Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Artikels jaarboeken Cultuur

Herinneringen aan de Rupelzonen

DANKBAAR

De “Jubileumbrochure” (125 jaar) ontving ik eerder toevallig en nogal laat in het jaar 1989. Uit sommige alinea’s van het eerste artikel (Het Bestuur) straalt een frisse, originele visie omtrent het harmoniegebeuren. Toen kort daarop de eerste “Bazuin” verscheen, heb ik voorgesteld daaraan mee te werken. Doorheen de afleveringen van “Bazuin” wordt vanuit het bestuur die visie blijvend beklemtoond: de werking is doelbewust naar de toekomst gericht en steeds is er dat doordachte afwegen tussen relativeren en stimuleren.

Sinds de opname in “Bazuin” van mijn eerste stukje (september 1990) had ik contact met nogal wat mensen, die “Bazuin” ontvangen. Sommigen vermoeden dat bij mij wellicht veel nostalgie aanwezig is, waardoor men veelvuldig naar het verleden teruggrijpt. Iedereen draagt nostalgie in zich, dat kan niet anders, maar dat heeft mij er niet toe aangezet deze herinneringen te schrijven. Integendeel, er blijft ons niet veel tijd over om in ‘t verleden vast te roesten.

Mijn vrouw en ik kregen vier kinderen, die door sport en muziek dicht bij elkaar opgroeiden, maar toch ieder een zeer verschillende opleiding kozen, wat voor ons zeer boeiend was en ons danig in beslag nam. Er zijn tien kleinkinderen in alle maten en gewichten (elfde op komst). Als de groep verzameld is, davert heel de barak. Onze muzikale bezigheden groeien alsmaar in diversiteit en zo blijft er geen tijd voor nostalgie. Mijn inbreng voor “Bazuin” werd ingegeven door dankbaarheid tegenover de harmonie en daarover wil ik even uitweiden.

In het eerste deeltje schreef ik met lof over het bestuur tijdens de oorlogsjaren. Na de bevrijding (september 1944) begon een nieuwe moeilijke tijd voor allen die verantwoordelijkheid droegen. Overal in het land gingen verenigingen kapot of werden verscheurd door haat en wraak. Bij de Rupelzonen scheen de overgang rimpelloos te verlopen. Nochtans, toen ik rond 1959/60 nu en dan werd gepolst om geleidelijk dirigent Brants te ontlasten en later te vervangen, werd vanzelfsprekend ook over andere zaken gepraat.

Uit deze gesprekken heb ik veel geleerd op alle gebied. Zo bleek dat het weerom voorzitter Tobback en de bestuursleden De Meulenaere en dokter Van den Bril waren, die tijdens het woelige, genadeloze begin van de repressie de moeilijkheden binnen de harmonie onder controle hielden en de plooien gladstreken. Zij werden bijgestaan door, onder meer, de heer Frans Somers, leraar. Ook dit zal niemand verwonderen, want deze man was algemeen geacht voor zijn aanstekelijke integriteit en menslievendheid. Ik wist dat hij als één der eersten in de weer was om hulp en steun te verlenen aan onschuldige en gebroodroofde slachtoffers van de repressie. Daartoe was méér dan gewone moed vereist, want er was niet veel nodig om zelf in zware moeilijkheden te geraken. Voor mij zijn zulke mensen onze echte leiders.

Bovenstaande overwegingen hebben geen rechtstreeks verband met notenbalken en muziekinstrumenten … en toch behoren die feiten tot de wezenlijke geschiedenis van de Rupelzonen, want het voortbestaan en de vlugge heropleving waren eraan te danken. Ik vond het passend dit alles op te nemen in deze “Herinneringen”, als postume hulde, als uitdrukking van oprechte waardering en dank.

Men mag uit de stukjes die ik schreef niet afleiden dat bij de Rupelzonen van toen alles “koek en ei” was. Zeker niet! Niets des mensen was er vreemd. Maar de muzikale en organisatorische kwaliteiten lagen zo hoog, dat de harmonie gerangschikt werd bij de betere liefhebbersverenigingen van het land.

Diverse factoren werkten samen:
1. De hoge kwaliteit van de dirigenten.
2. Vanaf 1915 was er in Boom een (vrije) Muziekschool, die in 1926 werd overgenomen door de gemeente. Niet iedere muzikant volgde de school, maar de uitstraling was enorm.
3. Bij de Rupelzonen was er voldoende geld.

Ook muziekstudenten kwamen er aan hun trekken en deden er ervaring op. Beroepsmuzikanten, die soms bijsprongen, waren steeds vol lof. Tijdens mijn tiener jaren was de harmonie de hoofdgelegenheid tot muziekbeoefening en bij al mijn generatiegenoten werd de kiem gelegd voor een levenslange, door niets te vervangen hobby.

Kortom, ik hoop voldoende te hebben aangetoond, dat ik mocht genieten van een periode van hoogconjunctuur tijdens dewelke men als jongere veel meekreeg: basisvorming, musiceervreugde,  enthousiasme. In die tijd werd in bijna alle muziekscholen afgeraden lid te worden van harmonies en fanfares. Terecht meestal, want er was nogal wat kaf! Andere groepen werden aanbevolen en daartoe behoorden de “Rupelzonen”.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.