Categorieën
Algemene geschiedenis Boom Artikels jaarboeken Cultuur

Herinneringen aan de Rupelzonen

BEKWAME MUZIKANTEN

Uit een hele reeks vernoem ik hier vooral: Louis Pulteau, Piet Forceville, Fil Somers, Gust De Clerck, Frans De Belder (die later in Terhagen de “Breydelzonen” dirigeerde), Johannes Bal (de Wache) .

Over enkelen toch een woordje meer. Als leraar klarinet heeft Frans Tollenier ontelbare knappe instrumentisten gevormd. Ook nu nog zijn enkele van zijn leerlingen lid van de harmonie. Frans zelf had een prachtige, volle toon. Karel De Mondt speelde bas- klarinet. Hij was een gevoelig muzikant, die intens genoot van het samenspel. Ook was hij kritisch op zichzelf. Het instrument dat hij bespeelde was voortdurend defect en hij lapte het telkens weer op met elastiekjes, stukjes papier en plakband. Zijn instrument had, vond ik toch, een verouderde boring, maar Karel wist er toch warme, dragende klanken uit te halen. Ik las in  “Bazuin” dat men volgend jaar een nieuwe basklarinet zal kopen. Moet ik daar uit afleiden dat het instrument van Karel De Mondt nu nog in gebruik is ? Dan heeft Jan Mampaey wel bijzonder veel aanleg, ook als het instrument “gereviseerd” was. Gust Forceville was de beste helicon en sousafoonspeler, die ik ooit bij liefhebbers gekend heb.

Spijtig genoeg heeft hij van de doorbraak van de geperfectioneerde Bes en Es bastuba’s niet meer volop genoten. Gust had een fijn muzikaal gehoor en hij kon, intuïtief, passende basnoten spelen, ook bij melodieën die hij voor het eerst hoorde. Als Jan Van Dijck op straat grote trom en cymbalen hanteerde, dan verdubbelde de waarde van onze marsen. Hamer en cymbalen werden telkens bliksemsnel teruggetrokken. Er ontstonden droge tromslagen en helder cymbaalgeluid. Ge moet het maar kunnen! In concertwerken volgde hij alert de gang van zaken en hij heeft ons meermaals in ‘t gelid geklopt als we begonnen te zwalpen. Ook op sousafoon was hij goed, maar als slagwerker vond ik hem op zijn best. Dichter bij mijn leeftijd was er Stan De Clerck, die eerst hoorn speelde en dan op zeer korte tijd een bekwaam trombonist werd.

Van mijn eigen generatie vermeld ik Frans Marnef (klarinet – sax – hobo), die als liefhebber technisch de top haalde. Later werd hij koorleider in de Heilig Hartparochie en in de Altenawijk van Kontich. Miel Verhelst (klarinet – sax) maakte zich als dirigent zeer verdienstelijk. Men kan zonder overdrijving verklaren, dat hij in de Rupelstreek de basis gelegd heeft voor de verspreiding van een modern, vernieuwd repertorium. In mijn eigen jonge, levendige parochie van Kontich – Kazerne (zonder kazerne) woont ook oud – Rupelzoon Jan Borms (althoorn). Hij stichtte hier een gemengd zangkoor, dat spoedig aangroeide tot een talrijke groep, die diverse muzikale genres aankon. Bij kerkelijke hoogdagen bracht men integrale uitvoeringen van Mozart, Haydn, e.a. aangevuld met Bach, Haendel, … Voor die gelegenheid hield Jan eraan zelf het orgel te bespelen en dan vroeg hij mij om te dirigeren. Ik nam dat gretig aan!

BEROEPSMUZIKANTEN

Uit de Rupelzonen zijn weinig beroepsmuzikanten gegroeid. Benevens de dirigenten was Gustaaf De Meyer de eerste beroeps. Hij is naar men zegt nog springlevend en dat verheugt mij zeer. Hij was leraar notenleer en trompet in de muziekschool en bij hem volgde ik het tweede en derde leerlaar. Voor de oorlog was hij legermuzikant en in het Antwerpse was hij een bekend orkestmuzikant. Bij de Rupelzonen was hij nu en dan vervanger en in de orkestklas van de muziekschool heb ik tientallen keren genoten van zijn stralende trompet.

Egied De Meyer – eveneens trompettist – was geruime tijd lid van de harmonie. Nadien heb ik hem nog meerdere keren herkend in het Antwerpse en vooral in het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen.

Als beroepsmusicus staat Jan Van Reeth ongetwijfeld op het hoogste niveau. Aan het BRT – Filharmonisch Orkest, door velen als beste Belgisch orkest beschouwd, is hij solist, hoofd van de lessenaar. Bovendien is hij aan het Koninklijk Vlaamse Muziekconservatorium van Antwerpen hoofddocent dwarsfluit. In de brochure “125 jaar” stapt hij telkens achter mij, maar is op enkele jaren boven mijn hoofd gegroeid (ook instrumentaal maar dat is niet te merken) .

