Klim eens in je stamboom

image_pdfimage_print

Terug naar overzicht jaarboek 1993-1994

Door Aug. Van Auwenis

Als uw geschiedkundige groep van Boom mij gevraagd heeft hier vanavond te spreken over “Klim eens in je stamboom” ,dan ben ik daar onmiddellijk op ingegaan omdat ik ook erg geboeid ben door de genealogie en door alles wat verband houdt met stamboom, met familiegeschiedenis en al wat daar rond hangt.  Het is dan ook met echt veel plezier dat ik hier vandaag voor U sta en U mag onderhouden over dat heel interessant onderwerp.

Ik weet dat er hier onder U enkele mensen aanwezig zijn die even goed onderlegd zijn als ikzelf in verband met de genealogie.
Deze mensen dank ik dan ook voor hun aanwezigheid, want van hen heb ik veel geleerd. Het is altijd zo dat men steeds bijleert.
Door mensen te ontmoeten leert men altijd bij: niet alleen breidt ge uw relaties uit, maar de uitwisseling van gedachten, het uitwisselen van bepaalde zaken waarover men beschikt of kan beschikken is zeer belangrijk en is uitermate belangrijk in de genealogie of in die kring van mensen die zich bezighouden met het samenstellen van stambomen. want daar komt het er op aan gegevens uit te wisselen, gegevens te zoeken of gegevens te kunnen bekomen van iets dat door een ander gezocht werd.

Ik zal deze avond dan willen indelen in zes grote thema’ s .

  • Een eerste thema dat ik zou willen aansnijden is: Leer uw voorgeslacht kennen.
  • Een tweede thema: Vragen die eenieder stelt.
  • Een derde belangrijke brok in ’t geheel is: Dat kan U ook.
    Sommige mensen hebben soms complexen, een soort minderwaardigheidscomplex om bepaalde zaken te gaan opzoeken of om de stap te wagen ergens een bepaald archief te betreden.
  • Vierde punt: Zo begint ge er aan. Die aanzet. Hoe beginnen we nu ook aan een stamboom of aan zulk een familiegeschiedenis?
  • Vijfde punt: Hop, hop, wij zijn weg. We gaan de wereld in en we gaan dan beginnen, althans binnen de ruimte die ons gelaten is, opzoekingen te doen en verder te werken aan onze familiegeschiedenis.
  • Zesde punt: Dat zijn de bronnen van en voor familiegeschiedenis.De dichter René De Clerck, die heeft het ooit zeer fijn neergeschreven, nadat hij even doorgedacht had op wie en wat voor hem geleefd heeft. Hij schreef dit kort vers:
    “Ik kreeg van mijn ouders, van ieder mijn part,
    van vader mijn schouders, van moeder mijn hart.”
    Het is inderdaad zo dat wij in een familiegeschiedenis ons moeten terug begeven naar die mensen die ons hebben gebracht waar wij nu zijn, en ook naar al diegenen die onze ouders zijn voorafgegaan. Dat is uitermate interessant. Gambetta schreef ooit als opdracht: “We moeten er onze eer instellen, het erfgoed van hen die ons zijn voorafgegaan te vermeerderen, en het vermeerderd over te dragen aan de geslachten die na ons komen. Voorwaar een zeer fijne opdracht.

    Zo weten wij dat er door de eeuwen heen talrijke mensen geweest zijn in alle lagen der bevolking maar ook in alle beschavingen, die echt baanbrekend werk geleverd hebben om te zoeken vanwaar ze vandaan kwamen, om te zoeken datgene wat hen zodanig had aangegrepen. Ze zagen niet altijd direct het verhelderde er van in en toch wilden ze volledig zijn: wat was er voor ons en wat was de geschiedenis voor ons?
    Dat gold reeds zo van in de tijd van de Bijbel.
    In de Bijbel kwam het er hier op neer: men wou weten en bevestigen dat de eerste voorvader geschapen was door God. Dat is het element van de Bijbel.

    Bij de Grieken kwam het er op aan dat men probeerde te bevestigen dat er een overzetting was op de glorierijke nazaten van de biologische en de psychologische kwaliteiten en eigenschappen die hun helden, toonbeelden voor hen bezaten.
    Bij de Romeinen wilde men voornamelijk de nadruk leggen op de stamvaders en de naamdragers.  De Germanen waren erg gebonden aan de sibben en die gebondenheid aan de sibben was primordiaal.

    En in de middeleeuwen, en zo komen wij een beetje dichter naar onze tijden toe, was het de geslachtslijst en bijzonder de geslachtslijst van de vorsten en edellieden die belangrijk was. Want in de middeleeuwen telde de kleine man nog niet zo zeer mee, tenzij om te werken, te presteren voor de vorsten: ze konden immers meewerken aan veldslagen en dies meer. Daar was de kleine man goed voor.

    De geslachtslijst diende bijzonder opgesteld in functie van de erfopvolging. Het was niet zo dat ergens een bepaalde vorst zo maar een erfenis naliet aan gelijk wie. Dat werd fijn geregeld. Vandaar dat men die bepaalde geslachtslijsten en familielijsten trachtte op te stellen.

    In de Renaissance komt het er meer op aan te bewijzen dat men van een voorname familie afkomstig was. Het was toch de Renaissance of het was het niet! Men moest aantonen lid te zijn van een familie die in haar kring bepaalde bekende personen, liefst historische personen, kende.

    In de XVIIde en XVIIIde eeuw probeerde men meer de afstammelingen te achterhalen in volgorde van bekende vorsten.
    En in de XIXde en XXste eeuw moest het zo zijn dat zij gingen zoeken naar afstamming van een zo deftig mogelijk voorgeslacht, met liefst vijf eeuwen traditie. Dan was het een eer na opzoeken te kunnen bewijzen dat men daar van afstamde.

    Als we nu terug naar het heden gaan, dan stellen wij toch vast, beste aanwezigen, dat de familie waartoe wij behoren, dat deze familie op zich een checklijst is van wat de maatschappij is, dat een familie in wezen de kern van een dorps- gemeenschap kan zijn. Bijzonder is dit het geval in landelijke gemeenten waar een bepaalde familie de kern kan zijn van een gemeenschap en van alles wat er om draait.

    We weten ook dat een familie de kern van een volk betekenen kan, zelfs de kern van een natie. In wel en wee! In de geschiedenis kent elke generatie en elke familie zijn ups en downs.
    De geschiedenis, die de weerspiegeling van het welzijn van een natie betekent, kan men via die familiegeschiedenis trachten te begrijpen, niet zomaar louter op het elementair vlak, op het chauvinistische vlak, nee, men kan werkelijk als men zich daar achter zet zeer ver geraken en via het leven in de natie van toen beseffen hoe de families in die natie leefden.

    Vandaar dat ik zeg dat het bestuderen van zijn eigen familie, van uw familie,  van onze familie, hoe nederig die ook moge zijn,
    – zij zijn niet allemaal van adel – resultaten oplevert en dat elke studie die een familie aangaat altijd als resultaat zal hebben dat wij gesterkt uit de studie komen en dat wij daardoor meer familietrots en zelfrespect kunnen opdoen.

    Vroeger werd de familiegeschiedenis of de studie over de familie vooral gedaan door de edelen. Adellijke families hadden de tijd, ook het geld, konden laten zoeken: zij waren geïnteresseerd in de resultaten van die opzoekingen. Momenteel is het anders. Er zijn zeer grote veranderingen opgetreden. En het is maar goed ook. Het is voor ons plezierig vast te stellen hoe de gewone kleine man er momenteel in slaagt zeer fraaie familiegeschiedenissen op te stellen. Hij moet er maar durven aan beginnen. Vandaar dat ik uw titel “Klim in je stamboom” zeer fijn vind. Je moet klimmen, ge moet beginnen met te klimmen. Men is niet aan het klimmen vooraleer men begonnen is of dat men het geleerd heeft .

