Categorieën
oorlog

DE CONSCRIPTIE

DE WET JOURDAN-DELBREL

Wij zijn onder de tweede Directoire waarvan het expansionistische beleid middelen eist in manschappen. Op 5 september 1798
(19 fructidor an VI) voert de wet Jourdan-Delbrel de conscriptie in: de verplichte militaire dienst wordt een permanente instelling.
Jean-Baptiste Jourdan is de overwinnaar van de slag bij Fleurus in 1794. Pierre Delbrel is een jurist.

Voortaan was de militaire legerdienst een algemene en persoonlijke plicht voor alle Franse mannelijke burgers van 20 jaar af tot 25 jaar, die zich moesten laten inschrijven op een lijst, vandaar het woord conscriptie. Deze wet kwam overeen met de geest van de bekende revolutionaire leuze « Liberté, Egalité, Fraternité ». De militaire verplichtingen vangen aan op 1 vendémiaire (22 september) volgend op hun 20ste verjaardag en eindigen op 1 vendémiaire volgend op hun 25ste verjaardag.

De dienstplichtigen van het jaar VII – de allereersten – werden verdeeld in 5 klassen:

1 ste klas de 20-jarigen, 2de klas de 21-jarigen, 3de klas de 22-jarigen, 4de klas de 23-jarigen, 5de klas de 24-jarigen.

De dienstplichtigen van de 2de klas mochten slechts opgeroepen worden wanneer die van de 1 ste klas reeds allen onder de wapens waren, terwijl die van de 3de klas slechts mochten gemobiliseerd worden wanneer die van de 2de klas allen ingelijfd waren.

De Centrale Besturen van de Departementen moesten conscriptielijsten leveren. De Minister van Oorlog, op basis van die lijsten, moest een algemene lijst opmaken van alle dienstplichtingen der Republiek per klas : zonder onderscheid van departement of municipaal kanton dus, enkel in functie van hun geboortedatum, de jongste eerst.

Het is klaar en duidelijk dat de wet Jourdan-Delbrel geen loting voorzag en geen onderverdeling van het nationaal contingent per departement en per municipaal kanton in verhouding tot het bevolkingscijfer.

De wet van 24 september 1798 (3 vendémiaire an VII) roept 200.000 man van de I ste klas onder de wapens. Iedereen die tot die 1 ste klas behoorde moest zich klaar houden om onmiddellijk bij ontvangst van het eerste bevel te vertrekken.

Het was « de druppel water, die de maat deed overloopen,(…) de vuursprank, die den brand aan ‘t vlammen zette », schrijft kan. Em. Steenackers in zijn boek « Boom in het verleden ».

Inderdaad was het al eeuwen geleden dat de legerdienst nog was opgelegd in de Nederlanden. De buitenlandse vorsten hadden steeds hun eigen troepen betaald. Daarin konden ook Belgen dienst doen, maar in ieder geval ging het steeds om beroepsvrijwilligers, deze kozen de militaire loopbaan uit overtuiging.

De conscriptie betekende vooral voor de al verarmde boerenbevolking een zware bijkomende belasting. Ze verklaart waarom de strijd zo plots ontbrandde en waarom ze met zulke hardnekkigheid werd gestreden.

De conscriptie
(Foto: www.britannica.com)

« De revolte begon met een belastingsincident in Overmere (…) op 12 oktober 1798 (…)Op 4 december ( … ) werden de « Brigands » te Hasselt verslagen.

De Boerenkrijg heeft niet meer dan drie maanden geduurd, maar overspoelde niettemin Vlaamstalige departementen ( … ) en Waals-Brabant ( … ), terwijl ook in Luxemburg de gelijksoortige Klüppelkrieg (stokkenkrijg) losbarstte. »1H. VAN DE VOORDE, op. cit.

In 1803 nog – vijf jaar na de invoering van de wet – schreef Desmousseaux, prefect van het Departement van de Ourthe, de huidige provincie Luik, aan zijn oversten: « … de militaire conscriptie blijkt des te meer streng omdat ze onbekend was voor de aanhechting. »