Categorieën
Rupelstreek Schelle

EERSTE ‘SCHEVE TOREN FEESTEN’ SCHELLE 2002 ODE AAN JOS VERLINDEN

In 2002 werden in Schelle de eerste ‘scheve toren feesten’ ingericht. In het uitgebreid filmpje dat ca. 49 minuten duurt, zien we een jonge Goedele Wachters (haar grootvader Louis Wachters woonde in Schelle). Bij de verschillende interviews zien we ook Jozef Verlinden (°Boom 1930 +Schelle 2015) die een zeer uitgebreide studie maakte over de kerk van Schelle. Jos was jaren bestuurslid-penningmeester van Ten Boome en wist menig toehoorder te verbazen met zijn geschiedkundige kennis. Deze film mag dan ook een ode zijn aan Jos die jarenlang Ten Boome heeft gesteund en onze geschiedkundige vraagbaak was.

Categorieën
Artikels jaarboeken Schelle

De Sint-Petrus-en Pauluskerk te Schelle

Terug naar overzicht jaarboek 1991-1992
Geleid bezoek op 15.12.1991 door Jos Verlinden
(Foto: W.Peeters)

Het Kerkgebouw

Over de stichtingsdatum en de bouwstructuur van de oorspronkelijke Schelse kerk – de bekende geschiedschrijver J.B. STOCKMANS noemt haar de kerk van Schelleburd – is ons door gebrek aan adekwaat archivarisch en iconografisch materiaal niets met zekerheid geweten. Om dit historisch interessant gebouw, dat tot het oudste patrimonium van de Rupelstreek behoort, beter te leren kennen en waarderen, zijn we dan ook verplicht ons tot andere bronnen te wenden.

Vooreerst zou een grondig archeologisch onderzoek, zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde van de kerk ons heel wat gegevens kunnen verschaffen over de constructie van de primitieve kerk en de latere. Bij dit spitten naar het verleden zal men terdege rekening moeten houden met de ernstige bodemverstoring, die in 1850 bij de vloerwerken is ontstaan, toen men alle graven in de kerk heeft leeggehaald en de zerken ervan heeft verwerkt in de bevloering aan de zijmuren en in de twee nieuwe portalen aan weerszijde van de toren. Later werd dan nog het oude kerkhof rondom de kerk opgeruimd en overgebracht naar de huidige begraafplaats.

Zonder vooruit te lopen op de resultaten van zulk onderzoek, mocht het ooit gebeuren, vermoeden we toch dat de huidige kerk grotendeels gebouwd is op de fundamenten van de oude kerk, die wel kleiner was en niet breder dan de actuele middenbeuk, en natuurlijk volledig oost-west georiënteerd was. Wegens haar ligging direct aan de waterkant van de rivier – in de vorige eeuw kwam het water van de Hamer aan de Vliet nog tot aan de noordermuur – én wegens haar patroonheilige, Sint Petrus, zou ze kunnen behoren tot die rij van kerkjes, die Sint-Amandus hier omstreeks 650 langs de Schelde-oevers heeft neergezet.

Maar om te passen in die reeks zou ze ook moeten liggen aan een herkenbare vroegmiddeleeuwse baan, wat ze schijnbaar wel doet. Maar de weg, de oude Sheerenstraete, nu de Provinciale Steenweg, die achter de kerk loopt van Antwerpen naar het veer op de Rupel, is in dit tracégedeelte niet ouder dan de vijftiende eeuw. De oudere weg liep toen over het Zinkval langs het hoger gelegen gedeelte van Schelle naar de Vier Palen. Het is langs deze nieuwe weg dat de eigenlijke dorpskern van Schelle is ontstaan en zich verder heeft ontwikkeld.

De enige oude weg, die aan de kerk liep, was de huidige Dendermondestraat, die de verbindingsweg moet geweest zijn met dit gedeelte van het dorp en het veer of de doorwaadbare plaats op de rivier. De kerk, opgetrokken aan de rand van het grondgebied op een stuk grond, dat voor de landbouw ongeschikt bleek en daarom de Kwade Hoek werd genoemd, stond dus geheel buiten de toemalige woonkernen. Het is zeker geen vicus, maar een domaniale kerk, gebouwd door de heer van het naburige domein, die belang had bij de oude baan, de Termontse straete. Volgens meer vastere lokale aanduidingen zou die heer de abdij van Lobbes (bij Thuin aan de Samber) zijn, die het grote domein, het “condacum castrum super scelt” (waarvan Schelle maar een deel was), van Sint-Renilde had gekregen in de loop van de 7de eeuw.

Zo werd de patroonheilige van de kerk van Schelle bepaald door het patronaatschap van haar bouwheer, de Sint-Pietersabdij van Lobbes, en verwijst hij niet naar de invloed van Sint-Amandus in Gent. De abdij van Lobbes was de eigenaar en de beschermheer van de kerk, benoemde en betaalde de pastoor en inde bijgevolg ook alle inkomsten van die kerk, die wij als tienden kennen. Het burgerlijk gezag over dit domein, wat een niet zo duidelijke en evidente zaak blijkt te zijn, zou uitgeoefend zijn door een daartoe gedelegeerde leek, een soort gouverneur, die wegens de afstand van de abdij, niet van dichtbij kon gecontroleerd worden. Gedurende de invallen van de volksstammen uit het Noorden, en dat waren niet allen de Noormannen, maar ook de Friezen, kwam de gehele streek in handen van die leken, die dus onrechtmatig alle rechten opeisten. De vroegere plaatsvervangers werden de heersers en zouden mee de geschiedenis bepalen.