Categorieën
Economie Openbaar vervoer

BIJDRAGEN TOT DE GESCHIEDENIS VAN HET SPOORWEGVERKEER TE BOOM

3. Antwerpen – Douai

A  De startperiode (1864-1873)

In 1864 werd door de Antwerpenaars j. Gillon en A. Peeters-Baertsoen de Compagnie du Chemin de Fer d’Anvers à Tournai (Douai) opgericht. Hiervoor kregen ze de noodzakelijke steun van de Ashbury Railway Carriage and Iron Co Ltd uit Manchester. Het traject wou men laten lopen via Boom, Willebroek, Londerzeel, Opwijk en Aalst.

Er komt evenwel geen schot in de zaak. In 1868 werd de concessie overgenomen door Philippart, bekend en rijk geworden dank zij de SA des Chemins de Fer des Bassins Houillers du Hainaut en de SA Banque de Belgique. Het traject via Aalst was daarbij niet wat de nieuwe maatschappij voor ogen stond aangezien dit een trajectverlenging zou betekend hebben, zonder enig extra vervoerspotentieel.

Doordat met het koninklijk besluit van 21 juli 1868 een commissie ter evaluatie van alle concessietrajecten in het leven was geroepen dienden alle nog niet in uitbouw zijnde trajecten te wachten tot de commissie haar evaluatiewerk afgerond zou hebben. De commissie verklaarde in 1870 dat het concessietraject Antwerpen-Doornik zeker zin heeft, evenals de bijhorende aftakkingen Boom-Rumst-Niel en Boom-Kontich. Zij bepleiten wel dat om de rendabiliteit niet in het gedrang te brengen, verder de bestaande lijnen dienen gebruikt te worden. Onnodig te zeggen dat de gemeentebesturen van Boom, Willebroek én uiteraard Aalst hiertegen protesteerden.

In 1873 kregen alle partijen hoop: er werd immers gestart met de werkzaamheden in Antwerpen-Zuid, die via de aftakking Boom-Schelle-Hemiksem-Hoboken zou ontsloten worden.

B) De lijnen 52 en 61 (1875-1881)

Op 28 december 1875 werd het lijnstuk Oude God-Kontich-Boom in gebruik genomen. Deze lijn 52 liep via Puurs verder tot in Dendermonde. Met de werken aan de lijn 61, Antwerpen-Doornik, werd pas gestart in 1876. Hierbij werd het traject Boom-Hoboken opgebouwd. Het traject Hoboken-Antwerpen-Zuid werd via de Fortenlijn gerealiseerd. Ondertussen was er de nodige commotie ontstaan door de effectieve aanleg van de lijn Mechelen-Terneuzen, die immers via Willebroek, Puurs, Temse en Sint-Niklaas liep en waarbij natuurlijk het concurrentie- en winstpotentieel van de beide trajecten tegen elkaar opbotsten.

Op 10 juli 1878 kwam de Fortenlijn, het traject Antwerpen-Zuid-Hoboken klaar. Een jaar later, op 20 juli 1879 was het trajectdeel Hoboken-Boom klaar om in gebruik genomen te worden. De financiële moeilijkheden van de SA de Construction de Chemins de Fer, een dochteronderneming van de Banque de Belgique, sinds 1874, maakte dat de verdere afwerking van de lijn 61 nog even op zich liet wachten. Vooreerst waren er de plannen om vanuit Boom ook een lijnstuk Londerzeel-Brussel uit te werken, maar erger waren de problemen net over de Rupel. Naast het probleem met de kostprijs van de spoorwegbrug over de Rupel, werd er in Willebroek geen vooruitgang geboekt met de directie van de lijn Mechelen-Terneuzen in verband met het dwarsen van hun spoorlijn. Een ander trajectprobleem stelde zich te Breendonk. Aangezien de burgemeester, graaf De Buisseret de Steenbeck, zijn jachtgronden niet wou laten doorsnijden door een lawaaierige spoorlijn diende een nieuw traject via Tisselt uitgewerkt worden.

De spoorwegbrug over de Rupel (Postkaartenarchief gemeente Boom)

Op 8 augustus 1881 was het eindelijk zover; het traject Boom-Londerzeel kon opengesteld worden. De treinen hielden zich wel aan een maximumsnelheid te houden met 50 km/u voor reizigers- en 45 km/u voor goederentreinen. Via Londerzeel was er ook contact mogelijk met de lijn 53, Mechelen-Dendermonde. Philippart diende tevens de duimen te leggen voor de Aalsterse lobby; Antwerpen-Doornik liep inderdaad via Aalst. Verdere uitbreidingen, zowel naar Douai vanuit Doornik, als naar Brussel vanuit Londerzeel kwam er niet. Voor het eerste diende men in Doornik over te stappen op een andere trein en in Londerzeel kon men vanaf de jaren 1890 wel de tram naar Brussel nemen.