgemeester,
Geachte Schepenen en raadsleden,
Geachte Aanwezigen,
Beste Vrienden,

Vandaag voelt de geschiedkundige Studiegroep “Ten Boome” zich zeer vereerd. Wij zeggen vooreerst dank aan het Gemeentebestuur, omdat wij ons hier mogen aanbieden aan vele sympathisanten geschiedkundigen en heten hen allen hartelijk welkom.
Een bijzonder welkom ook aan de familieleden van de auteur van het boek Kan. E. Steenackers .

“Ten Boome” voelt zich vandaag hemelsgelukkig onder de schittering van de halogeen sterren , die het firmament sieren van de nieuwe tempel van onze Gemeentelijke politieke democratie. En ” Ten Boome ” neemt zich voor om door afwisselende aktiviteiten naar de gunst te dingen van het geschiedkundig minnend publiek.
In vernieuwde uitgave brengen wij U vandaag het boek “Boom in het verleden” van Kan. E. steenackers dat in het begin van de eeuw, in ’t jaar 1907, aan de bevolking werd aangeboden.

Zo een boek samenstellen vroeg wel enkele jaren voorbereiding. Daarom zal de eeuwwisseling ons vertellen hoe en waardoor het jaar 1900 werd gekenmerkt. Toen bevonden wij ons in de periode waarin in het bouwvak de “Art Nouveau” reeds een grote uitstraling had. En onze gemeente telt nog menige mooie gevels uit die tijd, al is de “kommandantur” van “Chareltje de Ko” veranderd in een parking.

Bent u op de wandel in onze dorpskom, kijk dan om U heen, zo ontdekt u de bouwtrant en vakmanschap van toen. Zo wordt u geschiedkundige en groeit wellicht het verlangen bij ons lid te worden.

Een ander kenmerk, dat eigen was aan de bewoners van de dorpskom was de kledij. Lange mooie ruime klederen, met onderrok en moederkenszak, waaronder dan ingeoefende brede heupwiegende bewegingen gemaakt werden, geactiveerd door de ranke taille, alles afgezoomd met een gefronste kraag à la Albrecht en Isabella, dit als deftig décolleté! Armlange handschoenen, omvangrijke hoeden met bloemen of vederen of sluier getooid.

Daarbij de nooit afwezige parasol, tegen de zo geschuwde bruin en de zonnestralen. Want, wie een bronzen huid bezat, was kleitrapper en behoorde niet tot de “Belle Epo- que”. De mannen met hun chapeau of strooien dak, hun colbertjas en manchetten waren nog meer dan vroom.

In deze periode van uitstraling van de “Art Nouveau” en de luisterrijke” Belle Epoque” zag ons boek het levenslicht. Het bevat bewogen brokken geschiedenis die onze grootouders mochten beleven zoals o. a. rond de eeuwwisseling van 1800, de Franse periode. Wij verwachten van u allen veel geschiedkundig aanvoelen bij de lektuur zodat eenieder van u een toegewijd geschiedkundige moge worden.

Daarom groeten wij u allen, citoyens , beste vrienden, met de tergende beleefdheidsgroet van de toenmalige bevelvoerende en mensonwaardige eisen stellende ministeriële briefwisseling: Salut!! Liberté, Egalité, Fraternité ou à la Mort.

En met heel wat meer eerbied nu, van burgers, burgervaderen en geestelijkheid dan tijdens de periode rond 1800 met zijn revolutieraad en Directoire waar Napoleon dan de spons over veegde verlenen wij nu het woord in volle democratische erkentelijkheid aan onze Heer Burgemeester en de Heer Schepen van Cultuur en zeggen: Citoyen Maire, citoyen, l’Honneur à Vous!
S ‘il vous plaît.
Dank voor uw aandacht.

Toespraak door de Heer Prof. Dr. E. De Groot Volksvertegenwoordiger – Burgemeester

In de Oudheid was Clio, de muze van de geschiedenis, de inspiratiebron van de historici. Toen reeds vonden sommigen, zoals de Griekse schrijver Herodotos, het noodzakelijk om belangrijke feiten en gebeurtenissen aan het papier toe te vertrouwen.

Indien het zo is dat in die tijd de geschiedschrijving tot de schone kunsten gerekend werd, is het zo dat het onderzoek en beschrijven van feiten en gebeurtenissen uit het verleden eerder tot het wetenschappelijke domein is gaan behoren.

Zoals de methodologie in alle takken van de wetenschap sterk geëvolueerd is, moet men ook vaststellen dat ook de geschiedschrijving er sterk op vooruitgegaan is.
Voor ieder historisch onderzoek blijft echter het minutieus bestuderen van ontelbare documenten uit ons verleden, en het samenstellen van de hieruit voortvloeiende moeilijke puzzels van het grootste belang.

Als burgemeester ben ik dan ook gelukkig dat een drietal jaar geleden een aantal gelijkgestemden elkaar gevonden hebben en de Geschiedkundige Kring “Ten Boome” hebben opgericht.
Naast de succesvolle en interessante voordrachten die “Ten Boome” heeft ingericht stelt hij nu “Boom in het verleden” voor, een heruitgave van het werk van Kan. Em. Steenackers , dat rond de eeuwwisseling werd gepubliceerd. Wijlen mijn vader, van wie ik de bibliofilie geërfd heb, had dit werk reeds in zijn bezit, zodat het reeds tot mijn verzameling behoort. Toch ben ik ten zeerste verheugd dat deze heruitgave met oorspronkelijk taalgebruik en een boeiende inleiding van secretaris Marcel Vereycken het levenslicht heeft gezien.

