Categorieën
Artikels jaarboeken Naamkunde

Naamkunde

II. Voornamen (+/- 1000)

Rond het jaar 1000 worden in onze streek vooral uit de bijbel namen geïmporteerd (apostelen, heiligen, engelen).

vbn. Joannes (Jan)
Petrus (Peter)
Martinus (Maarten)
Michael (Michiel)
H. Bernardus (Bernhard)

Het aantal voornamen wordt oneindig groot. De nabijheid van kerken en abdijen geven met hun patroonheilige veelal de inspiratie voor de namen van de kinderen in de buurt (heemkunde!).

Het Concilie van Trente (16de eeuw), een reactie tegen het Calvinisme en Lutheranisme, legt de ouders op te kiezen tussen de door hen officieel opgelegde namen. Ze willen hiermee de traditionele heiligennamen in ere herstellen.

In katholieke kringen waren de Oud-Testamentische namen veel minder populair (Adam,Noach, David, …). De protestanten gebruikten deze namen des te meer, zij waren tegen de heiligencultus.

In de loop van de volgende eeuwen komt stilaan de mode van een tweede en een derde voornaam. In de 18de eeuw ontstaan samenkoppelingen en dubbele namen zoals Anna-Maria, Maria-Theresia. Zelfs mannen krijgen de tweede naam Maria.

De naam Maria is wel een buitenbeentje, deze naam is slechts laat in gebruik gekomen als voornaam. Rond de naam bestond een soort taboe als het allerheiligste, dat door de doorsnee mens niet mocht gebruikt worden. In de loop van de middeleeuwen kwam hierin verandering. Vooreerst bestond er een grote verering van Maria. Bij onze vorsten was het Maria van Boergondië, die als eerste de naam gebruikte. Hierdoor was de dynastieke steun, naast de godsdienstige, de tweede beweegreden om de naam aan de kinderen te geven. De populariteit van de naam was onstuitbaar.

In de tijd van de Romantiek, in de 18de eeuw, gaan de literaire werken grote invloed uitoefenen op de naamgeving (helden en heldinnen uit de romans). We kunnen dit vergelijken met onze huidige namen, die uit de media (bv. Amerikaanse feuilletons) komen. Vele namen komen niet meer uit het lijstje van het Vatikaans Concilie of van de ambtenaar van de burgerlijke stand.

III. De Familienamen

Aanvankelijk zijn de familienamen toenamen. Het verschil ligt erin dat de toenaam nog niet vast ligt, hij dient ervoor om voornamen te onderscheiden. In het begin waren het eigenlijk bijnamen. Maar omdat ze voortdurend gegeven worden van vader op zoon en dan op kleinzoon, worden ze vast. Van dan af spreken we van familienamen, de naam van de hele clan.

1. Afkomst- verwantschapsnamen

PATRONYMICA (vadersnaam):

a. Hiervoor wordt dikwijls een stukje uit de voornaam van de vader genomen, dat de familienaam wordt.
Vbn. Goris < Gregorius
Maes < Thomas
Faes, Vaes < Servaes of Bonifatius Broos, Broes < Ambrosius
Stas < Eustachius
Thijs < Mathias, Mathijs
Bal < Balduwinus

b. De vadersnaam wordt aangevuld met het suffix -s (genitief). Vbn. Jans, Peeters, Wuyts « Wauter), Dierckx (k+s),
Michiels, Mertens en Martens (regionale afwijkingen),
Jacobs, Marckx, Merckx,

Suffix -sen, sone, soen (de zoon van):
Vbn. Janssen(s), Adriansen(s), Baertsoen, Nixon « Nik), Paterson,

c. De vadersnaam wordt voorafgegaan door een -s (prothese). Vbn. Swiggers « Wigger < Wighart), Spiessens « Pieter),
Swalen (Walen: oorsprong),

d. Prothese Her-, Ser- (genitief): naamdragers uit de betere stand, die door “heer” worden aangesproken:
Vbn. Herroeien, Servranckx, Serclaes, Serneels, Servaes,

e. Bijvoeging van adjectief:
Vbn. Grootjans, Awauters (oud),

METRONYMICA (moedersnaam):

Het kind kreeg de naam van de moeder wanneer de vader niet gekend was, ze al weduwe was bij de geboorte of wanneer de moeder een hogere sociale rang had. Een andere reden waardoor de moedersnaam een rol is gaan spelen in de naamgeving, is het feit dat de moedersnaam mee in de cijnsboeken werd geschreven wanneer de laat (een niet-vrije) vrij werd. Er was zelfs een spreuk in het middeleeuws leenwezen dat hierop wijst: “de vrijheid volgt de schoot”.

a. Vbn. Delen, Delien < Adela Baten(s) < Beatrijs Belien < Mabilia Marien < Maria Grietens < Margareta Leys < Elisabeth

b. Prothese ver- (=vrouwe): Vbn. Vernimmen < Imma, Emma, Imelda
Vertruyen < Gertruy
Verbert < Berta

Andere familieverwantschappen:
Vbn. De Neef, Ooms, De Vocht (de voogd), De Vriend, Derkinderen, Kind, De Maagd (een verwante), …

2. Herkomstnamen

Hier raakt de persoonsnaam de toponymische namen, de plaatsnamen. De namen wijzen op migratie en verhuizen: “de ingewekene van”.

De namen met “van” of “de” (uit het Latijn) zijn eerst voorgekomen bij de adel: ze lieten zich noemen naar hun heerlijkheid. Zij brachten het modeverschijnsel over op de massa.
Vbn. Wilhelm Berthout de Ranst (ze hadden de heerlijkheid Ranst in handen) de Berchem, Van Mechelen, Vanwerveke (Wervik), Van Duyse (Deinze), Van Tricht (Maastricht), Brusselmans, …

De oude plaatsnamen spelen hier een belangrijke rol. Toponymische woordenboeken kunnen ons hierbij helpen. Sommige plaatsnamen kunnen we nog moeilijk situeren, omdat ze verdwenen zijn.
Ook gehuchten, lokale plaatsen, hoeven, …
Vbn. Van den Weyer (vivere, vijver: hoeve of kasteel met een vijver), Van Immerseel (in Wommelgem), Van de Velde (waar?) Van den Wijngaert, Van den Wauwere (“op tgoed te Wouwere”, Boechout 1626), Vervoort (doorwaadbare plaats in water), VereIst (plaats waar eIsen groeien), Verhofstad (hofstede), Verdonck (heuveltje), Vereycken, Verheyden, Uyttewilge, Op de Beek, Verbeek, …

“Van” kan ook weggelaten zijn. Vbn. Ronsse, Tournai, …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.