    Ik zegde: er is fantastisch veel veranderd. We spreken niet zoveel meer over die adel, tenzij ergens een koning sterft of een nieuwe koning gekroond wordt, of indien er één of andere vooraanstaande gestorven is, die dan nog niet van adel was en er zijn nog van die blikvangers die tijdelijk en occasioneel besproken worden. Maar de vooruitgang die wij gekend hebben, met alle sociale voordelen is fantastisch. Als wij de sociale toestanden in onze Rupelstreek nu vergelijken met deze van 100 jaar terug,
    dan stellen wij een enorm breed verschil vast. Gelukkig is dat niet enkel in de Rupelstreek zo het geval, dat is ook het geval in het Hageland, in Klein-Brabant, in het Mechelse.

    Het is zo in bijna gans West-Europa dat wij een bepaalde sociale situatie krijgen, die totaal verschilt van 50 – 100 jaar geleden.
    De materiële welstand die velen onder ons kennen staat in schril contrast met sommige landen in de derde wereld, die zich moeten inperken. Ik moet daar niet over uitweiden.
    De algemene ontwikkeling van ons volk! De hoge graad van geschooldheid die wij kennen. Hoeveel jongeren trekken niet naar onze universiteiten en behalen met succes hun universiteitsdiploma ? Dit alles heeft in de hand gespeeld dat men ook op geschiedkundig vlak fel vooruitgegaan is en vele zaken heeft kunnen achterhalen, bundels ter beschikking stellen van bibliotheken, waar dan veel mensen gebruik kunnen maken van de resultaten die anderen de laatste jaren voor ons geboekt hebben.

    En zo komen wij dan in feite bij de doelgroep van de genealogie. En als ik spreek van de genealogie, schijnbaar een geleerd woord, dan stellen wij ons de vraag: Wat is feitelijk genealogie? En hoe zit het met de genealogica ? Het woord stamt uit het Grieks, genea (geslacht) en logos (de leer). Het is in wezen als ik spreek over de genealogie heel eenvoudig: de geslachtenleer . Wij weten immers dat door “geslachten” niet alleen het mannelijk of vrouwelijk geslacht bedoeld wordt, maar dat men hier een familie bedoelt, het geslacht Rodenbach, Gezelle, Streuvels,…

    Zo stellen we zeer duidelijk dat genealogie niets anders is dan geslachtenkunde of familiekunde, familiegeschiedenis. En dat is zelfs een wetenschap! De familiegeschiedenis is een wetenschap geworden. En niet zo maar iets dat zich enkel beperkt tot chauvinisten. Neen, men is momenteel al veel verder gegaan:
    Dank zij uw familiegeschiedenissen, dank zij de echte opzoekingspioniers heeft men aan bepaalde universiteiten reeds een afdeling die zich bezig houdt met de genealogie, met de naamkunde, de volkskunde en dies meer. Zo weten wij dat die wetenschap, zoals de Sibbekunde, bloedverwantkunde, dat is de hele groep van verwanten die wij kennen, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn bestudeert. Want het is bekend dat men in het verleden de vrouw stiefmoederlijk behandelde. Het kan heden ten dage nog wel zo zijn. Ik weet het niet al te zeer: maar de emancipatie van de vrouw heeft toch al bepaald wat bijgebracht.

    Nu het is zo dat men vroeger, en heden ten dage gebeurt zulks nog, dat men familiegeschiedenis begint te bestuderen uitsluitend op basis der mannelijke voorvaders. Alle jongens die in een bepaalde familie voorkwamen werden als het ware geteld, naar boven toe, en de meisjes die in dat gezin voorkwamen werden geduld. Zelfs als die huwden dan werd hun man, die niet de zelfde naamdrager was, wel vermeld. Van de meisjes werd er niet meer gesproken. Men ging verder vertikaal naar boven.
    Al wat Cools heette bleef Cools heten: al wat inmiddels aangetrouwd was, dat telde allemaal niet mee:
    alleen de stam Cools telde. In de Sibbekunde was dat niet zo.
    Men bestudeerde samen zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn, zodanig dat men één verwantschap kreeg, de familie.
    Men noemde dan die bloedverwanten maag en , de maagschap. En als men in Nederland opzoekingen doet, ziet men regelmatig dat men over die maagschap spreekt. Dat zijn de leden, de bloedverwanten, die behoren tot één sibbe.

    Tegenwoordig zijn de familiegeschiedenissen in trek. Sommige wetenschappers zijn erg verlekkerd om ze te bemachtigen, want vele familiegeschiedenissen werden uitgegeven. Ga even kijken te Merksem bij de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde:
    U zal een ganse waaier van prachtige werken vinden die de geschiedenis van bepaalde families vertellen.
    Men maakt daar dankbaar gebruik van om regelmatig die boeken, die geschiedenissen te raadplegen. Waarom? Niet alleen uit interesse voor de voorouders, wat altijd interessant is, hetzij die van U, hetzij die van anderen, collega’s of vrienden. Via die familiegeschiedenissen gaan wij die levenswijze achterhalen van die voorouders en hun familieverbanden ontrafelen: waren het enge banden, waren het losse banden?

    We ontdekken de sociale toestanden die er heersten en krijgen er weet van, epidemieën en ziekten, denk maar aan de pest, denk aan de cholera. Het is niet lang geleden. In 1850 noteerden bepaalde gemeenten toch massaal verdwijnen van inwoners. Tisselt bijvoorbeeld, waar in veertien dagen tijd 70 mensen door de cholera gewoonweg verdwenen, kort nadien gevolgd door nog eens 80, om in enkele maanden tijd tot de halvering van de bevolking te komen. Dit alles werd opgetekend in bepaalde registers, bijzonder door priesters in de parochieregisters , en af en toe werd geregistreerd van welke ziekte een bepaalde inwoner overleden was.

    Wij denken terug aan Ruisbroek aan de Rupel, waar een bepaald geneesheer bijna rekenkundig kon bepalen dat de cholera voorkwam aan één kant van de gemeente en niet voorkwam aan de andere kant van de gemeente. Deze dokter De Wachter ging opzoekingen doen in de familiegeschiedenissen om te achterhalen wat de oorzaak kon zijn dat die ene kant van Ruisbroek wel, en de  andere kant niet getroffen was. En hij kwam tot de eenvoudige conclusie dat daar waar men het meest hygiënisch leefde, waar de mensen het properst leefden, dat daar de meeste gevallen van cholera aanwezig waren. De immuniteit van die mensen was als het ware verdwenen door hun reinheid, netheid en ‘properteit’ in de woning. Terwijl aan de andere kant van Ruisbroek, daar waar men het meest boeren aantrof en, met alle respect voor de boeren, dat daar waar men het armste leefde, waar wat minder gekuist werd, waar de hygiënische situatie minder goed was, daar trad die cholera bijna niet op.

    Dat was een eerste gevolgtrekking die Dr. De Wachter kon maken op basis van familiegeschiedenissen, die hij kon nagaan. Hij bestudeerde ook de sterfgevallen die in een gezin hadden plaatsgehad in de generatie voordien: oudere personen die verzwakt zijn kunnen zwakkere personen nalaten. De erfelijkheid speelde een grote rol. Die erfelijkheidsverschijnselen zijn niet onbelangrijk. In sommige gezinnen kwamen ziekten gemakkelijker voor dan in andere gevallen. Bijvoorbeeld zwakzinnigheid werd in sommige gezinnen doorgegeven.

    De erfelijkheidsfactoren speelden een belangrijke rol qua doofheid en blindheid. Ook dit kan met wetenschappelijk benaderen via familiegeschiedenis, via genealogie.
    De demografie die het aantal kinderen moest tellen in een bepaalde regio is zeer belangrijk! Tellingen verricht op basis van bevolkingsaantallen waren zeer interessant. Denk terug aan de Franse Revolutie waar Napoleon graag wou weten wie er in die bepaalde gemeente woonde, maar ten tweede wilde weten hoe oud die personen in kwestie waren. De ouderdom speelde voor hem een belangrijke rol. Er waren personen nodig om in zijn leger te vechten. En dit was zeer belangrijk voor hem en daarom moest hij de families uitpluizen en verwanten gaan zoeken. Hij stelde dan wel erkende personen in een bepaalde regio aan, maar het gebeurde dat dit niet wetenschappelijk werd gedaan.

