Categorieën
Boerenkrijg oorlog

DE BOERENKRIJG TE BOOM

En dat de Vaderlanders van het fort op hunne beurt ook door een welgevoed kanonvuur dat van hunne vijanden beantwoord hebben, dit getuigt ons uitdrukkelijk het aangehaald verslag van Castagnies. Ook was deze laatste  razend van woede over zijne onmacht en in geheel zijn verhaal zien wij het ongeduld doorstralen.
Bittere  klachten liet hij hooren, omdat er nergens hulptroepen opdaagden, om hem bij te staan in de zware taak, die hij op eigene krachten volstrekt niet volvoeren kon. Wij zullen in den Boerenkrijg van Klein-Brabant zien, waarom eigenlijk Castagnies geene hulp kreeg. Rollier was toegesneld uit Dendermonde, om de zaken te redden, door Quarteer’s neerlaag en dood in gevaar gebracht.

Willebroeck werd onmiddellijk herwonnen op Pradier, den bevelhebber van Waelhem en de Republikeinen kregen in geheel het gewest van de Vaderlanders zoo duchtige slagen, dat zij zich gelukkig achtten met hunne geteisterde kolommen, hoe aanzienlijk ook, naar hunne standplaatsen te kunnen weerkeeren.

Meer dan eens, wij houden het voor zeker, zullen de smaadvolle verwenschingen, door den verbitterden Castagnies tegen de zoogezegde brigands op den Scheldestroom uitgebraakt, over deszelfs baren heen en niet onaangenaam hebben weerklonken in het oor der onversaagde Boerenkrijgers.

Stappen wij heen over de zoogezegde ontzaggelijke verwoestingen volgens den Republikeinschen bevelvoerder aangericht in de rangen der Jongens, alsook over de zoogezegde onkwetsbaarheid der krijgers van het Fransche korps. In bijna al de Republikeinsche
oorkonden van het beroerde tijdvak komen wij aanhoudend dien vervelenden bluf tegen. Stellen wij enkel vast, hier gelijk voor de gevechten van Boom, waarmee de strijd der zeemacht zoo nauw verbonden is, dat er volstrekt geen afdoende werk in de maand October door het Fransch eskader verricht is en dat er eenigen tijd nadien, den 5den en 6den November, aanzienlijke hulptroepen uit Vlaanderen, Brussel en Antwerpen moesten bijspringen, om het fort Ste. Margriet aan de Jongensbezetting te ontrukken.

Over het algemeen gesproken, leverde geheel de maand October, in het Departement der Beide-Nethen ten minste en in Klein-Brabant, geene voldoende, geene ernstige uitslagen op ten bate der Fransche
kolommen. De Jongens behielden overal bijna in die gewesten hunne standplaatsen en vochten er dapper. Meermaals, gelijk wij gezien hebben, moesten hunne vijanden het onderspit delven. Jammer genoeg, dat zij hunne gelukkige pogingen niet konden volledigen en de bekomen uitslagen bestendig maken. De ongelukkige Conscriptiewet, helaas had hen te vroeg in ‘t harnas gejaagd en den besloten aanval tegen de Republiek doen wagen, alhoewel zij in October 1798 nog min geoefend waren en voorbereid dan in 1789. In het begin, dit is waar, beschikte de Republiek in België over zeer geringe krijgsmachten.

Doch zonder ophouden groeiden zij aan; zij waren volkomen afgericht, met echt beleid aangevoerd en wisten gebruik te maken van al de middelen en listen, door eene ervaren krijgskunde ingegeven. Niettegenstaande dit alles, wij hebben het gezien en wij zullen het nog zien, hebben de kloeke Jongens hunne vijanden uitermate veel spel geleverd.

Boerenkrijgstandbeeld te Overmere met opschrift “Hier begon de boerenkrijg voor God en vaderland op 12 october 1798 (Foto: Wikipedia)