ONTSPANNING

Er zijn herinneringen die men met geen pen kan beschrijven. Voor de muzikanten van de Rupelzonen was er vanaf midden 1945 voldoende kans om te feesten. Niet alleen binnen de harmonie zelf, maar ook bij de Katholieke Vlaamse Toneelgilde en bij de Christen Jonge Strijders. Bij deze drie Boomse verenigingen verliepen de feesten volgens hetzelfde stramien. Die gezelligheid heb ik nadien nergens teruggevonden. Dat is zeker.

De “Uitstap met muziek” van de Christen Jonge Strijders was steeds een plezante gebeurtenis. Meestal daagden een veertigtal muzikanten op en samen met “dejoengestroars” betekende dat toch een groep van honderd man. Echtgenoten en verloofden liet men wijselijk achter op een koffiefeest. De jonge strijders vormden een levenslustige, actieve groep en we lieten het niet aan ons hart komen! De tocht beperkte zich niet tot het centrum van Boom, maar soms bezocht men ook een of andere uithoek. In enkele kleine stammenekes bestond de hele sanitaire installatie uit één verroest waterbakje op de koer of tegen een schutsel. Door hoge watersnood gedreven, namen tegelijkertijd tientallen muzikanten en leden bezit van koer, hof en aanhorigheden om eensgezind de boel rijkelijk te besproeien. Intussen gingen de gesprekken en de moppen gewoon verder. Ik heb het altijd straf gevonden, dat vele muzikanten die prestatie kunnen leveren zonder hun muziekinstrument los te laten. Toegegeven: dit was niet specifiek Rupelzoons; men kan dat elders ook.

ERKENNING

Vanuit de culturele instanties komt er meer en meer interesse (en steun) voor liefhebbersverenigingen. Men stimuleert ook de componisten. Dat composities voor blaasorkesten heden ook tot het hoogste vlak kunnen doordringen, bewijst volgend voorbeeld. Aan de Koninklijke Conservatoria start men meestal de studie “Compositie” na vooraf eerste prijzen behaald te hebben in notenleer, harmonie, contrapunt, fuga. Na enkele jaren moet men vijftien werken indienen met een grote verscheidenheid: symfonische muziek, kamermuziek, koorwerken, allerhande ensembles en solisten, enz. Mijn zoon Jan was de eerste om – tegen de gewone gang in – per se ook twee werken voor blaasorkesten bij te voegen. Dit gebeurde aan het Koninklijk Vlaamse Muziekconservatorium van Antwerpen. Zijn leraar, Willem Kersters, gaf hem de nodige ruggensteun. Jan heeft zijn eerste prijs met glans behaald. Het eerste werk “Excalibur” werd onder zijn leiding gecreëerd door Brass Band Midden Brabant en haalde het Festival van Vlaanderen. Het tweede werk “Spartacus” ging in creatie door de Muziekkapel der Gidsen onder leiding van Norbert Nozy.

Zulke feiten staven mijn mening dat, als onze verenigingen kwaliteit en stijl aanbieden, de officiële erkenning, achting en steun zullen toenemen. Ook eenvoudige muziek, voortreffelijk vertolkt, kan gunstige reacties losweken.

De Rupelzonen zitten in de lift. Deelname aan wedstrijden kan ook stimuleren. Ik weet het: dit is een heet hangijzer. Ik heb me nooit bekommerd om de punten noch om de rangorde. Wel koos ik bij voorkeur wedstrijden of tornooien met een klassering in breed opgevatte afdelingen en met zinnige commentaar vanwege competente juryleden. Men verliest nooit! Een rustige voorbereiding tilt het muzikale niveau omhoog en de geldprijs is meegenomen.

WENS

Deze “Herinneringen” besluit ik met mijn beste wensen voor de toekomst der Rupelzonen. Ook dank ik de redactie van “Bazuin”.

Onlangs herlas ik alle stukjes achter elkaar. Het viel me op, dat er nogal veel “Algemeen Beschaafd Booms” in voorkomt. Van Julien Spillemaeckers krijg ik zeker geen tien voor taal. Maar ja, alles werd geschreven zoals ik het zou vertellen en dat is wellicht nog best ook.

Dank aan het bestuur van de Geschiedkundige Studiegroep “Ten Boome” voor de opname van mijn teksten. Dat benevens de “terugblik” ook de erin verweven “muziekbeoefening in ‘t algemeen” wordt overgenomen in het Jaarboek verheugt mij zeer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.