Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Auteurs Beroemde Bomenaars

VICTOR DE MEYERE

Het ontstond in samenwerking van V. De Meyere met Lode Baekelmans en werd in 1914 in Antwerpen uitgegeven. In feite bestaat dit boek uit verschillende oude teksten, door het duo De Meyere – Baekelmans opnieuw onder de aandacht gebracht. Het eerste is Der Fielen, Rabauwen, oft der S’chalcken Vocabulaer, gedrukt te Antwerpen bij “Jan de Laet in die Rape” in het jaar 1563.

In een woord vooraf delen de auteurs mee dat er van dit werkje maar twee exemplaren bekend zijn: het ene bevindt zich in de bibliotheek van het “Folklore-Muzeum” van Antwerpen, het andere wordt bewaard in de bibliotheek van ” `s Rijks Hoogeschool van Gent”. Het werk zelf bevat vier delen: een woordenlijst, “der schalcken vocabulaer”, een soort geheimtaal, die de bedelaars en andere marginalen bezigen (blz. 9-15); voorbeelden van bedrog (blz. 17-49); verhalen die over bedelaars en ander onguur volk worden verteld (blz. 50-57); raadgevingen om zich te beschermen tegen deze bedriegers (blz. 58-70).

Kluchtige Calliope, uylbeldende, den Aert, Eyghenschappen, ende manieren der Arme Bedelaeren, bestaende in verscheyde manieren van eyschen, Antwerpen “by Jacob van Ghelen op d’Eyer-marckt/ in den Voghel-Heyn”, Anno 1651, vormt het tweede stuk, telt 47 bladzijden met illustraties en is “vooral belangrijk om den handel en wandel van het bedelaarsgild hier te Antwerpen na te gaan in het midden der zeventiende eeuw” (blz. 81 van het “Naschrift”).

Een derde luik wordt ingenomen door Liederen van fielten, rabauwen en schamele liefde-gezellen (zonder vermelding van uitgever en jaartal; 42 blz.). Dat deel telt negentien liedteksten o.m. over bedelaars, feestvierders en liedzangers. Over de herkomst van deze liederen berichten de auteurs op bladzijde 82 van het “Naschrift”, dat verder nog heel wat achtergrondinformatie en taalkundige toelichting levert met betrekking tot de heruitgegeven teksten. 

Niet in boekvorm uitgegeven, maar wel in Volkskunde gepubliceerd is zijn geïllustreerde bijdrage over “De Tooverij in Vlaanderen” (Volkskunde 34 (1929) 87-128). Hij heeft het hier over het profiel van de heksen en de tovenaars, over bezweringsformules, anti-tovermiddelen en kaartlegsters. De auteur vermeldt op blz. 108-109 de lijst van voorwerpen die bij heksenmeesters werden gekocht en in het Antwerps museum voor volkskunde bewaard worden. 

Omdat V. De Meyere in Oostduinkerke een villa bezat, nl. “De Fuchsia”, verbleef hij geregeld aan de kust. Als doorgewinterd volkskundige heeft hij daar ook opzoekingen gedaan. De resultaten van dit enquêtewerk heeft hij gepubliceerd in verscheidene afleveringen van Volkskunde 40 (193536) -42 (1938) onder de titel “De folklore van de Vlaamsche kust”. Eens te meer blijkt hieruit dat De Meyere een bijzondere aandacht heeft voor het irrationele denken en handelen van ijslandvaarders en kustbewoners, die geloven in voortekens, maritieme spoken, hekserij en witte magie van pastoor Lootens.

Waardering van de literator-volkskundige Victor De Meyere

Victor De Meyere werd voorzitter van de sectie Volkskunde van het derde Vlaams Filologencongres (1920), het eerste na de oorlog 1914-18. Het was toen ook de eerste keer dat er een zelfstandige sectie Volkskunde was.  De sectie Volkskunde van het 20ste Vlaams Filologencongres te Antwerpen (7-9 april 1953) stond in het teken van de herdenking van Victor De Meyere en Maurits Sabbe.