Categorieën
Boerenkrijg oorlog

DE BOERENKRIJG TE BOOM

Het oproer is te krachtig ingericht, om door de  krijgsmachten,  waarover ik beschik, gedempt te kunnen worden. Gansch   ontoereikend zijn mijne middelen. Nog eene kans blijft er over, die, spoedig en met  beleid waargenomen, de kalmte kan terugbrengen in deze rampzalige oorden ; die kans bestaat in het verwerven van hulptroepen der naburige krijgsafdeelingen.  Ik smeek u dan, mijn zoo duurbare gezel, in den  naam van ‘t vaderland, in den naam der wetten, die versmaad worden en onder de voeten getreden, in  den naam eindelijk van alles wat den Franschen  Republikein dierbaarst is, mij te Brussel zoo spoedig als enigszins mogelijk is, al de troepen af te  zenden, waarover gij beschikken kunt ; kanonniers voornamelijk heb ik uiterst noodig. Ik verwachtte de nationale wachten van Rijssel; zij willen tegen  de brigands niet optrekken.
 Laat mij, als ‘t u belieft weten, burger generaal,  wat gij doen kunt voor mij in dezen benepen toestand ; ‘s vaderlands heil eischt dringend, dat er  buitengewone legermachten tegen de brigands oprukken.  Ik reken, duurbare generaal, op al uwe zorgen en nog eens smeek ik u, mijne vraag in zeer ernstige aanmerking te nemen.1Zie Archives du Ministère de la Guerre, Paris, Armée d’Angleterre, chemise du 30 Octobre 1798. 
Groet en verkleefdheid.
BÉGUINOT. 

Béguinot had omtrent denzelfden tijd een zijner onderhoorige krijgsoversten, den bataljonsoverste Conroux, die aide-de-camp was van den in Holland verblijvenden generaal Championnet, met  een uitgebreid verslag over den hachelijken toestand naar Parijs gezonden2Zie zelfde plaats, chemise du 29 Octobre 1798.  Deze afgezant stond den 29 October in verhoor bij den Voorzitter van het Uitvoerend-Directorium, en werd van daar naar den Minister van Oorlog gezonden, om de te allen kante zoo dringende noodwendigheden bloot te leggen, en onmiddellijk krachtigen onderstand te erlangen.

 Verschrikkelijk, zoo verklaarde nog Béguinot, de bevelhebber van de departementen der Beide-Nethen, der Dyle en van Jemmapes, den 31 October 1798 aan Colaud3Zelfde plaats, chemise du 9, 10 et 11 Novembre 1798. , verschrikkelijk is van het begin af tot  nu toe mijn toestand geweest in de oproerige kantons, omringd als ik daar was van aanzienlijke korpsen welgewapende brigands, die des te stouter waren,  daar zij wisten hoe gering mijne krijgsmacht was.  Ook kon ik het oproer niet tegenhouden, noch weerstaan zelfs aan de muiters, zonder mijnen toevlucht  te nemen tot gansch buitengewone middels. lk beloofde geld aan al degenen, die mij inlichtingen zouden bezorgen over de juiste punten, door de oproerige scharen bezet, over het getal hunner krijgers aldaar, over hunne sterkte, over hunne middelen, over alles wat ik noodig had te weten, om steeds zonder  gevaar voor mijne troepen, het geschiktste punt te  kunnen kiezen voor den aanval. Door dit middel  alleen, kon ik ze overal meester blijven. In de aangehaalde getuigenissen, gelijk te zien is, spreekt de Fransche bevelhebber met buitengewone rechtzinnigheid, en zijne taal bewijst volkomen, dat wezenlijk te Boom, Lier, Duffel en elders, de toestand der Republikeinsche krijgsafdeelingen, ten minste zoo gevaarlijk en onrustwekkend was, ais wij hooger gezegd en bewezen hebben.

‘De Brigand’, standbeeld te Schelle van Roger Pintens (1998)

Op slot van rekening dan, is het vast, dat kapitein Lamaire, de bevelhebber van Boom, den 25sten, 26sten en 27sten October harde noten te kraken kreeg. Bij middel zijner kanons gelukte hij er in, na den vollen dag van 25 October en een deel van den volgenden nacht te hebben gestreden, de Jongens eenigszins te doen wijken en werd het zijnen krijgers gegund hunne woede bot te vieren in het plunderen, moorden en verwoesten ; doch telkenmale was zijne rust van korten duur en kwamen zijne hardnekkige vijanden den strijd met nieuwen moed hernemen. Ééne zaak is hier volkomen zeker : de Commissaris van het Directoriumi, Gengoult-Kuyl, die te Boom sinds den 22sten October in het gevang zat opgesloten, is door de Republikeinen den 25sten, op den eersten dag der gevechten,
volstrekt niet verlost geworden. Bijgevolg zij konden hem dien dag niet verlossen; anders hadden zij hunnen vriend zoolang niet laten zuchten in den kerker. Hij is maar op vrije voeten gesteld in den loop van den volgenden dag, den 26sten October. Gengoult-Kuyl zelf  getuigt dit feit, wanneer hij bekent in zijn verslag over de onlusten van Boom, dat hij er vier volle dagen, van den 22 tot den 26 October gevangen bleef.

