Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Artikels jaarboeken Cultuur

Herinneringen aan de Rupelzonen

HET BESTUUR TIJDENS DE OORLOG

Na de kapitulatie op 28 mei 1940 kwam België onder Duits gezag.
Naoorlogse verslaggeving toont aan hoezeer de plaatselijke toestanden konden verschillen. Men kan zich voorstellen hoe delicaat het was voor de bestuursleden om te beslissen: voortgaan of ophouden! Het was vooral moeilijk voor de verenigingen die vanuit hun intrisieke werking bijna onvermijdelijk op de lange, gevoelige tenen van de nazi ‘s trapten en die met de dood in het hart tot ontbinding besloten, liever dan zich te compromitteren. Een muziekvereniging daarentegen verspreidt geen uitgesproken tendensen, maar er was zeker veel diplomatie nodig om doorheen de mazen van vele valstrikken te glippen. Het pleit voor de moed en de durf van onze bestuursleden om in 1940 te besluiten er mee door te gaan, zij het op een lager pitje en met uitgedunde gelederen . De volksopvoedende taak ging verder. Benevens Louis Lamot waren de bestuursleden Tobback, De Meulenaere en dokter Van den Bril de pijlers waarop de muzikanten op alle gebied konden rekenen. Het waren integere mensen, aan wie ik met veel dankbaarheid terugdenk.

Tijdens de oorlogsjaren zijn, bij mijn weten, de Rupelzonen nooit op de straat verschenen, behalve in het voorjaar 1943 bij de begrafenis van voorzitter Lamot. Voor deze “publieke” aangelegenheid werd toelating bekomen van de bezettende overheid omdat Louis Lamot ooit burgemeester van Boom was geweest. Ik herinner mij hem als een kleine, levendige en vriendelijke man. Als brouwer genoot hij een grote reputatie en hij was enorm aan de Rupelzonen gehecht. Vele muzikanten werkten op de brouwerij. De rouwdienst was indrukwekkend: alle altaren waren bezet en heel de voorkant van de kerk hing vol zwarte doeken. Wat mij betreft: naast piccolo speelde ik intussen ook dwarsfluit en dirigent De Laet vroeg mij om de treurmarsen op dat instrument te spelen. Ik slaagde er niet in om het armbandje met de muziekpartijen vast aan mijn pols te hechten en ik heb mij scheel gekeken naar de partij van de klarinettist naast mij; bovendien moest ik een toon  lager lezen. Ik heb niet veel noten meegespeeld tenzij “uit de klak”.

Vanaf einde 1943 tot na de bevrijding in september 1944 ging het met de harmonie bergaf. Geen wonder! Men had de pijnlijke vooroorlogse jaren met de mobilisatie gekend; de oorlogsmiserie en de honger begonnen door te wegen. De meeste mensen waren fel vermagerd en leefden op hun reserves. De angst voor een volgende oorlogswinter maakte dat men zich uitsluitend met het noodzakelijke bezighield en men vermeed overbodige inspanningen. De bezetters en hun volgelingen werden alsmaar agressiever en vooral bij de jongeren was er die permanente schrik voor deportatie. Kortom, de moed ging eruit …

Hoewel de oorlog pas eindigde in mei 1945, toch waren wij weer “vrij” sedert september 1944. Zeer langzaam herbloeiden alle activiteiten en voor de Rupelzonen startte een schitterende periode met een reeks topprestaties, die weinige verenigingen kunnen voorleggen.

Zelf heb ik daarvan met volle teugen genoten, ook letterlijk, en het loont wellicht de moeite die periode onder de loupe te nemen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.