Categorieën
Film OCMW Sint-Jan-Baptist Godsgasthuis

EERSTE STEENLEGGING RVT SINT-JAN-BAPTIST

Terug naar index Films

Op 3 juli 1998 had de eerste steenlegging plaats van  het RVT Sint-Jan Baptist in aanwezigheid van o.a. minister Wivina De Meester.

De film is een onderdeel van het jaarjournaal 1998 dat werd samengesteld door filmclub Bocam (nu BFS).  De originele videofilm maakt deel uit van het gemeentelijk filmarchief en wordt bewaard bij de Geschiedkundige Studiegroep Ten Boome vzw.

 

Categorieën
Artikels jaarboeken OCMW Sint-Jan-Baptist Godsgasthuis

Van Liefdadigheid, via Onderstand, naar Maatschappelijk Welzijn

Terug naar overzicht jaarboek 1990-1991

door MARCEL VEREYCKEN

(Foto: Jan Baptist Pauwels, eerste voorzitter van het naar hem genoemde gasthuis)

Caritatieve werking en speciale dienstverlening zijn in de schoot van de christelijke  gemeenschap altijd zeer bloeiend geweest. In vroegere tijden leek het zelfs dat alleen  de Kerk een georganiseerde aanpak had. Zij was de enige, die in het streven naar de verwezenlijking van “de werken van barmhartigheid” haar beste leden er toe aanzette en aanmoedigde om deze “werken” op een gestructureerde manier uit te oefenen in een wereld die minder en minder oog had voor “barmhartigheid”.

Het is dan ook niet te verwonderen dat deze stelregel zijn concretisatie kreeg in de formule van het “tienderecht” of het genot van het tiende deel der vruchten, gewassen,vee, enz. Deze formule greep duidelijk terug naar de eerste tijden van de christelijke beschaving.

Wanneer Karel de Grote bij wet van 789 voorschreef dat edelen en vrijen, ja iedereen  aan de Kerken en priesters het tiende deel van hun arbeid dienden af te staan, deed hij niets anders dan de zeer oude voorschriften nieuwe kracht bijzetten. Wij herinneren ons nog wel dat de uitkering van de tienden in drie delen geschiedde:

* 1/3 voor het kerkgebouw, het licht en de benodigdheden van de eredienst
* 1/3 voor de priesters van de kerk
* 1/3 voor de armen en de noodlijdenden.

Is het dan te verwonderen dat het bedelingscentrum van de liefdadigheid in de kerk,  beter gezegd in de parochiekerk gevestigd was. De tot op heden bewaarde oorkonden  van de oudste gekende liefdadigheidsinstellingen bevestigen dit.

Wat betekent dit in concreto voor ons Bomenaars ?

De oudste bewaarde kerkelijke archieven voeren ons terug tot in het begin van de 14de  eeuw, namelijk 1309, waar de parochie “de Naemeloose Boome”, deel uitmakend van  het Aartsdiaconaat Antwerpen, onder de benaming “Antwerpen ten Boom – Antverpia
ad Arborem” ingeschreven staat voor tien pond in het voordeel van de abt van Lobbes.
Hierin wordt pastoor Joannes, als eerste parochieherder vermeld van 1310 tot 1312.

De liefdadigheidsinstellingen ter plekke werden bediend door leken. Deze zamelden  aalmoezen in. Buiten deze aalmoezen beschikte men ook nog over fundatiën en giften  van aller aard. Met de opbrengsten hiervan werd voor de armen en vondelingen van de parochie gezorgd.

Later zouden de “Tafels van de Heilige Geest” deze taak overnemen. “Tafel” was in die  vroegere tijden de gewone benaming voor wat later het “armbestuer” zou genoemd  worden.

Het “armbestuer” had als opdracht in de kerk aalmoezen op te halen en deze aan de  noodlijdenden uit te delen. Ze moest jaarlijks verantwoording afleggen door de  rekeningen van inkomsten en uitgaven aan de beheerders voor te leggen.