Categorieën
Artikels jaarboeken

DE OVERSTROMING VAN 12 MAART 1906

Onderrichtingen aangaande de te nemen gezonheidsmaatregelen in de plaatsen door de overstrooming getroffen.

Deze maatregels zijn tweederlei:

A) Deze ten laste der overheid;

B) Deze door de bijzonderen te nemen.

Zij betreffen:

I) De gezondmaking der gemeenten;

II) De gezondmaking der woningen;

III) De zuivering van het drinkwater.

I. Gezondmaking der gemeenten.

1) Eene der eerste zorgen der plaatselijke besturen zal het droogmaken des gronds zijn. Zij zullen, diensvolgens de noodige maatregels voorschrijven om aan de stilstaande waters het afvloeien zoo volkomen en zoo snel mogelijk te maken, met behulp der gewone middels( draineering, riolen, greppels, enz.);

2) In de bewoonde gedeelten der gemeente, zal het slijk, op de wegen aangespoeld, spoedig weggenomen en op de landbouwgronden vervoerd worden, op ten minste 100 meters afstand der woningen;

3) De lijken van dieren, zelfs deze van kleine gravers, zooals mollen, ratten, veldmuizen, enz., na de afvloeiing van het water op den grond gebleven, zullen onmiddellijk onder eene laag aarde, van ten minste 50 centimeters, in den grond gedolven worden;

4) Het hooi en andere grasplanten, die overwaterd en bedolven werden, moeten op den grond opengespreid en door eene diepe omspitting begraven worden. In de plaatsen waar deze bewerking niet mogelijk zoude zijn, ter oorzaak van den aard der teelten, zal men deze bedorvene stoffen moeten verbranden. De voederplanten en andere gewassen, die enkel bevochtigd werden, mogen gedroogd en als strooisel benuttigd, maar in geen geval tot beestenvoeder gebruikt worden.

II. Gezondmaking der woningen.

5) In de woningen, die door het water ingenomen werden, moet men spoedig het aangespoelde slijk wegnemen, enzoo volkomen mogelijk al de plaatsen reinigen;

6) Deze woningen zullen daarna door eene sterke verluchting en bij middel van groote vuren, bovenal in de kelders en in de benedenverdieping aangestoken, droog gemaakt worden. Men zal te dien einde de bestaande haardsteden kunnen gebruiken en zorg dragen de luchtgaten der kelders, de deuren en de vensters open te houden terwijl men vuur maakt;

7) Om de droogmaking der hutten en der gebouwen, die geen kelders hebben, te verhaasten, zal men rond deze woningen draineerriolen maken overal waar de natuurlijke afvloeiing des waters mogelijk is;

8) In de gebouwen zonder plankenvloer of plaveisel, zal men op den grond, na het slijk weggenomen en den grond op ten minste 5 centimeters diepte opgeharkt te hebben, een mengsel van gestampte houtskool en zavel of gedroogde kleiaarde strooien;

9) In de beplankte of geparketteerde kamers, moet men zorgvuldig de voegen reinigen en daarna overgaan tot eene wassching bij middel van eene ontsmettende oplossing van sublimaat of pheniekzuur.(Voor de bereiding dezer oplossingen, men zie de notitie op de ontsmetting in 1894 door de regeering uitgegeven.)

In de gemeenten waar het water de drekstoffen der beerputten meegevoerd en verspreid heeft, is het van het grootste belang, indien de reiniging en wassching der plankenvloeren alle reuk niet wegnamen, deze vloeren te doen opnemen, het onderdeel te reinigen, en vooraleer de planken opnieuw vast te maken, er eene laag gestampte houtskool van 5 of 6 centimeters dikte te strooien, bij gebrek aan houtskool, een mengsel van droog zand, stof van coke of assche;

10) In de deelen der woningen waar het water binnegevloeid is, moeten de beschadigde behangpapieren afgetrokken en de muren, na tot den grond afgekrabd geweest te zijn, gewit worden.(Men zie voor de bereiding der kalkmelk de notitie waarvan in bovenstaand nummer gesproken wordt.)

11) De verschillige stelsels van gezondmaking bij nrs 5, 6, 7, 8 en 10 aangeduid( afkrabbing der muren en bestrijking met kalkmelk) moeten toegepast worden aan al de lokalen waar men dieren ophoudt (peerden en koestallen, verkenskoten enz.);

12) Het is van belang zoo laat mogelijk de overstroomde huizen opnieuw te bewonen en enkel nadat alle spoor van vochtigheid verdwenen is. Men zal vooreerst bij voorkeur de bovenverdiepingen bewonen, en de meubels zooals behangsels, beddengoed, enz., slechts benuttigen nadat zij door eene wassching wel zullen gereinigd zijn.

13) De gemeentebesturen zullen zorgen dat de lokale tot openbare diensten bestemd, namelijk de hospitalen, de kerken, de scholen enz., niet opnieuw gebruikt worden vooraleer zij aan de hierboven gemelde stelsels van gezondmaking onderworpen werden.

III. Het drinkwater

14) De putten die overstroomd werden moeten zooveel mogelijk geledigd worden, en tot den gronde gereinigd. Na de ontslijking, zal men er eene laag drooge houtskool van 30 centimeters dikte ingieten, overdekt met dik kiezel, ofwel houtskool in eene zak gesloten;

15) In al de gevallen dat het drinkwater door de menging van het water der overstrooming bedorven zou zijn, mag men het niet in den natuurlijken staat gebruiken. Men zal het voor het huiselijk gebruik niet bezigen dan wanneer, behalve de middels van filtreering, die altijd nuttig zijn, het gedurende eenen voldoende tijd( eene tot twee uren) zal gekookt hebben. Het zal goed zijn, wanneer dit water moet als drank dienen, er eene geurige stof, zooals koffie, suikerij, thee enz., bij te voegen;

16) Wat het klaarmaken betreft van het water dat als drank voor de dieren moet dienen, zal men aluin kunnen gebruiken. Dit water zal gestort worden in eene kuip of ton voorzien van eene kraan, op 15 tot 20 centimeters boven den bodem geplaatst; twaalf uren alvorens het te gebruiken, zal men er, voor 100 liters of ongeveer 10 emmers, eene hoeveelheid aluin bijvoegen van de grootte eener hazelnoot, voorafgaandelijk in een weinig water opgelost.

Algemeen schikking

17) Ten einde de spoedige uitvoering der werken van gezondmaking, hierboven aangeduid, te verzekeren, zal men niets dan gezonde mannen gebruiken. Men zal hun de onthouding van sterke dranken en als voornamen drank het gebruik van koffie aanbevelen.

Op 26 maart ontving de burgemeester een telegram van Gouverneur Cogels:

Zijn er ten gevolge overstroomingen in uwe gemeente huisgezinnen die een onmiddellijke ondersteuning noodig hebben en de uitdeeling die kortelings zal gebeuren niet kunnen afwachten zoo ja welke zijn ze en wat is er van hun noode

Gouverneur Cogels, voorzitter van hulpcomiteit

Hij ontving volgend antwoord van de burgemeester:

De burgemeester of het bestuur heeft onmiddellijke ondersteuning gegeven waar het noodig was. De politie is doende de overstroomde huizen te bezoeken en de bewoners aan te zetten hunne huizen en kelders goed te reinigen en terzelfder tijd onderzoeken en onderhooren zij de geleden schade van deze zullen wij de gouverneur kerende geven.

Frédégand Cogels
Frédégand Cogels (°Antwerpen 1850 + Antwerpen 1932) (Bron: Wikipedia)