Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Auteurs Beroemde Bomenaars

VICTOR DE MEYERE

Enkele biografische gegevens
Op 13 april 1873 zag Victor De Meyere in Boom het levenslicht als derde kind van het gezin Honoré Frans De Meyere, geboren Gentenaar en politiecommissaris in Boom, en Maria Louisa Verhaegen, geboren in Wuustwezel. Naar verluidt, kende moeder De Meyere heel veel oude liederen en verhaaltjes, zodat het geenszins verwondert dat de zoon daardoor gefascineerd
werd en later aan die orale overleveringen bijzondere aandacht zou besteden.

Na zijn schooltijd in Boom gaat de jonge De Meyere naar het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, waar hij de “begeesterende” Pol De Mont als leraar ontmoet. Victor voltooit zijn middelbare studies niet, maar legt met succes examen af van kandidaat-deurwaarder. Hij komt zo terecht op de griffie van het Antwerpse gerechtshof De jonge De Meyere blijft echter contact zoeken met het rebelse en onconformistische kunstenaarsmilieu in de metropool, zodat al vlug blijkt dat voor hem geen carrière is weggelegd in gerechtelijke kringen.

Dank zij een tip van Emmanuel De Bom wordt hij vanaf 1900 bediende op het stadhuis. Als stadsambtenaar brengt hij het tot bureeloverste van de stedelijke gezondheidsdienst. In 1936 gaat hij met pensioen. Twee jaar later sterft hij onverwacht aan een hartkwaal op 27 december 1938 in zijn woning, Lange Lozanastraat 148 te Antwerpen.

Zijn moeder (mondelinge overleveringen), Pol De Mont (literatuur en volkskunde) en Emmanuel De Bom (stadsdienst) zijn de drie personages die niet alleen zijn leven maar ook zijn levenswerk in hoge mate hebben bepaald.

Victor De Meyere als literator

Pol De Mont brengt de geïnteresseerde en begaafde jonge De Meyere in contact met de binnen- en buitenlandse poëzie en stimuleert hem tot dichten. Als twintigjarige debuteert De Meyere in het tweede nummer van de eerste jaargang (1893) van het gerenommeerde en toonaangevende literaire tijdschrift Van Nu en Straks. In 1894 publiceert hij zijn eerste dichtbundel Verzen.

Er volgen nog bundels in 1903 (Avondgaarde) en 1904 (Het Dorp). De Meyeres poëzie wordt evenwel niet zeer gewaardeerd. Bovendien wordt hij beschuldigd van plagiaat, zodat de dichter in hem roemloos ten onder gaat en vanaf 1904 zwijgt. Deze teleurgang houdt misschien ook verband met de mislukking van zijn eerste huwelijk in het begin van 1900 (in 1895 had hij I. Thijs uit Willebroek getrouwd).

Na de publicatie van een romantisch drama in verzen (1899) vindt De Meyere echt zijn literaire draai wanneer hij novellen begint te schrijven (vanaf 1904) en hij enkele jaren later met streekromans zoals De Roode Schavak (1909), Nonkel Daan (1922) en vooral De Beemdvliegen (1930) de literaire wereld verbaast.

Het is hier niet de bedoeling alle literaire werken de revue te laten passeren, wel de hoofdkarakteristieken ervan te belichten. Dat Victor De Meyere nooit zijn geboortestreek heeft vergeten, blijkt vooral uit zijn proza, waarin het krioelt van allusies op het Rupelgebied. Herkenbare plaatsnamen (Boom, Niel, Ruisbroek, Wintam) en populaire figuren bevolken zijn verhalen, die ook alle bol staan van allerlei gegevens uit het dagelijks leven.

De volkscultuur in al haar facetten scoort zeer hoog bij de prozaïst De Meyere, die herhaaldelijk aandacht besteedt aan uitingen van volksdevotie, volks- en bijgeloof, volksgeneeskunde, volksgebruiken rond de levenscyclus, enzovoort. Deze hechte en ondubbelzinnige verbondenheid met volk en land heeft wellicht een te grote impact gehad op zijn creativiteit, zodat zijn verhalen meer uitmunten door hun documentaire waarde dan door hun literaire kwaliteiten. Hoe dan ook valt het op dat Victor De Meyere een doorgewinterd volkskundige is met literaire aspiraties, die geen heil ziet in “L’art pour l’art”. Integendeel, zijn literaire werk wil hij bewust en met opzet een sociale en maatschappelijke dimensie geven.

Naast het zuiver literaire werk als poëet, dramaturg en prozaïst heeft V. De Meyere ook zijn medewerking verleend aan andere literaire projecten zoals Prudens Van Duyse, Gedichten, verzameld en ingeleid door Victor De Meyere (Aalst-Bussum 1907, 2 vol.) en Ecrevisse, De Bokkenrijders in het Land van Valkenberg. Ingeleid door Victor De Meyere (Antwerpen 1910).