De commissaris Auger van Mechelen getuigt hetzelfde feit in zijnen brief van 6 Brumaire, 27 October, aan commissaris Levêque van Antwerpen: De Commissarissen van Lier, Willebroeck en Aerschot, zegt hij, zijn hier aangevlucht gekomen, alsook de Commissaris van Boom, die gisteren (den 26) door de grenadiers van Antwerpen verlost is. Zie Archives Provinciales d’Anvers, Insurrection de l’an VII, no 193.  In het Archief der Buitenlandsche Zaken te Parijs4Archives des Affaires Etrangères, Paris, Correspondance politique Hollande T. 600, an 1798. L’agent maritime Bourdon à Lombard de Langres le 5 Brumaire an VII., kwamen wij ook eenige bijzonderheden tegen nopens de zaak van Boom. Ziehier wat Bourdon, de agent van het Zeewezen, den 26 October uit Antwerpen schreef aan den Franschen afgezant in den Haag, Lombard de Langres : ‘t Zijn de priesters, die in het oproer den verfoeilijksten en schandigsten rol hebben gespeeld.  Drie van hen hebben over eenige dagen plechtigen  militairen dienst gedaan te Boom; zij hadden hunne  sabels en hunne pistolen op het altaar gelegd, en  na het ‘Ite missa est’, heeft de officiant zich aan het hoofd gesteld der kolommen en zijn de afgrijslijkheden begonnen. Onze gendarmen, bijna alleen in den beginne, hebben wonderen verricht van dapperheid…. Zij zijn in groot getal gesneuveld…. Sedert den 17 October hebben wij geenen enkelen koerier meer ontvangen…. Op dezen oogenblik (den 26 October) verneem ik, dat twee  compagnieën grenadiers  verleden nacht de brigands hebben voortgedreven tot  op den boord der Schelde, dat zij hen gedwongen hebben den stroom wederom over te trekken, na er  velen gedood te hebben.

Is dit zoo, dan valt het  uitermate te betreuren, dat de weluitgeruste oorlogschepen, die gisteren avond aldaar van Vlissingen  zijn aangekomen, niet hebben kunnen opvaren tot in het gewest van Boom, op de plaats zelve, waar  de muiters zijn overgesteken. De tij heeft zulks belet. In dezen oogenblik worden de zeilen gestreken  voor het vertrek van het eskader. Al de zeeschutters (artilleurs de marine) die eenigszins besehikbaar waren, hebben wij bij de bemanning ingelijfd. Indien,  gelijk er gezegd wordt, vandaag 3000 versche mannen   uit Holland aankomen, dan kan er eenige mogelijkheid bestaan, morgen of overmorgen de brigands teenemaal te overmeesteren. Onder andere maatregelen,  heb ik ook streng embargo gelegd op de scheepvaart, en aan alle vaartuigen volstrekt verboden alhier de haven te verlaten, enz.  

Uit de getuigenis van Commissaris Levêque van Antwerpen, in zijnen brief van 6 Brumaire, 27 October,   aan den Minister van Policie, blijkt tevens dat een korps van vaderlanders, na te hebben in het vuur gestaan, reeds vroeg de Schelde overtrok en te St. Niklaas de Vlaandersche broeders ging bijstaan in den strijd tegen generaal Laurent. 5Zie Archives Provinciales d’Anvers, Insurrection de l’an VII, n. 187.

In de rekeningen van geleden schade, blz. 49 opgegeven, zagen wij, dat de Fransche soldaten en onder andere de hoezaren, volop aan ‘t plunderen waren en allerlei verwoestingen aanrichtten te Boom, terwijl de aangeduide twee compagnieên grenadiers een korps van 
Jongens, dat de gemeente bezet had, in de richting van Schelle of Niel achtervolgden. Waarschijnlijk had dit wijkend. korps den aanvoerder Quarteer aan het hoofd. Van ‘s morgends af den 25 October tot laat in den volgenden nacht, hadden die kloeke strijders de Republikeinen bevochten en krachtdadig bijgestaan door al de eenigszins strijdbare mannen van Boom, hadden zij hun zware en gevoelige slagen toegebracht. Zij moesten wijken, het is waar, doch daarmee was de strijd te Boom volstrekt nog niet ten einde. Onmiddellijk na hunnen aftocht en gansch den dag van 26 October, waren er andere afdeelingen van Vaderlanders op Boom aangerukt, om de gemeente en gansch ‘t gewest aan de overweldigers te betwisten. Gelijk wij hooger hebben bewezen, de Republikeinen gelukten er dien dag in, den Commissaris Gengoult-Kuyl uit zijne gevangenis te verlossen. Doch eens op vrije voeten gesteld, waagde het de ambtenaar niet, zich nog langer te Boom aan zoo dreigende gevaren bloot te stellen.