Tot slot wens ik dan ook “Ten Boome” te feliciteren met het initiatief en wens ik deze geschiedkundige kring nog een succesrijke toekomst toe.

Toespraak door de Heer Guido Van Dyck Schepen van Cultuur
Geachte Heer Burgemeester,
Mevrouwen en Heren van het schepencollege en van de gemeenteraad.
Geachte Bestuursleden van Ten Boome,
Waarde genodigden.

Als schepen voor cultuur verheug ik mij in de heruitgave van het boek “Boom in het verleden”, en dit door de actieve geschiedkundige studiegroep “Ten Boome”.
Het boek van Steenackers is niet het eerste boek over de geschiedenis van Boom; wellicht ook niet het laatste, wel het grondwerk over onze geschiedschrijving. Het eerste boek over de geschiedenis van Boom is van de hand van de Heer Sel, pastoor te Overlare, geschreven 120 jaar geleden, in 1873.

Hij noemde zijn werk: “Een proeve van historische mengelingen over ’t land van Rumpst en in het bijzonder over de heerlijkheid van Boom.” De Heer Sel droeg het boek op aan de heren leden van het gemeentebestuur van Boom. In zijn voorwoord onderstreept hij dat “tot de dag van heden geen enkel schrijver het gewaagd heeft de geschiedenis van Boom op  te helderen “, hij schrijft : “niets is afzonderlijk over onze gemeente ernstig in het licht gegeven” .

Wij moeten wachten tot in 1907, tot het verschijnen van het werk “Boom in het verleden, aantekeningen uit de geschiedenis van Boom, door de Heer Steenackers, leraar aan het Sint-Aloysius gesticht te Brussel, om het standaardwerk over Boom te vinden.

In verschillende hoofdstukken schrijft hij over de Heren van Boom, het uitzicht van Boom over een paar eeuwen, Boom van 1793 tot 1830 en Boom op geestelijk gebied.

In 1957 verschijnt het derde geschiedkundig werk over Boom,
“Hoe Boom groeide”, van de hand van de Heer Benoit Lamot. Dit werk, met een inleiding van professor Doctor Karel Roelandts , alom bekend voor zijn studies over plaatsnamen en dialecten, omvat twee delen: de parochie en de gemeente. Om dit overzicht te vervolledigen vermeld ik dat de Heer Alex Vinck tussen de jaren zeventig en negentig een viertal werken over het recente Boomse verleden heeft gepubliceerd.

Over het verleden schrijven is een vak apart, hoewel iedereen in zich ’n beetje geschiedenis schrijver is. Want wie onder ons interesseert zich niet in zijn eigen stamboom? Wie onder ons heeft geen interesse voor de afkomst en betekenis van zijn eigen voornaam en familienaam? Wie onder ons vraagt zich niet af waarom de straat waarin hij woont zo heet? Wie onder ons schreef niet zelf ergens geschiedenis?

Daarom wil ik vandaag een lans breken en wat informatie geven over de mogelijkheden die het Boomse gemeentebestuur ter beschikking stelt in het kader van geschiedschrijving.

Ten eerste berusten in Boom drie archieven die men gratis kan raadplegen:
– de actieve en passieve archieven van de gemeentediensten.
– het geschiedkundig archief.
– en het gemeentelijk foto- en filmarchief.

Het college van Burgemeester en Schepenen beheert deze archieven. Elke vraag tot raadpleging dient derhalve aan het College worden voorgelegd.

Ten tweede berusten gemeentearchieven buiten de gemeente. Het gemeentearchief met stukken tot ongeveer 1914 berust bij het Algemeen Rijksarchief te Antwerpen. De inventaris kan geraadpleegd worden in de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek en bij de dienst cultuur.

Ten derde kan, tegen betaling weliswaar, raadpleging voor stamboomonderzoek gebeuren door de Boomse gemeentediensten.
En ten laatste kan de gemeentelijke dienst cultuur historische navorsers begeleiden in het opzoeken van archieven, bronnen en getuigenissen en hen in contact brengen met plaatselijke vorsers.

Geachte Heer Burgemeester, waarde genodigden. Na een enigszins valse start in maart ’88 werd de draad ter oprichting van een Boomse geschiedkundige kring in 1989 door het gemeentebestuur opnieuw opgenomen. Na enkele contactvergaderingen volgde in september ’89 de installatie van een voorlopig bestuur, dat de eigenlijke oprichting van de geschiedkundige kring zou voorbereiden. En op 21 maart 1990 was het dan zover!

De oprichting van een geschiedkundige kring van Boom was een feit, waardoor een belangrijke lacune in het Boomse culturele leven werd opgevuld. Ondertussen bestaat de geschiedkundige studiegroep Ten Boome meer dan drie jaar en heeft deze vereniging reeds verschillende belangrijke activiteiten op haar palmares.

Haar doelstelling om niet allen het Rupeliaanse en het Boomse verleden te bestuderen, maar ook om met lezingen, en voordrachten een uitstraling naar de bevolking toe te ontwikkelen, resulteerde in een aantal belangrijke referaten, jaarboeken en vandaag de heruitgave van het boek” Boom in het verleden”.

Ik hoop dan ook dat deze heruitgave slechts het eerste resultaat zal zijn uit ’n lange reeks succesvolle werkingsjaren, die ik hiermede deze dynamische vereniging graag toewens.
Ik dank U.

Geschiedenis van de gemeente Boom