    De dialecten die er bestonden. Ik moet daar niet verder over uitweiden. Ga maar naar Brugge en tref daar een Bruggeling die platvloers, ik zeg niet onbeleefd hoor, een gesprek probeert te voeren. U gaat alle last hebben om die Bruggeling te verstaan. Wat als je dan ene van Veurne aan de hand hebt!
    Evenzo stelt men over het water, in Klein Brabant en over de Schelde vast, dat er een bepaald ander woordgebruik heerst.

    Men duidt een kruiwagen aan en de ene zegt: “It is ne kruiwagen” en de andere lilt is ne piepegaaie”. Als ge nu boedelbeschrijvingen tegenkomt en ge komt woorden als een “piepegaaie” tegen dat weet U onmiddellijk dat het over een kruiwagen gaat.

    Men heeft daar prachtige studies over gemaakt en uitgegeven. Het werk bijvoorbeeld van Dr. Peeters over heemkunde, dat de familiegeschiedenis, de genealogie en de heemkunde behandelt. Zij hangen zeer nauw aan elkaar vast en ge kunt niet zonder It één noch zonder It ander. Vandaar dat het zo fijn is en zo interessant, zo plezant aan familiegeschiedenis te doen, aan het vormen en opstellen van familiegeschiedenis omdat ge tegelijkertijd uw eigen streek leert kennen. Ge leert uw volk kennen, ge leert de geschiedenis van dit volk kennen, de toestanden die er vroeger waren en als het ware zijt gij gedwongen om U te verplaatsen in de tijd en ge gaat precies uw voorouders ontmoeten in de situatie die zo klaar is als logisch.

    De mensen die daar mee bezig zijn brengen het zover dat ze ertoe komen te bepalen waar iemand gewoond heeft, in welke wijk, in welke woning, welk huisnummer en U vindt ook hun manier van samenwonen! Daarom is het raadplegen der bevolkingsregisters zo fantastisch om alles wat ge te weten komt.
    De heraldiek! Een thema dat bij veel mensen erg aanslaat. Nu kunt ge zo vlug mogelijk te weten komen wie van uw voorouders een wapenschild hadden.

    Hadden zij dat, dan zouden we toch graag het ook hebben:
    ’t Is fijn zo’n wapenschild met een harnas en pluimen er bovenop. Hadden onze voorouders wapenschilden? ’t Kan.
    Soms eenvoudige lieden bezaten een wapenschild. Zij droegen dat bijvoorbeeld als ze ten strijde trokken.  Ze verkregen dat soms ook als ze bepaalde functies bekleedden. Zekere meiers in hun tijd hadden een wapenschild dat ze mochten dragen en dat overdraagbaar was. Alle afstammelingen in rechte lijn, als het zo beschreven werd, mochten dit wapenschild dragen en mochten dat met veel trotse fierheid en eer in de living hangen.
    Ook de politieke geschiedenis, die via de genealogie kan bestudeerd en achterhaald worden, mag niet onderschat worden.

    Wat is de familiegeschiedenis nu niet? Ik heb de familiegeschiedenis al enkele malen schoon voorgeschoteld, maar in wezen zijn er sommige mensen die aan hun familiegeschiedenis of hun stamboomonderzoek gaan doen en er op uit zijn om bepaalde dingen te doen die juist de eigenheid van de genealogie niet zijn, bijvoorbeeld: zo vlug mogelijk proberen te weten of een der voorvaders meegestreden heeft in 1302 op de Groeninghekouter te Kortrijk. Dat is de bedoeling niet. Dat onmiddellijk proberen te weten te komen is uit den boze, dat komt vanzelf als je stapvoets gaat.

    Ten tweede proberen na te trekken of je geen illustere voorvaders hebt, of je een grootvader of een voorvader hebt die in Amerika rijk geworden is, de rijke nonkel uit Amerika !
    Men hoort dat soms wel vertellen. Dat is zeker niet het doel van de genealogie of van de familiekunde te gaan zoeken of we soms geen afstammelingen zijn van Karel de Grote. Ik ken sommige mensen, ik denk dan aan Ruisbroek, en ook aan Blaasveld: daar komen nogal wat “Magnus” voor. Als ge dan Carolus Magnus, keizer Karel, vernoemt dan zeggen sommigen:

    “Tiens. .. daar is iets in mijn voorgeschiedenis. Ik stam er van af. Het kan, ik zou het vergeten te zeggen, maar nu is het zeker.”
    Proberen zo vlug mogelijk een wapenschild te vinden om ermee te pronken; dat is ook de bedoeling niet, want u loopt de ene teleurstelling op na de andere. Anderen zijn er op uit om zo vlug mogelijk een formidabele grote bron te hebben van informatie. Want dat is zeer interessant, en ze doen het onmogelijke om een grote bron te creëren. Een grote bron van informatie bezitten is zeer aan te bevelen op voorwaarde dat die grote bron niet droog viel of vol hiaten, leemten, onvolledig heden en onjuistheden zit. Want zulks is zeker uit den boze. De persoon die zich daartoe leent, gaat regelmatig met blozende wangen staan. Daar mag U van overtuigd zijn!

    Wat is het dan wel? De beginkwestie is echt, een brok levende werkelijkheid. Wij worden gedwongen de geschiedenis te schrijven van al wat tot heden geschied is. Alles wat wij bij elkaar brengen, hetzij van links, hetzij van rechts, van hoog naar laag, van vrienden, van kennissen, van bibliotheken, van archieven, alles wat wij redden wordt momenteel een echte levende brok werkelijkheid. Dat is zo. Het staat neergeschreven en je kunt bijna alles achterhalen.  Het is bovendien ook een zeker gegroeid verhaal, die familiegeschiedenis. Je ziet het groeien. Je bent er bij betrokken, je leeft daarin mee, het gaat boeien. Het resultaat gaat nog boeiender zijn voor u en uw familieleden. Je gaat er echt van versteld staan na enkele jaren bezigheid hoe interessant het is, hoeveel je gaat te weten komen van uw gemeente, van uw families, waarvan ge deel uitmaakt. “Tiens, dat wist ik niet. En dat de helft van Breendonk familie was van Rubens, wist ik ook niet en het is nochtans zo.” Rubens was immers tweemaal gehuwd geweest, eerst kinderloos, dan veel kinderen. Uit die familie Rubens heeft een dochter flink haar best gedaan samen met haar compagnon D ‘Hertefelt. Nu bestaat de helft van Londerzeel uit D’Hertefelten en in Breendonk zijn ze ook goed vertegenwoordigd.

    Zo heeft men dan werkelijk een formidabele waaier van personen die afstammelingen zijn van Rubens. En dat is zeker interessant om weten en tevens een boeiend verhaal.

    Ik denk bijvoorbeeld aan “Le Par Chemin” een uitgave van een Franstalige genealogische groep. “Le Par Chemin” die snijdt zo om het jaar een grote familie of een groot persoon uit de geschiedenis aan.  Welnu, bekijken wij het exemplaar van “Le Par Chemin” over Rubens en zijn nazaten, een boek van ongeveer 6 cm dik. Dat wil praktisch zeggen dat dit een bron van geschiedenis is over onze regio’s. Zowel Boom als de Rupelstreek, Klein-Brabant, het Vaartland, tot Mechelen, komen er in voor. Want Rubens heeft zo wat overal gezeten. Hij was buitengewoon belangrijk. We zien dan ook onze voorouders teruggeplaatst in hun tijd. Precies of wij zijn daarbij: als we daareven zegden dat in het voorbeeld van Ruisbroek en de cholera-epidemie Dr. De Wachter daar heeft vastgesteld dat zekere voorouders in bepaalde woningen woonden, in die wijk, in die straat, in dat nummer en dat zulks buiten de zone van cholera lag, dan kon men bijna zeker weten dat deze voorouders landbouwers waren.

    Zie je, zo komt je veel te weten, zelfs al ben je zelf geen landbouwer meer. Maar het komt in je familiegeschiedenis voor: zij zijn gevrijwaard gebleven van cholera, van pest of van andere onzalige epidemies, die in deze streek geheerst hebben.
    Het moet ook geweten worden hoe onze mensen geleefd hebben aan de zuidkant van de Rupel.

