Categorieën
Burgemeester

Aloïs Karel Louis Lamot

Burgemeester van 1921-1926

Voorganger: Gustaaf Bernard Emiel Van Reeth
Opgevolgd door August Frans De Schutter
Overzicht alle burgemeesters

Katholiek
°Boom 13 december 1867
X Boom op 14 oktober 1891 met Emilie Van den Bril
+Zemst 24 april 1943
Zoon van Willem Edward en Joanna Constantia Lamot

Gemeenteraadsverkiezing van 24 april 1921:
Het algemeen enkelvoudig stemrecht was van kracht.
De drie traditionele partijen traden in het strijdperk.
Werden verkozen: 7 katholieken, 6 socialisten en 2 liberalen.
De absolute katholieke meerderheid, die sedert 1888 bestond, werd gebroken. Na langdurige besprekingen en vele incidenten vormden katholieken en liberalen een bestuursmeerderheid. De drie schepenambten zouden verdeeld worden onder de drie partijen. Bijgevolg werd ook oppositielid De Schutter Frans, socialist, verkozen tot schepen. Ontstemd over het bestuursakkoord weigerde hij de eed af te leggen. Het raadslid met de meeste anciënniteit werd dienstdoende schepen en bleef dit gedurende de ganse bestuursperiode. De katholiek Lamot Louis, brouwer, werd burgemeester (tot en met 1926).1Groeten uit Boom, A. Vinck

Afgaande op de uitslag van de voorafgaande parlementsverkiezing, zouden de katholieken het moeilijk hebben hun meerderheid te behouden. De liberale partij, innerlijk verdeeld, kreeg echter de hardste klappen: ze viel van 7 op 2 vertegenwoordigers terug; de katholieken verloren 1 zetel en de socialisten traden met 6 leden door de grote poort de raadzaal binnen. Desondanks waren ze teleurgesteld. Ze kwamen amper achtenveertig stemmen tekort om de absolute meerderheid te behalen. In zitting van de gemeenteraad van 9 juni 1921 legden de nieuw verkozen gemeenteraadsleden de eed af.

De vergadering werd voorgezeten door het eerst in rang zijnde raadslid Arthur Van Reeth, die verklaarde “dat de liberale partij ten vurigste verlangt dat er vertegenwoordigers van de drie partijen in het Schepencollege zetelen”. De onderhandelingen om een coalitie te vormen, verliepen echter zeer stroef. De drie partijen aasden op de burgemeestersjerp. Het werd een verwarde toestand, zeker toen de twee liberale raadsleden De Winter en A. Van Reeth hun ontslag indienden, “omdat ze niet akkoord waren met de besluiten door de Liberale Vereeniging genomen “(GR. 27 januari 1922).

Eén werd vervangen, de andere -Dr. Arthur Van Reeth niet.
De wettigheid ervan werd door de socialisten betwist. De ene maal verliet de socialistische fractie uit protest de zaal, zodat er geen meerderheid meer was om te beraadslagen; een andere maal waren het de katholieken die de deur kwaad achter zich toesloegen. De 3de en volgens de gemeentewet beslissende gemeenteraad van 17 augustus 1921 verliep in een woelige atmosfeer. De socialisten zwaaiden met wetboeken, omdat een ontslagnemend raadslid nog steeds niet was vervangen. Omdat het duidelijk bleek dat ze voor dovenmansoren argumenteerden, verlieten ze andermaal de zitting. De acht blijvende raadsleden -7 katholieke en 1 liberaal verkozen 3 schepenen: de katholiek Hubert Mampaey als eerste schepen; de socialist Frans De Schutter als tweede schepen en de ontslagnemende liberaal Arthur
Van Reeth als derde schepen. De katholieke brouwer Louis Lamot werd benoemd tot burgemeester van Boom bij koninklijk besluit van 15 november 1921.2Van de Oudheid tot het jaar 2000, A. Vinck

De Lamotlei werd genoemd naar de brouwerij Lamot en verwijst zo onrechtstreeks naar de vijfde burgervader.