Categorieën
oorlog

DE CONSCRIPTIE

WIE KON AAN DE DIENSTPLICHT ONTKOMEN?

1) De in de wet voorziene vrijstellingen voor: – de weduwnaars, – de gescheiden mannen met kinderen ten laste, – de getrouwde mannen op voorwaarde dat het huwelijk wel afgesloten werd voor de publicatie van de uitvoeringsbesluit betreffende de lichting in kwestie.

2) De vrijstellingen voor lichamelijke en medische redenen : – het meest voorkomende geval : te klein zijn (1,625 m in het jaar VII, 1,54 m in het jaar XIII); – ernstig ziek zijn , – mindervalide zijn; Voor deze laatste twee redenen was de keuringscommissie bijzonder nauwlettend. Met reden – men weet hoe de vork aan de steel zit – wegens: – de getuigschriften al te inschikkelijk verleend door de chirurgen – de veinzerijen: doofheid, verlamming, zwakzinnigheid – de zelfaangebrachte wonden ; – de zelfverminkingen : de wijsvinger meestal. Desbetreffende gerechtelijke vervolgingen waren niet zo zeldzaam.

Lukte het niet langs die wegen ? Bleef dan de fraude, collectief of individueel tot een goed einde gebracht : – De parochieregisters verdwenen: ze waren nodig om de leeftijd te bepalen. – De dienstweigeraar verschuilde zich. Maar het Bestuur bleef niet machteloos: de rijkswacht was heel bedrijvig. Voor het departement der Twee-Nethen telde de Gendarmerie Nationale 116 man, waaronder 4 voor het kanton Boom. Allemaal te paard.

Later, vanaf 18 mei 1802 (28 floréal an X), zal de plaatsvervanging een onbetwisbaar recht worden.De plaatsvervangers maken 15 tot 20 % van de opgeroepenen. Een plaatsvervanger kost van 1000 tot 4.500 F1De « korf » van goederen waarvoor U in 1800 1000 frank betaalde, kost nu in 1998 ongeveer 130.000 frank.. Noteer dat de lopende tarieven zijn in België de helft lager dan in Frankrijk. De plaatsvervanging maakt een notariële akte noodzakelijk.

Het boek ‘De Loteling’ van Hendrik Conscience vertelt het verhaal van de arme boerenzoon Jan Braems, die als loteling de legerdienst gaat vervullen. Het boek werd in 1974 verfilmd door Roland Verhavert. Jan Decleir vertolkte de hoofdrol.

Wie beroep doet op de plaatsvervanging ? De telgen van de gegoede stand natuurlijk. Sorns organiseerde de gemeente zich om een plaatsvervanger te kopen. Volgend voorbeeld betreft in feite twee gemeenten: Edegem en Waarloos. Voor de klas Xl en XII moesten deze gemeenten samen 1 man leveren voor het actief leger en ook een halve man voor het toegevoegd kwart (een soort reserve voor de reserve zelf).

« De man voor het actief leger is geleverd door Edegem onder de vorm van een plaatsvervanger, door deze gemeente gekocht ; Waarloos heeft de helft van de koopsom aan Edegem vergoed. »2Eug. de LELYS, op. cit., bl. 187.

Hierna de tekst, in ‘t Vlaams opgesteld, van het kwijtschrift afgeleverd door de burgemeester van Edegem aan zijn collega van Waarloos.

“Ontfangen van den Maire der gemijnte van Waerloos en de Representanten der Conscrits van ‘t jaer 11 & 12 de somme van twee hondert vier guldens Courant voor de helft der coopsomme van eenen Remplacant door de gemeynte van Eedegern gevoerniert heeft. Blijvende de selve gemeynte noch schuldig een vierde in eenen conscrit supplementaire als hij sal gevraecht worden”.

Contig 6 pluvose 12 jaer

Pour copie conforme was onderteekent

H.F. Possemiers : Maire 

F. Vermeerbergen: Maire3Eug. de LELYS, op. cit., bl. 187. 

Het gebeurt dat de opgeroepene tijdens zijn legerdienst deserteert. Hij wordt dan vervolgd. Voor Boom kennen wij het voorval van Cornelis De Cock, conscrit van de laatste klas van het jaar VII, tijdens de zomermaanden van het jaar 180 1. Hij deserteerde van zijn eenheid, het 19de cavalerieregiment gelegerd in Luik. Hij werd door de rijkswacht gearresteerd en te Brussel opgesloten. Hij kreeg een verdediger. Verschillende documenten die hem betreft werden om zijn verdediging afgeleverd door de adjunctburgemeester van Boom, de belastingontvanger van Boom en twee privé-personen. Hij vraagt zijn voorlopige invrijheidstelling in afwachting van een definitief verlof wegens behoeftigheid. Tevergeefs ! Een marsorder van 18 juli 1801 (29 messidor an 9) beschrijft hoe Cornelis De Cock naar zijn legereenheid terugkeert onder toezicht van verschillende rijkswachtbrigades. Vertrokken uit Antwerpen, hij gaat over Contich, Mechelen, Vilvoorde, Brussel, Kortenberg, Leuven, Tienen naar Luik terug.4bron: Rijksarchief Antwerpen, Provinciaal Archief, D 16a.