    De Rupel die wij allemaal zeer goed kennen. Met vele dijkbreuken! Zij hebben dijkbreuken gekend in Wintam, in Hingene, in Blaasveld, in Klein Willebroek. Om de haverklap was er een dijkbreuk met alle gevolgen vandien.
    De dijk brak door, tot daartoe, dat kon men nog herstellen, maar dan die overstroming! De mensen moesten gaan vluchten.
    Waar moesten zij naartoe ? Bij familieleden in Willebroek, waar het ook overstroming was?  Men moet weten dat die zaken dateren van rond de jaren 1100. U weet toch dat rond de jaren 1200 de Sint Michielsabdij van Antwerpen en de abdij van Grimbergen in feite de pioniers waren om de Rupelbocht tegenover Terhagen af te snijden. Zo konden zij de stroming van het water op een andere manier laten verlopen en de versteviging van de dijken verzorgen. Van toen af kwamen er ook minder dijkbreuken voor en konden er mensen zich vestigen.

    Zo zien wij dat Blaasveld zich stilaan heeft kunnen ontwikkelen alsook Heindonk. Die greep op die zandige periode liet toe dat bepaalde families zich daar kwamen vestigen. Ze hielden fel van elkaar met als resultaat dat men er overwegend zo veel van diezelfde namen aantreft. Dat is geschiedenis.

    U herkent de volksverbondenheid in die eeuwen die zo lang voor ons voorbijgingen.  Nu is er voor iedere familie, hoe klein ook, een hele familiegeschiedenis te maken. Men heeft alleen de durf nodig, het aanpakken telt. Want het is in feite ieders plicht, ik zou willen zeggen, de eerbied voor onze familie en onze voorvaderen, die ons dwingen te gaan achterhalen hoe zij leefden, wat zij geleden hebben, wat zij genegen waren. Wij zijn dit verplicht aan onze voorouders om terug te weten te komen wat er van hen bewaard is gebleven. Denken wij aan gezinnen die op twee dagen van tien kinderen er acht zien sterven, want de kindersterfte is in sommige perioden keihoog geweest. Welke drama’s moeten er zich niet afgespeeld hebben als ge uw kinderen van 2, 4 tot 12 jaar op enkele dagen ziet sterven!

    Ik ken zo een familie Pauwels uit Liezele: Wel wat moeten die mensen meegemaakt hebben? stel U voor: één kindje verliezen is al een ramp, als ge dan gans uw gezin ziet verdwijnen en dan de vader er nog bij. Wat hebben die mensen meegemaakt? Hoe hard hebben die het niet gehad? Welnu wij zijn verplicht om daar respect voor op de brengen en dan is het ook niet meer dan normaal dat we gaan zoeken, eens nagaan hoe die mensen er op reageerden.

    Volgend puntje: Klaarheid in eenieders systeem. Eenieder, genealoog, ervaren en gevorderde stelt in het begin zich vragen, simpele of ingewikkelde. De eerste vraag die iedereen zich stelt is: tot waar kunnen we gaan, tot wanneer en tot hoever?
    Wel kijk, van adellijke personen zal dat gemakkelijk gaan tot voor 1400 omdat de adel vroeger de tijd, het geld, de middelen en de mogelijkheden had om te zoeken en te laten zoeken. Want tot 1400 werd alles beschreven en werd alles bijgehouden wat alle veldslagen van vroeger betrof. Maar niet ieder is van adel, dus moet niet iedereen gaan zoeken tot voor 1400. Alhoewel het kan zijn dat ge zo ver geraakt hoor. Denk aan de streek van Kortrijk bijvoorbeeld, waar men in 1302 gevochten heeft: men heeft bepaalde zaken opgetekend, dus U begrijpt dat daar geschriften bestaan van voor 1400.

    Tot 1550 mogen we zeggen bestaan er genoeg gegevens in grote steden en in bepaalde streken om opsporingen te gaan doen. We kunnen dus met zekerheid en op basis van geschreven documenten die men kan raadplegen tot 1550 teruggaan, althans voor die steden en bepaalde plaatsen.  Maar met zekerheid kan iedereen tot 1600 gaan. Dus 400 jaar. Ik zou zeggen 12 à 13 generaties. Zeer boeiend om dit te doen. Maar tot 1600 zelfs 1570 kan iedereen sporen van zijn familie vinden. Ik zeg wel gaat men sporen vinden. Het zal dan aan U zijn om die sporen te ontdekken, om het juiste spoor niet te verlaten, om U niet te laten afleiden onderweg, want het is zo vlug gebeurd dat ge ergens met een verkeerde grootvader of een verkeerde grootmoeder optrekt. Om niet te spreken van een verkeerde schoonmoeder hé, want dan zullen de problemen nog groter zijn. Tot 1600 is de familiegeschiedenis van 12 à 13 generaties mogelijks voor ieder van ons.

    Natuurlijk vraagt zulks onderzoekswerk, ernstig werk, maar ook gezellig werk. De spiritualiteit speelt daarin een belangrijke rol om te ontdekken welke band bepaalde archieven bevatten rond zoveel personen. Zoveel verschillende geschriften komen voor en dienen ontcijferd, want de ene pastoor kon schoon schrijven, een andere kon schoon kribbelen en een derde kon bijna niet schrijven. Vandaar het groot belang op de hoogte te zijn van oud schrift of tenminste oud schrift te kunnen lezen. Daarom richten wij regelmatig zulke cursussen in over oud schrift. Deze zijn enorm boeiend. Zowel wat het geschrevene, de aard van het geschrift, maar ook de Latijnse termen betreft.

    Ook worden bepaalde volkskundige termen belicht en ook de verschillende benamingen in gebruik bij bepaalde personen. Bijvoorbeeld Andries, Andries- sens, Van Andries, Van den Andries en dies meer. De verschrijvingen, die gewoonweg over dezelfde persoon en dezelfde familie gingen! Bij dezelfde namen kunt ge wel onmiddellijk de vraag stellen: vanwaar komt mijn familienaam? Dit is ook belangrijk. Waarom heet ik zo ? Ik weet, mijn naam, Van Auwenis, die komt van een Ouwe nis, daar zijn bepaalde studies en bepaalde boeken over uitgegeven.
    En het Gemeentekrediet heeft kort geleden een boek uitgegeven over familienamen die gekend zijn en dat zijn er duizenden.
    welnu, Van Auwenis met AU zoals mijn familienaam is geschreven wordt bij mijn voorvaderen met H geschreven.

    Ook HO en andere HOU komen voor. Ik heb hier in Boom in mijn collegetijd een bepaalde jongen gekend van Boom, Jan van Houwenis, nu loodgieter, welnu dat was een familienaam met HOU. En ik twijfel er geenszins aan bij nader ondezoek: die Van Houwenis van Boom en Van Hauwenisen HAU van Blaasveld en mijn voorouders hebben gemeenschappelijke voorvaderen.

    Dit gezegd zijnde, van waar komt die naam? De oude nis? Een nis in onze taal is een waterrijk gebied. Die mensen hebben daar gewoond, hebben zich daar gevestigd, wortel geschoten en er werd gezegd; ja, die van oude nis daar ginds, van Ouwenis .
    Dat is nog een naam die tamelijk te volgen is, maar als ik bijvoorbeeld denk aan Candries ! Herman Candries zijn naam komt voort uit het gebied van Heindonk, van Kalen Dries, een slecht stuk wei, grasland, weiland. U moet beseffen dat men na de Franse Revolutie of iets ervoor men vooral bezig was met de Franse taal of met Latijn. Vroeg men aan bepaalde personen: “Manneke, hoe heet gij” en ge komt een kindje aangeven, een zoon of een dochtertje en ge zegt dan Kalen-Dries dan verstaat die Frans- man Kalen Dries en schrijft Calen Dries.
    Nu die Calen-Dries wordt op den duur geschreven Candries. Kalen Dries afgekort tot Candries !

