Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Artikels jaarboeken Pastorij Sint-Jan-Baptist Godsgasthuis Steenbakkerijen

Boom…In Het Verleden

Terug naar overzicht jaarboek 1991-1992

Voordracht gehouden op 9/10/91 door kan. R. Roelandts.1Raymond Roelandts werd geboren op vrijdag 27 december 1912 te Boom en overleed te Reet op dinsdag 12 december 1995. In het jaarboek 1995-1996 verscheen een artikel over hem 

(Foto: FAB 623)

Beste mensen,

Eerst een goede afspraak; verwacht van deze avond geen geschiedkundige uiteenzetting over Boom in het verleden. Ik kom er gewoon over praten, ‘t is maar een vertelavond als liefhebber. Maar dan in de letterlijke betekenis van het woord, als iemand die zijn geboortestreek en haar bevolking liefheeft. Vraag me nu niet naar het waarom van die liefdesverklaring. Het is gewoon teveel om uit te leggen en over de geschiedenis filosoferen is de bedoeling niet. We houden het dus gewoon bij de feiten, bij wetenswaardigheden.

Omwille van het karakter van deze voordracht – het was een gezellige en leerrijke vertelavond – werd er geopteerd om het geheel van vertellingen van kan. Roelandts, dat reeds vroeger in afleveringen in het Parochieblad van Boom verscheen, integraal te publiceren (nvdr).

Eerst even voorstellen

Onder dit kenteken krijgt u voortaan elke week een hapje Boomse geschiedenis aangeboden … tenzij het wegvalt door plaatsgebrek op de parochiebladzijden.
Want wat nu leeft, verdient éérst uw aandacht. Toch is plaatselijke geschiedenis belangrijk … omdat u er nog van leeft. Wie dat beseft krijgt meer inzicht in het heden en ook uitzicht op een toekomst. Want we leven in een doorlopende geschiedenis. Daarom deze cursiefjes.

Hoe worden ze opgevat en opgesteld ? Niet als een vakkundige studie. Maar wel om geschiedenis “aan de man / vrouw te brengen”. Zeg maar: te vulgariseren. Daarom zijn het maar “hapjes”. Zoiets als vlotte “snacks”. Of noem het verpozende tussendoortjes, bij de overdadige informatie die vaak onverteerbaar is. Verwacht dus geen diepgaande studie. Met mijn gegevens heb ik lichte kost bereid, die u leert genieten van “Boom in het verleden”. Uiteraard blijft het onvolledig. Maar toch zo nauwkeurig mogelijk, zij het dan zonder eigen archiefstudie.

Wat u wordt aangeboden is “gesneden brood” uit de Boomse geschiedenis van pastoor H. Sel (1873), deken F.X. Beten (1900), kan. E. Steenackers (1907), Dr. B. Lamot (1957), A. Vinck (1975 en ’83) en de merkwaardige documentatie van wijlen René en Armand Bal.

Ik hoop dat het u zal smaken. Mocht het soms geen voldoening geven, dan ontving ik graag uw aanmerking of toelichting.

Voordat Boom ontstond

Rond het jaar nul, de aanvang van onze tijdrekening, begon ook de geschiedenis van de landstreek tussen Rupel en Schelde. Want er werden overblijfselen van Romeinse nederzettingen ontdekt, o.a. in Rumst en Kontich. Ook oude geschriften vermelden die plaatsnamen als Rumesta en Contacum.

De Romeinse vesting in Rumst beheerste de Rupel als knooppunt, bij de samenvloeiing van de Nete, de Zenne en de   Dijle met de Demer. Rivieren vormden de eerste verbinding met het ontoegankelijke binnenland.

Na het verval van het Romeinse Rijk lag het land open voor de volksverhuizing van de Franken in de vierde eeuw. Eerst driehonderd jaar later vermeldt de geschiedenis iets nieuws: de heilige Reinildis, dochter van Witger, de leenman van Kontich, schenkt haar erfland aan de abdij van Lobbes (Henegouwen).

Als er langsheen de waterlopen al iets bestond, werd het 150 jaar later verwoest door de Noormannen. Zij zijn doorgedrongen tot in Lier, maar werden verslagen bij Leuven (891).Daarna ontstonden nieuwe woonkernen rond burchten, die de omstreken konden beheersen en beveiligen tegen plunderaars en baanstropers. De burchtheren met hun strijders eisten daarvoor een deel van alle opbrengsten (tienden)en allerlei onbezoldigde karweien (vroondiensten).

Zo kwam de Rupelstreek in de ban van de Berthouts. In 1145 was hun kasteel in Grimbergen verwoest door de hertog van Brabant, met de steun van de graaf van Vlaanderen. Maar de Berthouts bouwden hun nieuw kasteel in Rumst. Ze verwierven aanzienlijke domeinen op de linker en de rechter oever van de Rupel, waarschijnlijk met geweld.

Hoe dan ook, in de twaalfde eeuw werd ons grondgebied een buitenwijk in het “Land van Rumst”. Die toestand bleef ongewijzigd, ook onder het bewind van de vierentwintig daarna volgende Heren van Rumst. Pas in 1645 werd Boom een zelfstandige gemeente, met een eigen schepenzegel, maar nog onder het oppergezag van de Heer van Rumst.

Onze-Lieve-Vrouw ten Boom

De oude volledige plaatsnaam van Boom blijft zichtbaar in het kenteken van het schepenzegel van de gemeente: de Boom met een Mariabeeldje.

Zichtbaar van op de Rupel diende die boom als een plaatsaanduiding op de voetweg tussen Schelle en Rumst, de twee oudste woonkernen. Hij stak boven het kreupelhout uit, ergens op het pad waar nu de Hoogstraat en de Blauwstraat liggen. Maar toen stond er geen enkel huis omtrent. Het moet een opvallende, maar niet bepaalde boomsoort geweest zijn. Want in 1309 vermeldt een brief “de parochie van den Naemloosen Boome”. De oude plaatsnaam bleef bewaard, zelfs toen er al enkele huizen stonden.

Het Lieve-Vrouwbeeldje aan die boom werd waarschijnlijk aangebracht door de eerste geloofsverkondigers. Zo gaven ze een christelijke duiding aan bomen die, zoals bronnen, bijgelovig werden vereerd door passanten. Dat bijgeloof bleef nog voortleven in stichtende legenden en wonderverhalen.

Alleszins staat vast, dat vanuit de St.-Michielsabdij (Antwerpen 1122) en vooral uit de St.-Bernardsabdij (Hemiksem ca. 1245) die monniken het christendom hebben verspreid in de Rupelstreek, zodra de eerste nederzettingen ontstonden.

Reeds in de dertiende eeuw begon de Maria-verering in dit afgelegen schier onbewoond gebied. Nadat de oude “Naemeloosen Boome” verdwenen was, bleef de herinnering bewaard door het “onse-lievevrouwe boomken” (1616) op de hoek van de 0.-L.-Vrouwstraat en de Blauwstraat. Op die plaats werd later het kapelleken gebouwd, als bidplaats op de processieweg.

Doorheen al de wederwaardigheden van vele woelige eeuwen, is de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw levendig gebleven. Tot voor de Franse Revolutie was Boom een Mariale bedevaartplaats. In vele straten sieren Mariabeelden sommige huisgevels. Vermelden we nog het Mariaspel in 1922 en vooral de Maria-Ommegang tot in 1965. Nog altijd is de jaarlijkse bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel een getuigenis van die eeuwenoude volkse vroomheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.