Categorieën
Artikels jaarboeken

DE OVERSTROMING VAN 12 MAART 1906

Op 14 maart 1906, twee dagen na de ramp, ontving de burgemeester een telegram van gouverneur Frédégand Cogels.

Verzoek morgen voor negen uren verslag te doen over de overstroomingen, hare oorzaak, nabijkomende uitgestrektheid, aard der schade, genomen maatregelen, huidige toestand, welke maatregelen dienen nog genomen.

Het antwoord van de burgemeester op dit telegram is jammer genoeg niet in de archiefstukken opgenomen.

Ten gevolge van de overstroming deden er zich instortingen voor. Politiecommissaris Defacq diende op vraag van de burgemeester een onderzoek in te stellen. Hij schreef de burgemeester op 16 maart volgende brief:

Mijnheer de burgemeester,

Gelijkvormig aan uw bevel van heden, heb ik de eer u te melden, dat als gevolg van instortingen die zich voorgedaan hebben, op het gelaag van madam weduwe Spillemaeckers-Pauwels, rentenierster, antwerpschestraat alhier, het huis nr.41, gelegen schomme en bewoond door de echtgenooten De Pauw-Cop, en hunne kinderen, daar deze instortingen gevaar verwekt voor de inwoners en hun bevel is gegeven van binnen de 24 uren dit huis te verlaten.

De politie commissaris

Ernest Defacq (°Momignies 1855 +Boom 1929)

In Antwerpen vroeg men zich af of er bij de overstroming buurtwegen waren beschadigd. De burgemeester ontving op 20 maart van het “Bureel van den provincialen ingenieur” volgende brief:

Mijnheer de Burgemeester,

Naar aanleiding eener onderrichting van den heer Minister van landbouw heb ik de eer U te aanzoeken, bij hoogdringendheid mij te laten weten of er, op het grondgebied uwer gemeente, gekasseide of ongekasseide buurtwegen onlangs door overstroomingen beschadigd werden en door welke waterloopen. Gelieve in voorkomend geval de nummer en de benaming dier wegen, alsook den aard der beschadiging op te geven.

Aanvaard mijnheer de Burgemeester, de verzekering mijner hoogachting.

De provinciale Ingenieur

Gouverneur Frédégand Cogels zond op 22 maart 1906 een brief aan alle gemeentebesturen in de provincie Antwerpen die getroffen waren door overstromingen. In deze brief stonden de richtlijnen die gevolgd dienden te worden met het oog het risico te beperken op ziekten en besmettingen. Zo ontving ook het gemeentebestuur van Boom deze brief. De inhoud luidde als volgt:

Aan de gemeentebesturen,

Mijnheeren,

De overstroomingen die in onze provincie komen plaats te hebben maken het den gemeentebesturen ten plicht met de grootste zorg te waken op de naleving der gezondheidsvoorzorgen welke in dergelijke omstandigheden dienen genomen te worden.

Namens het staatsbestuur had ik de eer U, bij mijnen omzendbrief van 31 januari 1906, de onderrichtingen te herinneren voorschreven bij omzendbrief van 8 november 1894, gelascht in het Staatsblad van den 11n dier maand blz.3661.

Gij zult waarschijnlijk deze onderrichtingen reeds onder het oog hebben genomen, die door den hoogeren gezondheidsraad van het Ministerie van landbouw zijn opgesteld en de maatregels aanduiden die in de gemeenten door de overstroomingen getroffen, dienen te worden genomen.

Het is U niet onbekend dat de overstroomingen altijd zeer nadeelige gevolgen hebben voor de gezondheid van de bevolking. Het voornaamste gevaar ligt in de vochtigheid der openbare wegen en der woningen, ten gevolge der inspoeling van water gemengd met organieke stoffen, alsook in het bederven van drinkwater.

Dergelijke toestand kan de verschijning van gevaarlijke ziekten medebrengen, indien men geene onmiddellijke voorzorgen neemt, om de plaatsen, de huizen en het drinkwater gezond te maken.

Gij begrijpt dus al het belang dat de uitvoering van de aangewezen maatregels oplevert, en zult dus, in het voorkomend geval zorgen, dat zij door U onmiddellijk en op afdoende wijze worden nageleefd.

Indien er op het grondgebied uwer gemeente overstrooming is geweest, dan verlang ik, Mijnheeren, zonder uitstel te vernemen of er is voldaan aan de bestaande onderrichtingen, welke in den hierbijgevoegden tekst nogmaals worden herinnerd.

De gouverneur,

Frédégand Cogels