    Nu zal er niemand nog aan denken tegen Herman Candries te zeggen Herman Kalen Dries. Om even te spreken over samengestelde familienamen, bijvoorbeeld Cools en Thijs uit Ruisbroek. Op zeker ogenblik presenteert zich Thijs Cools. Men vraagt: “Hoe is uw naam ?” Thijs. “Thijs en hoe nog ?” Thijs Cools ! “Wat ?” en Thijs-Cools wordt de familienaam. Dat zijn van de primitieve gevallen die zich voordeden en waarvan wij weten dat er verschuivingen geweest zijn in die naamvorming .

    Vandaar: van waar komt mijn naam? De vraag die men zich stelt. Het kan zijn dat die komt van een plaats die gekend is, ’t kan even goed zijn van een meer of van een dam: Van Breedam! Denk even aan een brede dam. Sommige zeggen: dat komt niet van een brede dam, maar van Bredaal in Nederland. Daar staat een bepaald gedoe Bredaal en daar zou dan de naam Van Breedam van komen.

    Zo kan je talrijke fantasieën opbouwen: die echter niet fantastisch zijn, maar echt waar zijn, maar die vervormd werden door de eeuwen heen.

    Andere vraag die men stelt: Kan ik mijn familiewapen terugvinden? Dat kan, als het bestaan heeft. Maar je kan je evengoed afvragen: hoe kan ik weten of het bestaan heeft?
    De werkwijze is zo dat ge vele heraldische werken kunt gaan raadplegen en uitpluizen of dat ge naar het VVF gaat en navraag laat doen of er ergens een familiewapen van uw familie bestaat. Evengoed kan het verspeeld zijn, het kan niet overgeleverd zijn en er kan in de familie iets gebeurd zijn waardoor er plotseling een familievoorvader van tussen gevallen is en dat die het niet heeft kunnen doorgeven, of dat er bij een brand of een overstroming het familiewapen verdwenen is.

    Nu kan je dat zelf ook ontwerpen. Er zijn momenteel nog mensen die voor hun familie een familiewapen opstellen. Dit is wel verbonden aan strikte geplogenheden. Je kunt zo maar niet zeggen: “Ik teken een schild en ik teken daar twee kraaien op en nog een diagonaal”. Neen, het is gebonden aan wettelijke voorschriften. Zo hoort het een heraldiek college toe zich bezig te houden met het al dan niet aanvaarden van een wapenschild dat ge ontworpen hebt. Ook bij de clerus speelt dit een belangrijke rol. Je kan zo maar niet zeggen: “Ik ga dat stukske samenstellen en wat tintelintjes bij doen”. Neen, dat ligt allemaal vast omlijnd. Het domein der wapenschilden is het domein dat interessant is voor mensen die zich vooral bezig houden met heraldiek.

    Nu komen we aan het volgende punt uit mijn betoog en het luidt: Dat kan U ook.
    Wij betreden het terrein van de beginnende genealogen of mensen die beginnen hun stamboom op te zetten.
    Wij beginnen met een eerste stamreeks samen te stellen of met een voorouderreeks . En dat vraagt opzoekingswerk, optekenwerk . Men kan generaties proberen te volgen, beginnend met eenvoudige dingen. Daarom vind ik het fijn dat de groep van voorzitter de heer Somers hier zo’n fijne voorbeelden en documentatie heeft bijeengebracht: een toonbeeld voor al wie aan dat optekenwerk begint.

    Ook voor de familie is het hartverheffend te weten dat iemand ergens een genealoog, een opzoeker zich bezighoudt met deze problematiek. Dan weten zij dat alle zaken die tot hiertoe tot hun familie behoorden, dat die veilig opgeborgen zijn en dat die voor het nageslacht bewaard zullen zijn. Ze hebben iemand in de familie die er zich voor inzet. En dit is uitermate belangrijk.

    Ik ken zo mensen, en er is hier een collega aanwezig, die heeft het ooit meegemaakt, die op een bepaald moment iets gingen vragen aan een zeer oud vrouwtje: kijk, ik zou graag weten of die of die persoon geen familie is. zo, houdt ge U daar ook mee bezig?

    Die persoon kreeg de gewenste informatie. Enkele jaren nadien sterft het vrouwtje. Na enkel weken wordt die erfenis van dat vrouwtje gewoonweg opengemaakt. De kinderen worden bijeengeroepen, maar één ding staat er bij de notaris speciaal vermeld: een pralinendoos is bestemd voor die bepaalde persoon. De notaris informeert die gelukkige persoon dat hij in de erfenis van dat vrouwtje staat, en ik kom U dat kistje brengen.

    Welnu, dat kistje zat vol interessante gegevens, zoals overlijdensberichten, doodsbeeldekens , zichtkaarten die reeds lang verdwenen geacht waren. Dat vrouwtje had zich de jongen die bij haar was komen vragen herinnerd. Wel al die gegevens bij elkaar brengen, van gelijk waar ze gekomen zijn, is buitengewoon waardevol.

    Een dankbaar hulpje daarbij is de kwartierstaat. Voorbeelden van kwartierstaten liggen ter inzage en kunnen bekomen worden. Het opmaken van uw kwartieren of van iemands kwartieren is zeer belangrijk en interessant. Het is zelfs een opwindend werk een kwartierstaat te leren opstellen. Men vertrekt van zichzelf. Gij zijt daar de centrale persoon, het gaat om U. Gij zelf zijt de kwartierdrager. Ge gaat dat uitbouwen, dat optekenen en verzamelen op bepaalde formulieren, die daar geëigend voor zijn en die U kunt kopen of die U zelf kan reproduceren. Zij zijn in de handel.

    Het VVF en Familia et Patria organiseren de verkoop ervan aan een voordelige prijs. Het is zo dat men ten aanzien van de kwartieren daar altijd een nummering aan te pas brengt. Gij zijt in zo’n geheel van een familiegeschiedenis niet zo maar een losse schakel. Gij zijt verbonden aan bepaalde voorschriften die ge kunt naleven of niet naleven. Maar het welslagen wordt wel bepaald door de ervaring van mensen die daar voor ons allang mee bezig waren en die ons leren hoe men het formulier van de
    kwartierstaten opstelt en in welke volgorde. Generatie na generatie worden in Romeinse cijfers genummerd, de namen van de mannen krijgen even cijfers, en de namen der vrouwen oneven cijfers. Zo heeft de kwartierdrager steeds nr. 1 uzelf. Uw vader als man heeft dan nr. 2 en uw moeder, die vrouw is, heeft nr.3. De ouders van uw vader nr. 4 en 5 en langs moederskant de vader 6, de moeder 7. En we zijn weg. Die nummering loopt verder, gans die vier eeuwen door blijft dit zo. Je kunt niet missen. Komt ge een vrouw tegen die een even nummer draagt dan zit ge fout. Zo simpel is dat.

    En die stamboom! Hoe gaat ge daar aan beginnen. Wel die stamboom is in wezen de uitwerking der genealogische gegevens, waarbij ge U steunt op bepaalde documenten, waarbij ge steunt op afstammelingen die tot op heden, tot vandaag vermeld worden. Ge vindt daar op de balie een schoolvoorbeeld in de stamboom der familie Somers.

    Begin nooit in het midden of zet nooit uw overgrootvader in het centrum, want dan weet ge niet waar je gaat uitkomen naar onder toe of naar boven. Doe zulks volgens een bepaalde orde, waarbij jij centraal staat en dan kan je spreken van een stamboom. Zo gaat men dan steeds verder. Keer je nu die om, wel dan gaat men uit van de oudste gekende stamvader en zegt dat die stam de oudste gekende stamvader aangeeft. U krijgt dan zogezegd een brede waaier. De boom is omgekeerd, is een piramide.

    Een stamboom kan je uitwerken op allerlei fraaie manieren. Je kan zulks doen zoals ’t voorbeeld aan de balie. Dit schema is afkomstig van ergens aan de Loire. Je kan het zelf tekenen als je een weinig artistieke aanleg hebt, of evengoed voorgetekend kopen. Het dient daarom geen echte boom te zijn, men kan er evengoed een presenteren met allemaal evengrote ovale kadertjes waar de namen inkomen met eventueel zelfs de foto’s erbij. Je hebt een onbegrensde grote mogelijkheid naargelang de artistieke creatie van de persoon die de stamboom gaat uitwerken en of die horizontaal ofwel verticaal schikt. Ook een verwantschapstabel is zeer belangrijk, zeer interessant.
    Een tabel van al diegenen die met U verwant zijn gaat u enorm veel vreugde bijbrengen, vooral omdat ge gebruik kunt maken van datgene wat allemaal in de stamboom bekend is en ge kunt dan banden smeden, bakens stellen, zeggen dat die familie hier zit en verwant is met deze en aanduiden in welke generatie.

