Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Artikels jaarboeken Cultuur

Herinneringen aan de Rupelzonen

BEVRIJDING

De bevrijding op 3 september 1944 betekende het signaal tot heropbloei van het culturele leven. Toch werd die heropbloei afgeremd door het verwarde sociale klimaat, door de terreur van de V-wapens, door tekorten op alle gebied en ook door de onzekerheid omtrent het lot van velen, die om zeer verschillende redenen in het buitenland vertoefden. De eerste omzendbrief van het Davidsfonds – Boom getuigt van opluchting, nieuwe werkkracht en voorzichtige planning.

Uit de tekst:

1. ENGELSCHE LESSEN.

Op aànvraag van vele onzer leden en om ons aan te passen aan de nieuwe eischen van den tijd richt het Davidsfonds een cursus in voor beginnelingen in de Engelsche taal. Deze leergangen zullen gegeven worden elken Dinsdag en Zaterdag van 19 tot 20 uur gedurende 15 wekèn in de bovenzaal van het lokaal<< Rupelhotel>>Vrijheidstraat. Lesgever is de heer Julien Spillemaeckers. Licenciaat in Wijsbegeerte en Letteren. Inschrijvingsprijs 100 fr. voor de 30 lessen (speciale voorwaarden voor twee of meer deelnemers per huisgezin). Eerste les en inschrijving: Dinsdag 24 October te 19 u.

2.FEESTEN.

In Februari en April zullen er feestavonden ingericht worden. waarvoor kortelings het Davidsfondskoor zal. beginnen te repeteeren.

Zooals U ziet. waarde Medelid. wordt de plaatselijke werkzaamheid. nu ze niet meer onderworpen is aan de onzalige voorafgaande aanmeldingen bij de Ortskommandanturen en tutti quanti en niet meer geboycot wordt door allerlel gelegenheids-reglementen en gelegenheids-overheden. met meer brio. met geestdrift en hardnekkigheid aangepakt. vrij en blij. ons volk ten bate.

Dit uittreksel tekent de sfeer in de meeste Boomse verenigingen.
De Rupelzonen hielden het rustig. We repeteerden regelmatig en het aantal muzikanten nam langzaam toe. Ook de Katholieke Vlaamse Toneelgilde stak van wal na lange onderbreking en daar speelden nogal wat Rupelzonen mee in een klein orkest o.l.v. Frans Tolle nier. Met enkele jongeren van de harmonie en enkele anderen speelden we “bal”. Ik had ondertussen ook saxofoon en klarinet geleerd (genoeg om mee te kunnen). We verdienden 35 fr. per uur, wat toen veel geld was. Reiskosten konden we niet inbrengen, want meestal verplaatsten we ons per fiets, ook het slagwerk.

8 Mei 1945 betekende voor (bijna) iedereen en overal de start van een reeks plechtigheden en vooral van volkse feesten. Na méér dan vijf jaren opkropping barstten de gevoelens eruit. De Rupelzonen vierden uitbundig mee! Men kon ons horen en zien in alle hoeken van Boom. De kwaliteit van het bier verbeterde fors en het fluitjesbier verdween. Tijdens die periode werd mijn biertand beter ontwikkeld dan mijn wijsheidstand (dat is zo gebleven).

KWALITEIT

Vanaf mei 1945 groeide de harmonie uit tot een buitengewoon stabiele groep. De herhalingen werden bijna steeds voltallig bijgewoond. Het aantal diensten was beperkt, maar met zorg uitgekozen. De bezetting was goed gestoffeerd en evenwichtig. Bij de Rupelzonen zaten veel “trekpaarden”, waardoor het aanleren van nieuwe werken vlot verliep. Kortom, het was een voorrecht Rupelzoon te zijn. Het repertorium was uitgebreid en vele aantrekkelijke werken werden nu en dan opgewarmd. Dé topper van de jaren 1946 -1950 was ongetwijfeld de “Ouverture 1812” van Tsjaikowsky.

In 1948 speelden we deze ouverture als keuzewerk tijdens de wedstrijd te Zwijndrecht. We genoten van de staande ovatie, die
reeds begon tijdens het slotakkoord. Toch werden we slechts derde gerangschikt, want in het plichtwerk lieten we enkele serieuze steken vallen. Voor en na die wedstrijd stond “1812” meermaals geprogrammeerd en steeds was er veel applaus en waardering. Wij speelden dit ingewikkelde, indrukwekkende werk in een prachtige orkestratie, volledig, en grotendeels in het gepaste tempo.

Onze laatste uitvoering van “1812” ging door tijdens de zomer van 1949 in de Parochiale Kring te Rumst. Rond die tijd vertoefde ik méér in Rumst dan in Boom en daardoor heb ik het onthouden. In de loop van het vlugge, ingewikkelde middendeel lagen we er plots bijna helemaal door. Uitvoerders kennen dat verschijnsel ! Sommigen durven niet meer verder gaan en anderen spelen of zingen met nog méér nadruk. De leider zoekt vertwijfeld naar een aanknopingspunt. Ja, soms ontstaat er een gebrek aan concentratie in werken, die men door en door kent. Als bij mirakel geraakten we terug op het goede spoor. In de zaal had niemand (?) iets abnor- maals gehoord … Dit onbenullige feit zou al lang uit mijn geheugen gewist zijn, ware het niet dat Louis De Laet er nadien nog zwaar over piekerde. We zaten toevallig samen op de tram naar Rumst en tot mijn verbazing verneem ik dat incidentjes als op het vorig concert hem erg doen schrikken en dat hij sinds enkele maanden de spanning rond concerten en dergelijke nog moeilijk kan verdragen. Louis De Laet was een gevoelig man; ik zag duidelijk verdriet en ontgoocheling in zijn ogen en op zijn gelaat. Had hij toen reeds een voorgevoel? Ik kan niet beschrijven hoezeer ik ontroerd was.

DE RUPELZONEN OP STRAAT

Voor 1940 was het met de straatverlichting erg gesteld. Hier en daar hing een gaslantaarn, die een vaal, gelig schijnsel gaf. Als een muziekvereniging ‘s avonds op straat kwam, werden petroleum- lantaarns meegedragen waardoor de groep spookachtig overkwam. In feite dienden die draaglampen om te zien waar men zijn voeten plaatste, maar niet om de muziek te lezen; het aantal marsen was gering en bijna iedere muzikant speelde uit het hoofd, wat de kwaliteit van het “wandelconcert” ten goede kwam. Het stratenpatroon van Boom is gunstig: niet te breed en bijna overal de huizen in dichte rijen tegen elkaar.

Als de katholieke turnkring op stap ging, droegen de Rupelzonen hetzelfde uniform als de turners. Bij die gelegenheden speelde men militaire marsen. Voor de harmonie marcheerde een groep “clairons” onder leiding van Gustaaf Van der Planken. Het geheel klonk krachtig en evenwichtig en de aanblik van het geheel was smaakvol. De bloeiende turnkring telde talrijke tiener-turners in eigen uniform: aangepast aan de volwassenen, maar met korte broek en ander hoofddeksel. De keuze van militaire marsen was met zorg gedaan en pulp kreeg bij Louis De Laet geen kans. Vanaf mei 1940 tot mei 1945 leefden we in volkomen duisternis, en dan klonken er andere geluiden dan muzikale.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.