Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Auteurs Beroemde Bomenaars

VICTOR DE MEYERE

Het valt op, aldus De Meyere, dat de term volkskunst nogal vaak verschillend wordt geïnterpreteerd en gewaardeerd, vooral als het gaat om de eigentijdse volkskunst en haar revival. Het blijkt dat tussen wetenschappers en ambtenaren op internationaal en nationaal niveau grote verwarring rond het begrip volkskunst heerst, en daarvan geeft De Meyere een paar markante voorbeelden (blz. 1216).

Zelfs in eigen land circuleren tegenstrijdige meningen: Albert Marinus vs. De Meyere (blz. 1618), ook al omdat sommigen (Marinus) spreken van Belgische, en anderen (De Meyere) van Vlaamse of Waalse volkskunst (blz. 18). Hoewel delicaat en moeilijk waagt De Meyere zich toch aan een definitie op bladzijde 19. Verder treedt hij Max Elskamps visie bij dat volkskunst steeds in verband te brengen is met esthetisch gevoel (blz. 20), wat o.m. door Duitse vaklui ontkend wordt. Ook weidt de auteur nog uit over het ontstaan en de ontwikkeling van het fenomeen volkskunst, die hij in verband brengt met de primitieve mens (blz. 21-23).

Tenslotte vermeldt hij nog een paar typische kenmerken van bepaalde Vlaamse volkskunstuitingen, die hij graag beperkt zag binnen de contouren van de plastische kunsten. Maar ook daarover blijkt er geen consensus te bestaan (blz. 24-25)…Door de veelheid en heterogeniteit van de behandelde materie – dertien totaal verschillende onderwerpen komen aan bod – kan de auteur niet in detail treden of het thema grondig uitwerken.

Het komt er dus op neer dat V. De Meyere een soort algemene inleiding tot de Vlaamse volkskunst heeft geschreven, waarbij hij de lezer uitnodigt en aanspoort tot verdere observatie en onderzoek. 

Op zich is dit werk dus niet af, maar het biedt wel een stevig overzicht van de rijkdom van de Vlaamse volkskunst, die hier voor de eerste maal in haar volle glorie wordt gepresenteerd. In 1938 verschijnt bij dezelfde uitgever Inleiding tot de Vlaamsche volkskunst.

De titel misleidt, want dit werk is noch nieuw noch een aanvulling. Het is qua tekst een gereduceerde versie (51 blz.) van de eerste uitgave, voorzien van de honderden illustraties, die ook reeds in 1934 afgedrukt waren. Ook de inleiding is duchtig ingekort en bevat geen nieuwe elementen. Volledigheidshalve vermelden we nog een publicatie in boekvorm met volkskundige inhoud, namelijk Het Boek der Rabauwen en Naaktridders. Bijdragen tot de studie van het volksleven der 16e en 17e eeuwen.