    Zo plaatst ge piloten, centrale gezinnen die een waaier van kinderen hebben en die weer naar beneden een tamelijk belangrijk gebied gaan bestrijken van uw stamboom of van uw verwantschapstabel. De familiegeschiedenis is voor ieder persoon, genealoog of niet een belangrijk iets. Voor éénieder komt eenmaal de dag dat hij zich afvraagt: “Van waar kom ik ?”
    Ge hoeft daarom geen filosoof te zijn, maar weten vanwaar kom ik , dat  boeit U.

    Men is uiterst tevreden als men iemand in de familie aantreft die bezig is met de familiegeschiedenis, met zijn familiegeschiedenis en ik druk op zijn. Want hij gaat werkelijk iets voor ogen zien, waar hij al heel veel vragen over gesteld heeft, juist omdat er iemand is die daar zijn tijd heeft ingestoken. zulks is buitengewoon interessant én voor elke familie én voor elke persoon. Komen wij samen op familiebijeenkomsten dan zal er niemand zijn die U negeert als ge met de familiegeschiedenis, met de stamboom of met de uitgeprinte lijst van een globaal overzicht van de familie naar voor komt. Niemand zal zijn hoofd wegdraaien. Niemand. En men mag goed of slecht gezind zijn, als hij slecht gezind is dan zal hij toch wel die lijst gaan raadplegen achter uw rug, want hij is geïnteresseerd te weten: “Wie was er voor mij, waar zaten ze  allemaal? ” Daarom dat ik zeg, die familiegeschiedenis is buitengewoon interessant.

    Het is een zaak van inhoud en van vorm. Je kan dat heel schoon maken. Sommige mensen hebben hun werk gepresenteerd werkelijk als een fraai, aangenaam leesbaar en spannend boek, ingebonden volgens de regels van de kunst, met goudopdruk er boven op: dit kost niet zoveel.

    In een beschermde werkplaats vraagt men ongeveer 300 fr voor het inbindwerk, dat heb je toch wel over voor zulke mooie presentatie na al het gepresteerde werk van uitprinten, uitschrijven of uittikken in machineschrift.

    Zo was ik vorige week aan zee en las in de krant, in de Zeemacht, dat er een groep leerlingen van een Technische School in Oostende de familiegeschiedenis van Goedkindt, een drukker en grafische firma, had uitgeschreven in sierschrift. Dit prachtig werk, fantastisch schoon geschreven hing te bezichtigen. Een fijn en enig document. Welnu, het zit in de vorm, de tijd, de creativiteit en al wat telt om het schoon te maken. Dit alles draagt bij tot die fraaie eindprestatie .

    Dient er nu gewacht om een familiegeschiedenis af te sluiten tot ge alles weet? Wel, beste mensen, neen! Je zal nooit alles weten, dat gaat niet, dat is onmogelijk. Eenmaal moet je kunnen zeggen: kijk ik ga deze al eens uitschrijven, uittikken of uitprinten, want dan heb je dat toch al. Komen er later gegevens bij of vind je er nog meer, dan voeg je die toe. Eens moet je toch die voorlopige familiegeschiedenis afsluiten. Zodanig dat de nazaten, ook al is het werk niet af zulks doorgeven. Wellicht staat er in de familie bij de kinderen of kleinkinderen iemand op, wellicht meerdere energieke kereltjes of meisjes, die het werk van opa of oma willen verder zetten en verder afwerken. Die kunnen dan ook doorzoeken op hun beurt, aangestoken als ze zijn.

    Wij ondervinden dit enthousiasme bij de lessen en de cursus genealogie. De inschrijvingen zijn al volgeboekt voor ze beginnen. Wij moeten mensen weigeren. Zie je, dat onderlijnt het feit dat men interesse heeft.  Zeer interessant is ook een familiefotoboek samen te stellen. Ik zie hier op de tafel familiefoto’s. Dat werd voorbereid, dat is geprepareerd en gekneed geweest. Bladen werden voorzien per familie, je kan de personen inplaatsen per generatie. Ruimte is voorzien, niet alleen voor foto’s, er is ook ruimte voor prenten, bidkaartjes, voor eerste communiekantjesprenten, plechtige communiekantenprentjes , zelfs het paspoort van opa kan daar ingeplakt worden. Kleine anekdoten en grote anekdoten worden erbij verteld. Mensen die bijvoorbeeld in een concentratiekamp gezeten hebben en daar nog documenten van hebben mogen in Gods naam deze niet verloren laten gaan. Die moeten bewaard blijven. Er gaat al zoveel verloren. Hoe komt dat? Omdat er teveel mensen zijn die lui of lam zich ergens vervelen, geen hobby hebben, vroeger
    met pensioen of prepensioen gaan, geen alternatief hebben.

    Ze weten wel wat er in de familie te vinden is aan bepaalde gegevens, maar men is soms te lui om dat op te vragen en helaas, het gaat verloren. Op een bepaald moment komt er een grote verhuis, alle schuiven en laden worden geledigd, alles gaat mee en datgene wat men niet kan gebruiken, wel ja dat zal men verbranden of met de vuilniskar meegeven. Welnu, probeer dan liever een familieboek samen te stellen met alles wat ge kunt bemachtigen. Vergeet de akten van aankoop en verkoop niet, want daarin steken fantastisch veel gegevens.

    Verzamel rekeningen en akten van erfenissen in de familie, want ze vermelden tot in de tweede of derde generatie terug de herkomst van een stuk grond of de herkomst van een stuk land. Dan ziet ge die mensen terug met hun rechten, hun eventuele kinderen en zelfs de wezen waarmee men rekening moest houden en de mombers die moesten instaan voor de wezen.
    Dat zijn data die enorm belangrijk zijn en die moeten bewaard blijven. Die mogen niet verloren gaan. Belangrijke elementen mogen niet verdwijnen: er verdwijnt al te veel.

    En zo zitten we nu klaar: alle papieren zijn bij elkaar gebracht.
    We gaan deze nog eens lezen en alles nogmaals verifiëren, zeker alle gegevens die we links en rechts hebben opgeraapt van vrienden en kennissen. We hebben immers geen archieven bezocht. We hebben de stap nog niet gezet naar een ver gemeentehuis, naar een archief van het OCMW bijvoorbeeld, naar de wezenkamer , naar het gerechtshof. Welnu, daar moeten alle gegevens getoetst worden aan de echtheid, aan de realiteit. Dat is zeer belangrijk en zeer interessant. Daar leren wij nog veel bij. Als ge bijvoorbeeld in het Rijksarchief komt in
    Beveren, waar ge ook de gelegenheid hebt om over een monitor te beschikken, kunt ge microfilms lezen. Welnu, daar zijt ge altijd in het gezelschap van mensen die ook aan het zoeken zijn.

    De één vraagt de weg aan de andere en maakt zo weer kennissen bij die misschien op hetzelfde terrein aan het werken zijn: Verbruggen voor Verbruggens en dan weer Peeters voor Peeters en evengoed ook Janssen voor Janssens . Ge treft er ook advocaten of notarissen die opzoekingen aan het doen zijn juist in het gebied waar wij ook iets konden zoeken. Daarom zeggen wij dat de fase van het bezoeken van archieven aangebroken is na sorteren of triëren van alle gegevens waarover ge beschikt.

    Ook zeer interessant is het bezoeken van ruilbeurzen, waar je steeds iets vinden kunt dat U nog helpen kan. Ik ken een bepaalde oude persoon van  Ranst, Schelfhout. Deze Schelfhout bezit op enkele beeldekens na, alle overlijdensprentjes en overlijdensberichten van Ranst. Die spreken boekdelen, want de ganse familie komt daar op voor, met alle aangetrouwden enz.

    Welnu, dat gooit ge zo maar niet klakkeloos weg, neen, want dat zijn elementen die U fantastisch veel gegevens kunnen bezorgen.
    Zo beschikt het archief van de genealogische kring van Oostende, de VVF over een gang van ongeveer 50 m lang, die rechts volledig bezet is met wandkasten die vol overlijdensberichten zitten. Ook het VVF te Merksem beschikt langs de  ganse rechter flank van de leeszaal rechts over kasten vol met overlijdensprentjes. Deze prentjes zijn bijzonder interessant.

    Ook de communiebeeldjes zijn niet te versmaden. U kunt soms een persoon zoeken met onbekende geboortedatum. Deze kan op dat beeldeke staan. Minstens wordt de datum der plechtige communie vermeld. En dan weet ge dat die 11 à 12 jaar oud is. Dat is een datum waarop je verder gaat en je vindt de juiste geboortedatum. Dat is werken aan familiegeschiedenis.
    Foto’s van familiefeestjes zijn buitengewoon interessant.
    Ik zie regelmatig bij de fotowinkel in mijn buurt mensen komen met van die vergeelde foto’s waar 40-50 man opstaan. Zij laten een laserfoto maken. Ze moeten die hebben want ze komen met de familie samen en ze willen al die personen identificeren. Wie is wie ? Ze tekenen daar cirkels rond en dan gaan ze daar nummers inschrijven. Zo positioneert ge die familie. Immers de familievergadering was vroeger geen sinecure: men had geen verbindingsmiddelen zoals nu en ook geen verplaatsingsmogelijkheden zoals nu: de mensen moesten ergens heen komen om feest te vieren en dat deden ze met kar en paard.

    Welnu, het is fantastisch verrijkend om te zien hoe iedereen zich inzet om iedereen te identificeren. “Hier nonkel Tuur”, en “Wie is nonkel Tuur ?” “Zo de vader, zo de zoon. . .” Ze beginnen elkaar te helpen en komen tot resultaat. Op het einde van de familiesamenkomst werden al die personen vereenzelvigd. Buitengewoon interessant, want dat is het wezen van de familiegeschiedenis, dat mensen uit vorige generaties terugkomen: oud en versleten, krom en gebogen, maar ze staan er en ze zijn fier erop te staan. Deze belangrijke dingen mag men niet uit het oog verliezen en zeker niet weghouden.

    Maar alles moet geordend zijn. Ik zou zeggen, zet alles op muziek. Een partituur oogt mooi met kruisen en met mollen als ze fijn en juist geplaatst zijn. Een 3/8 moet 3/8 zijn. Een volle maat, een volle noot, alles zit rekenkundig correct en schoon in elkaar. Dan sluiten we het stuk af.  Zo hoort het ook met de familiegeschiedenis. Men moet correct en nauwgezet te werk gaan. Dan zult ge echt prachtige vruchten plukken. Alle zorg en orde eraan besteed zal lonen. Het is zoals met de muziek van Bach. De toondichter heeft de muziek bewerkt. Ze kan slechts correct gespeeld worden door iemand die ze zorgvuldig bestudeerde en correct interpreteert.

    De datum: Gooi er nooit met de pet naar, hij moet juist geschreven zijn, correct en zo volledig mogelijk, met orde en zonder haast. Om iedere zoeker te helpen zijn weg te vinden heb ik een bundel lijsten meegebracht met alle gegevens over archieven, hun adressen en hun openingsuren. Ik heb er de tabellen van de Republikeinse kalender bijgevoegd en ook de verwantschapstabellen volgens de Kerk en volgens de Burgerlijke stand. Dit alles is zeer nuttige informatie, zowel voor een beginnende als voor een gevorderde genealoog.

    We wijden even uit over de Revolutionaire tijd van de Franse Revolutie van 1792 tot 1808. Deze periode heeft een belangrijke rol gespeeld hier bij ons. Tot daar geraken is maar een kleinigheid, maar dan? Die Franse Revolutie, die zoveel onheil met zich meegebracht heeft, kreeg ook haar positieve kant in het gemeentewezen en de orde die de Burgerlijke Stand zal kennen. Het is wel zo dat zekere concilies de basis gelegd hebben, het concilie van Trente en de aartsbischop van Doornik hebben allen hun steentje bijgedragen om enige orde op zaken te brengen toen er nog geen Burgerlijke stand bestond.

    We zijn dus genoodzaakt de pastoors te geloven die in die tijd dit werk deden. Na het concilie van Trente, dat in 1653 heeft plaatsgehad heeft men de priesters verplicht de dopen in te schrijven, niet de geboorten. Men kan ze natuurlijk niet dopen als ze niet geboren waren. Maar niet iedere pastoor had daar onmiddellijk oog voor, baptizatus est – baptizata: dat telde.

    Later dienden ook de huwelijken ingeschreven te worden.
    Dat gebeurde, om dan nog later ook de overlijdens in te schrijven. Zo spreekt men dan voor de Franse Revolutie alleen van gedoopt te… en na de Franse Revolutie van geboren te… omdat men in de gemeentearchieven de Burgerlijke stand optekende zoals dit nu nog gebeurt.

    Bezoek ook regelmatig kerken en kerkhoven: kerkhoven bevatten een schat aan gegevens. Kerken bevatten een schat aan beelden en schilderijen, maar ook de gegevens die op de zerken vermeld staan mogen niet vergeten worden.
    In de jaren 1600 à 1700 betaalden bepaalde families om te mogen begraven worden in de kerk. Dan werd een grafzerk hetzij in de middenbeuk, hetzij in de zijbeuken in de arduin uitgekapt met gegevens op. Het is mogelijk dat verschillende zerken uitgesleten zijn, maar ik ken verschillende gevallen van nonkel Pastoors uit Blaasveld, Tisselt en Willebroek, waarvan verschillende zerken te vinden zijn in de parochiekerk van Rupelmonde.

    Te Antwerpen werd een boek uitgegeven uitsluitend over de grafzerken van Antwerpen. Welnu, op iedere zerk staat natuurlijk de overledene vermeld, met zijn echtgenote en soms met zijn kinderen, zijn geboortedatum en overlijdensdatum eveneens. En soms de huwelijksdatum erbij. Helaas, veel mensen lopen in een kerk wat over en weer, of voorbij en men vergeet gewoonweg te noteren wat er op die grafzerken staat. Het is zeer leerrijk: aanknopingspunten die je vooraf niet had kunnen vermoeden worden U aangeboden. Wij kunnen ook navraag doen bijvoorbeeld aan het VVF of er soms andere mensen zijn die de familie bestudeerden. Het is niet onmogelijk, dat iemand reeds een bepaalde struik uitgepluisd heeft en dan ben je geholpen ! Het volstaat de vraag te stellen. Mensen mogen elkaar bevragen en antwoorden geven, juist of onjuist, maar steeds zonder de wil te misleiden. Het is zo verrijkend dat men bij collega’s zaken vindt die gij misschien verkeerd had geïnterpreteerd. Dit komt meermaals voor.

    Nu heb ik er ook een tabel bijgevoegd waar je overal terecht komt in de archieven. Ik heb ook gezegd dat de Burgerlijke stand waardevol is omdat die de juiste manier respecteert om geboorten, huwelijken, overlijdens te noteren. Het zijn voorgedrukte documenten en niet meer willekeurige. Het is nu wel zo dat in verschillende gemeenten, zekere personen aangesteld werden om de vertalingen van de parochieregisters te doen, dit in functie van de hedendaagse geschiedenis en om te weten wie er leefde in die tijd. Nu kan het gebeuren dat die klerk die hiervoor aangesteld en betaald werd, weinig of niets afwist van paleografie of van oudschrift, met als resultaat dat uw naam zesmaal verschillend werd geschreven en dus ook op zes verschillende plaatsen voorkomt in de klapper van het register.

    De klapper, dat is dus gewoonweg een overzicht van alle personen die in een bepaalde gemeente geboren zijn, gewoonlijk per periode van 10 jaar. Dan gaat ge in die klapper zoeken en ge vindt al de Janssens , een ganse reeks met alle variaties en ook nog eens de Janssegers ertussen. Cools waar men de S heeft weggelaten en Cool. sommige namen met H worden ook zonder H vermeld. Ge moet er U wel rekenschap van geven dat die klerken die de overzetting hebben moeten doen van de parochieregisters ook wel eens op het zicht moesten werken.

    Bovendien is nu de laatste tijd een ander prachtig gegeven opgedoken, dat een prachtig leven is beschoren, nl. de computer. Waar men vroeger alles neerschreef en pende, fiches maakte en fichenbakken, is nu Goddank, alles veel vereenvoudigd door de computerprogramma’s die op de markt gebracht werden en die de genealogie doen beoefenen via de computer.

    Je ziet dat alles met de tijd rijpt. Als ik zeg dat op zo’n klein schijfje voor 1/4 gevuld reeds meer dan 1000 familienamen worden geschreven, dan hebt ge het bestand van vele fichenbakken op een klein schijfje staan. Ook kan ik dat schijfje passeren aan een collega, wat ik met de fichenbak niet kon.

    Met dat schijfje kan hij nu werken. Heeft hij iets nieuws gevonden, dan kan hij het schijfje teruggeven en zeggen: “Mijnheer Van Auwenis, ik heb iets anders gevonden”. Zo ruilen wij in functie van de familiegeschiedenis. De computerwereld is op dat gebied à la page. De programma’ s die men heden ten dagen ter beschikking heeft, zoals Haza-data, zoals Progen, Roots, Family Three, Brothers-Keeper enz., al die programma’s werken uitstekend. Daarbij nog een tekstverwerker en ge kunt altijd nog bijschrijven bijvoorbeeld dat één uwer voorvaderen molenaar was en dat hij herbergier tegelijkertijd was en de gieken bediende en dat hij ook brouwer was voor zichzelf en voor anderen. Al die inlichtingen kunnen nu gestockeerd worden en moet men geen boeken schrijven. Bovendien is parochieregisters raadplegen een omslachtig werk. Om daaraan te verhelpen heeft het Rijksarchief gewoonweg microfilms gaan vervaardigen. Hier ziet ge zo’n film die een volledig parochieregister bevat.

    Al die oude boeken, bruingeel en versleten werden om microfilm gezet. Je kan die raadplegen en zelf kopen. Ze komen uit Amerika. Een film, als je die koopt van een bepaalde familie via VVF kost ongeveer 450 fr per film. De Mormonen hebben deze microfilms gemaakt van bijna de ganse ontwikkelde wereld. Alle parochies en gemeentehuizen en notarissen hebben ze bezocht  om alle registers te gaan fotograferen: momenteel zijn ze in Polen bezig.
    Al deze films bevinden zich ook in het Rijksarchief. De Belgische staat, ook de Zweedse, de Noorse enz., die staten hebben één exemplaar in het nationaal archief en één exemplaar in het plaatselijk archief gedeponeerd. Ons plaatselijk archief, dwz. voor onze streek is Beveren.

    Het Archief van Antwerpen is voor een gedeelte in Beveren ondergebracht. Men heeft ook microfilms in Mechelen bij de Mormonen, in de Leopoldstraat. Daar kunt U inzage krijgen van alle films die bestaan. Deze Mormonen zijn met de microfilms die alle gegevens van onze gezinnen, onze voorouders bevatten, naar Salt Lake City vertrokken, een groot zoutmeer. Daar staan km en km kasten, gevuld met microfilms. Een persoon uit Boom trok naar Salt Lake City om bepaalde zaken te zoeken die hij hier niet vond en hij heeft die ginder gevonden! Denk dus niet dat ge alleen hier ter plaatse nog die oude boeken uit de pastorijen kan raadplegen. U kan naar het Rijksarchief gaan naar Beveren of naar Brussel. U moet eerst het register inkijken om de gemeente te vinden waarover je rondvragen gaat. Er staat een nummer achter de gemeentenamen , dat is de film die U moet zoeken en opstellen en scherpstellen in de monitor en ge draait maar en ziet blad voor blad een mooie geschiedenis voorbijkomen tot 1893.

    Voor latere jaren speelt de privacy een belangrijke rol. Men geeft slechts zaken ter inzage tot voor de laatste 100 jaar. Die mensen leven nog en ge zou bepaalde zaken in ongewenste zin kunnen interpreteren, bijvoorbeeld iemand die landloper was of die in de Rijkskolonie in Wortel, Hoogstraten gestorven is. Let goed op: processen, rechtspraken van de rechtbank, van de schepenbank, alles staat op microfilm en niets werd vergeten. Alles staat op papier op de één of andere plaats, hetzij in het Rijksarchief, hetzij in het stadsarchief of in de gemeente-archieven, hetzij in de archieven van het OCMW, hetzij in de archieven van bepaalde verzamelingen, maar het is te vinden, dat is het belangrijkste.

    En nu nog de computer erbij als een enorme hulp. Zelfs is men bezig om deze films te vervangen door CD, compact disc, en men gaat nog verder in plaats van 1,4 MegaByte op een diskette te zetten, gaat men nu honderden MegaBytes op CD zetten. De eerstvolgende jaren wordt dit het middeltje om ons te helpen om sneller, adequater en juister inzicht te krijgen in ieders familiegeschiedenis.

    Toch wil ik, als besluit, want de voorzitter en de secretaris hebben eraan gehouden dat er ook nog vragen kunnen gesteld worden, enkele raadgevingen meegeven.

    Leg geen te vlugge verbanden en wees niet te vlug tevreden. Ik geef U het voorbeeld van een zekere Cools Elisabeth, geboren in Ruisbroek, maar er schijnen er twee geboren te zijn. Die pastoor heeft foutief ingeschreven baptizata est Elisabeth Cools en wel 10 jaar voordien. Zij huwt met een bepaald persoon Verbruggen . Die tweede Elisabeth Cools, een nichtje, trouwt ook, ook met een Verbruggen . Nu begint de misère, want de pastoor heeft er niets bijgeschreven. Wachten dus tot bij het overlijden van die vrouw om dan meer duidelijkheid te hebben dat Elisabeth uxor was van die bepaalde Verbruggen Nikolaas. Waarschijnlijk staat de geboortedatum erbij en dan is het opgelost, en als er bijstaat waar ze gehuwd is, dan is het ook goed. staat er gewoon matrimonium contraxit op die datum, dan moet je weer andere bronnen gaan aanspreken, bijvoorbeeld de notarisakten, rechtbank gegevens, de wezenkamers enz.

    Hou ook rekening met de kindersterfte. In één gezin kan driemaal dezelfde naam voorkomen. Zo sterft een kind van de familie Caluwaerts, Joanna Francisca. Spijtig genoeg sterft ook het volgende kind Joanna Catharina. Het  volgende kindje wordt terug Joanna Catherina genoemd omdat peter en meter hun eerste petekindje verloren waren. Dat zijn mogelijke verwarringen die moeten vermeden worden en die ons moeten aanzetten om soms die problemen te ontwarren in onderlinge collegialiteit. Kan je er toch niet aan uit, ga dan naar VVF in Merksem, Mechelen of andere plaatsen waar ge steeds terecht kunt en graag geholpen zult worden.

    Ik heb U gezegd dat genealogie een zeer boeiende en interessante hobby is. Je mag het niet alleen aanzien als een hobby, het is tevens een hele karwei: het is een spannend geheel waar je iets vindt van uzelf, van uw familie voor die na U komen. Zelfs zou ik durven stellen dat het een echte wetenschap is, die een voorlopige familiegeschiedenis zou afsluiten. De definitieve, volledige maken kan toch niet er blijven altijd vragen.

    Ik eindig met deze gekende uitspraak:
    “Welke taak kan grootser en heerlijker zijn dan ’t leven van zovele doden, de herinneringen aan zovele gegevenen en dit in het licht van velerlei zaken uit het duistere verborgen leven, terug tot leven te brengen en door te geven aan zijn kinderen? “

    Ik dank U.

Digiprove sealCopyright beveiligd door Digiprove © 2017 Marc Verlinden

Geschiedenis van de gemeente Boom